



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Edito: De scheppende stad
“Gent moet door een doorgedreven bundeling van alle creatieve krachten een voortrekkersrol spelen bij de ontwikkeling van een duurzame, solidaire en open samenleving.”
Daar komt het strategisch toekomstplan van het Managementteam en het College van Burgemeester en Schepenen, dat onze stad moet opstuwen in de vaart der volkeren, kort samengevat op neer. Zelf niet geheel van enige creativiteit gespeend zijn wij van TiensTiens daar natuurlijk helemaal vóór. Wij staan dan ook te popelen om in een brede coalitie te kunnen stappen met bedenkers van vergezochte brilmonturen; straatmuzikanten; ontwerpers van designpollepels, -deurklinken of -douchekoppen; graffitiartiesten; homoseksuele orthodontisten; uitbaters van hondenkapsalons en verder met alles en iedereen voor wie creativiteit ook een levensmotto is. Daarmee kan de realisatie van ‘de Scheppende Stad’ slechts een kwestie van tijd zijn.
Het is duidelijk dat het stadsbestuur de mosterd is gaan halen bij de ideeën over de creative class van de Amerikaanse managementgoeroe Richard Florida. Sven Gats en Sas Van Rouveroij hadden die al overgenomen in hun ‘Liberaal Stedenmanifest’, en nu duiken ze dus ook op in de missie van de stad Gent. De ‘creatieve klasse’ is in dit geval een kleine groep van hooggeschoolde professionelen - zoals architecten, programmeurs, dokters, onderzoekers en financiële specialisten - die volgens Florida door hun creativiteit en menselijk kapitaal verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de economische groei in postindustriële steden. De steden die het grootste aantal creatievelingen weten binnen te halen, verwerven bijgevolg een betere concurrentiepositie dan andere.
Daar zit natuurlijk de adder onder het gras, want al klínkt het credo allerminst economisch door zijn nadruk op trendy begrippen als kennis, diversiteit en creativiteit, toch is de doelstelling in hoofdzaak het stimuleren van economische groei en competitie, aangedreven door de drie T’s: technologie, tolerantie en talent. Ook in de nota ‘de Scheppende Stad’ staat de verbetering van de internationale economische concurrentiepositie van Gent centraal. Alleen meet de nadruk op tolerantie, diversiteit en creativiteit een in wezen economisch conservatief verhaal over competitiviteit nu een progressief kleedje aan.
Het verhaal van de ‘creatieve stad’ is op die manier het economische verlengstuk van de problematiek van ‘gentrificatie’ of de herinrichting van de stad naar de wensen van de hooggeschoolde en professionele middenklassen. Want wat als het competitiever maken van de stad leidt tot een grotere interne polarisatie tussen rijk en arm? Wat als de transformatie van het stadscentrum in een hippe consumptie- en cultuurruimte voor de creatieve klassen ertoe leidt dat de bewoners van de 19de-eeuwse gordel zich niet langer thuis voelen en herkennen in hun stad? Hoe open zal die samenleving in werkelijkheid zijn? Een hoofddoek blijkt voor sommigen alvast een niet te tolereren uiting van ‘creatieve diversiteit’.
The proof of the pudding is in the eating, zeggen de Engelsen. Laten we dus nog even afwachten of de Scheppende Stad méér is dan een ideologische travestieshow of een holle titel voor een nieuw Suske en Wiske-album.
DE REDACTIE
