Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

De heruitvinding van Matonge

foto 10.JPG
(foto: Eva Swyngedouw)

De Brusselse 'Matongewijk’ met haar exotische couleur locale spreekt tot ieders verbeelding. Eric Corijn, professor aan de VUB, noemt de wijk het Afrikaanse stadscentrum van Brussel. Hoewel er weinig mensen van Afrikaanse afkomst wonen, vormen de kapperszaken en volgestouwde winkeltjes een trekpleister voor Afrikanen uit heel Europa en voor blanke bezoekers en toeristen. Toch is de wijk aan een dringende opwaardering toe.
Maartje De Schutter, studente 'Conflict and Development', nam de visie van de Brusselse overheid op de herwaardering van de wijk door en kwam tot een aantal ontnuchterende conclusies.

 

Hieronder vind je een ingekorte versie van het oorspronkelijke artikel. Het volledige artikel: De wijk Matonge anders bekeken.

 

Beladen historiek

Matonge ligt op een boogscheut van de universiteit, het Europese Parlement en verschillende grote internationale instellingen. De Centraal-Afrikaanse handelsbuurt ontleent haar naam aan één van de meest levendige wijken van Kinshasa. De wijk ontstond na de onafhankelijkheid van Congo, begin de jaren zestig, toen Congolese studenten elkaar ontmoetten rond de Elsensesteenweg. Hun studentenresidentie, ‘La Maison Africaine’, lag vlakbij en later ging aan de Waversesteenweg ook de discotheek ‘Le Mambo’ open, een aantrekkingspool voor heel wat Centraal-Afrikanen. Het aantal zwarte migranten groeide snel. In de Galerie d’Ixelles openden rijke Kinois (inwoners van Kinshasa) tal van handelszaken: cafés en restaurants, juwelen- en stoffenwinkels, kappers- en kruidenierszaken. Zij verkochten hun waren aan studenten, diplomaten, leden van de Mobutu-familie en aan andere liefhebbers. Na de Congolezen vonden ook andere Afrikanen - Rwandezen, Burundezen, Malinezen - de weg naar de Matongewijk.

De handelszaken in Matonge richtten zich op de koopkracht van de eigen Afrikaanse gemeenschap. Deze groep verarmde echter na het einde van het Mobutu-tijdperk, met zichtbare gevolgen voor Matonge: de wijk verloor haar glans. De galerij kreeg in de jaren negentig een slechte reputatie door drugs, handel in gestolen goederen en vervalsing van papieren.

Volgens een deel van de (blanke) publieke opinie is de galerij vandaag totaal afgeleefd en liggen de winkeltjes er troosteloos bij. Men spreekt van een ‘economische crisis’ door 'een toerisme zonder aankopen' en 'te weinig diverse handelsactiviteiten'.

 

Zwarte bananen

foto 11.JPG
(foto: Eva Swyngedouw)

Om de crisis te keren moet de aanwezige economie een nieuw draagvlak krijgen door een nieuw publiek aan te spreken, aldus Corijn. De Afrikaanse en ‘etnische’ handel moet zich openstellen voor de koopkrachtige toerist die 'niet weet wat hij moet aanvangen met zwarte bananen'. Matonge is voor blanke bezoekers momenteel nog teveel 'een exotisch, oriëntaals oord waar je naar komt kijken zoals naar dieren in de zoo’. In de plaats daarvan moet een plek gecreëerd worden waar men kan uitgaan, winkelen, eten en ambiance beleven. Men moet, met andere woorden, de ‘stedelijkheid’ van Matonge meer benadrukken en stimuleren.

De gemeente Elsene en het Brussels Gewest staan grotendeels achter Corijns visie op het herwaarderen van de wijk. Ze beloven extra steun aan de handelaars van Matonge, maar stellen hen ook verantwoordelijk voor de slechte gang van zaken. Zo stelt schepen De Groote: “Ik zeg altijd tegen de mama’s van Matonge: er valt bij jullie niets te kopen. Wat moet een bezoekster uit Brugge met zwarte bananen? Als er mooi gepresenteerde, kant-en-klare moambe-schotels zouden worden aangeboden, dan zou er vast wel interesse zijn”. De Groote wil ‘samen met de mama’s van Matonge’ een project beginnen. “Het moet een soort van coöperatieve worden, een lokaal in de galerij waar verschillende handelaren bepaalde van hun producten op een zeer aantrekkelijke manier presenteren. Ik denk dan vooral aan geschenkartikelen, fotolijstjes of armbandjes, kortom aantrekkelijke producten voor niet-Congolezen. Het zou een soort tweede Agora-galerij kunnen worden, maar dan met producten uit zwart-Afrika”.

De gemeente benadrukt verder “dat het belangrijk is dat Matonge het werkterrein blijft van handelaars uit Centraal-Afrika. Je ziet nu al meer en meer Pakistanen opduiken in de buurt. Als de Centraal-Afrikaanse handelaars wegtrekken heeft Matonge geen zin meer. Zij moeten blijven en daarvoor is het noodzakelijk dat hun winkels winstgevend zijn”.

 

De vermarkting van cultuur

In dit vertoog schuilt een essentialistische visie op dé Centraal-Afrikaanse cultuur. Deze cultuur wordt niet als iets veranderlijks gezien, met meerdere dimensies en invullingen, maar wordt herleid tot een aantal vaststaande essenties die wij westerlingen er graag mee in verband brengen. Matonge opwaarderen lijkt volgens deze visie gelijk te staan met een Afrikaans Bokrijk creëren. Bovendien wordt het begrip cultuur hier verengd tot een materiële koopcultuur. Als de bakbananen niet verkopen, moeten er maar armbandjes aangeprezen worden. De oriëntalistische toerist gaat, niet zonder een zweem van Congo-nostalgie, op zoek naar snuisterijen die passen bij zijn beeld van de exotische zwarte cultuur. En proevend van zijn kant-en-klare moambe-schotel bedenkt hij hoe mooi die culturele diversiteit wel is.

De échte culturele diversiteit, die onder meer zichtbaar is in de huidige opkomst van Pakistaanse handelszaken in de wijk, moet plaats ruimen voor een vermarkte versie van ‘dé Matonge’ die past in het beeld van de toerist. Daar moet de ‘Afrikaanse’ en ‘etnische’ handel zich voor openstellen: voor de koopkrachtige toerist die vatbaar is voor de ‘opportuniteiten’ van een kosmopolitische stad, waar ‘cultuur’, ‘shopping’, ‘ambiance’ en ‘uitgaansmogelijkheden’ overgoten zijn met een lekker en toegankelijk ‘etnisch’ of ‘multicultureel’ sausje.

 

MAARTJE DE SCHUTTER


BijlageGrootte
De wijk Matonge anders bekeken (volledig artikel)214.72 KB

Ik vind de Matongewijk ook

Ik vind de Matongewijk ook een zeer tot de verbeelding sprekende wijk, als sociale fotograaf trek ik er dikwijls naartoe

is alles ook zondag open in

is alles ook zondag open in de matongewijk