



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Sneukeltuinen, barbecues en mozaïekbanken
Over buurtparticipatie in de Gentse parken
Het is maandagavond en al donker in het Banierpark te Sint-Amandsberg. Midden in het kleine parkje is een composteerplek afgebakend. Bij de ingang staan wat mensen te keuvelen. Een van hen is Saddia. Ze houdt de wacht met een riek in de hand. Een gemonteerde gloeilamp werpt een zwak licht op haar enthousiaste aanwezigheid. Een jongeman komt het pad in het park opgefietst. Op zijn bagagerek een grote witte ton, die hij met één hand in evenwicht houdt. Bij aankomst maakt hij een grapje. Een ‘compost drive-in’ zou niet misstaan. In één beweging het bakje groenafval uitkieperen in het grote verzamelvat, en langs een andere weg weer de openbare composteerplek uit fietsen. Saddia kan er om lachen, maar neemt al snel haar rol weer op. Vriendelijk maar kordaat stapt ze op de jongeman af. Ze werpt een kritische blik op zijn GFT afval. Als kompostmeester kent ze haar stiel: “Dit is één van de enige plaatsen in Gent waar het openbaar composteren gelukt is. Tientallen omwonenden brengen hun groenafval. We maken er compost van voor het park en voor de buurt. Maar om het composteren te laten slagen, checken we de zuiverheid van het GFT-afval”. We, dat zijn groenwerker Maurice, buurtbewoner Gustaaf, enkele van zijn vrienden en Saddia. Saddia is niet alleen wekelijks op post bij de composteerplek, ze onderhoudt ook mee het groen in het Banierpark. Ze had zichzelf aangeboden om dat vrijwillig te doen en de Groendienst zag daar geen graten in, integendeel. Tine Vervaet van de Groendienst: “Het huidige park kwam er op initiatief van het Duurzaam Huis van Samenlevingsopbouw en het Intercultureel Netwerk. Na jarenlange problemen besloot men om het park om te vormen tot een sneukeltuin. Er kwamen bessenstruiken, een boomgaard en een kruidentuin. Het is de bedoeling dat het park mee door buurtbewoners wordt onderhouden. Ze mogen het fruit ook plukken, zodra het er is.” Die betrokkenheid is geen alleenstaand fenomeen. In een vijftal parken in het Gentse participeren vrijwilligers(groepen) bij het ontwerp, de heraanleg of het onderhoud van parken. Tine ondersteunt ze vanuit de Groendienst. “Al anderhalf jaar werk ik met vrijwilligers. De participatie wordt concreet op het moment dat de mensen zelf iets willen doen, als ze de handen uit de mouwen willen steken. Ik bereid dat voor op het terrein en begeleid het. Tot nu toe is dat een zeer dankbaar werk.”
De participatie bij het openbaar groen is op gang gekomen in het zog van de strijd om de Groene Vallei. Sinds de jaren zeventig ijverden buurtbewoners voor het behoud van het groen aan de Nieuwe Wandeling. Onder druk van die acties besliste de stad om de Groene Vallei grotendeels onbebouwd te laten. Stef Bossuyt van de Dienst Kunsten was een spil in de constructieve relatie tussen de Stad en de actiegroep. “Participatie was tot een aantal jaar geleden meestal vergaderparticipatie. Nadeel daarvan is dat je daarmee de doeners niet mee krijgt.” vertelt hij. “De actiegroep had jarenlang natuurwandelingen en opruimacties in het gebied georganiseerd. Bij de stad is het inzicht gegroeid om die betrokkenheid serieus te nemen. Om de principes waar de groep voor staat te integreren in de herinrichting van het terrein.” Maar tussen de beslissing voor het behoud van de Groene Vallei en de daadwerkelijke aanleg van het park gaapte een kloof van een paar jaar. Stef: “Een aantal mensen van de actiegroep kon zo lang niet wachten. Ze wilden al aan de slag. We zijn gaan samen zitten. Ook twee kunstenaars uit de buurt die ervaring hadden met land art, versterkten de groep. Zo kwamen we tot een plan voor de groeneilanden. Uiteindelijk hebben de buurtbewoners 384m2 groeneilanden gebouwd die nu in de Coupure drijven. Hadden we het door een professionele aannemer laten doen, dan had de Stad omwille van de prijs maar 40m2 kunnen verwezenlijken. Maar nog belangrijker was het feit dat mensen daadwerkelijk in de publieke ruimte aan de slag konden.”
Als je nu langs de Coupure en door de Groene Vallei wandelt, vallen niet enkel de zacht gebogen lijnen van de drijvende eilanden op. Ook de aantrekkelijke houten fietsersbrug over de Leie of de loopweide voor honden getuigen van een kunstzinnige parkinrichting. De hondenmand is met palen en gevlochten takken omheind, en vormt door haar tribale uitstraling een mooi contrast met het achterliggende appartementsblok van Amelinckx. De hondenmand is net zoals de groeneilanden en de nog te bouwen barbecue naar een ontwerp van Etienne Van Thomme en Ruth Bossier. Maar de buurtgroep had telkens haar zeg en bouwde mee. Die participatie heeft zo zijn voordelen. Stef Bossuyt: “Je kan de zorg die bij een kleine groep zit, uitbreiden naar een veel grotere groep. Als mensen hun hond storend uitlaten, dan worden ze er door andere parkbezoekers op aangesproken. Die zeggen: ‘Gebruik toch de hondenmand, ik heb ze er eigenhandig voor gebouwd!’ Zo een manier van communicatie in de buurt kan je als ambtenaar nooit van bovenaf verwezenlijken.”
Tine van de Groendienst ziet een ander voordeel: “Bepaalde soorten handmatig werk zijn haast onbetaalbaar voor de Groendienst of heel zwaar. Langs de andere kant zijn er mensen die maar wat graag de handen uit de mouwen willen steken in het openbaar groen. Zo organiseert de buurtgroep aan de Sint-Baafskouter afvalopruimacties en maaidagen. Op de laatste maaidag kwam bijna vijftig man opdagen. Dat wil toch iets zeggen!”
Toch is het niet allemaal koek en ei tussen de buurt- en actiegroepen en de stadsdiensten. Het blijft zoeken naar een goed samenspel, al gaat dit wel steeds beter. Zo werd in de Groene Vallei ook de kunstenaar Jozef Legrand aan het werk gezet. Zijn recreatieve infrastructuur is best origineel, maar echt goed doorgepraat met de buurt werd ze niet. Wat tot de nodige frustraties leidde bij buurtgroep. Ook de betonpaden konden aanvankelijk op weinig enthousiasme rekenen. Stef vertelt: “Toen de buurt zag dat er brede betonpaden werden aangelegd in de Groene Vallei waren heel wat mensen verontwaardigd. ‘Hoe kun je het maken om dit stuk groen vol te betonneren?!’. Bij sommigen is de kwaadheid pas bekoeld toen ze de Marokkaanse man zagen die hier tegenwoordig vaak komt. Hij reed met zijn elektrische rolstoel vlot over de betonnen paadjes.”
Ondertussen hoopt Stef Bossuyt op nog een nieuw park dat een kunstzinnige en ecologische invulling krijgt door participatie vanuit de buurt. Het gaat over het Pierkespark in de Brugse Poort. “Er staat een project op stapel met een kunstenares die voeling heeft met de Arabische cultuur en schriftuur. Ze weet ook met jongeren te werken. We gaan kijken of we dat in de parkinrichting kunnen integreren. In de Brugse Poort past een zuiders park. Met zitelementen in mozaïek, vijgenbomen en druivelaars. En als we dit kunnen realiseren samen met inwoners van de Brugse Poort en jongeren uit de omgeving, hebben we een geslaagd project. De werkplek van De Vieze Gasten, de kringwinkel en het koffiehuis van vzw Trafiek omringen het stukje groen. Ik moet daar geen tekening bij maken. Dat past allemaal mooi bij elkaar. Ze willen er terrassen maken die vol zitten met alle mogelijke kleuren. Schitterend!”
Nog even en de Graslei moet de Brugse Poort laten voorgaan als topbestemming bij lentekoorts.
MATHIAS BIENSTMAN
Veel groen in Gent
Volgens de stadsmonitor die te raadplegen is op de website van ‘Thuis in de Stad’ heeft Gent het hoogste percentage buurtgroen van alle Vlaamse steden. 87% van de Gentenaars zou in 2006 op 400 meter wandelafstand van openbaar buurtgroen wonen. We laten daarin Antwerpen (66%) en Brugge (51%) ruim achter ons. Bovendien steeg de aanwezigheid van buurtgroen de afgelopen jaren het snelst in Gent. Dat betekent daarom niet dat de groenwensen van de Gentenaars al volledig bevredigd zijn. In 2006 was 73 % het helemaal of eerder eens met de stelling dat ‘er genoeg groen in de buurt is’. In Antwerpen en Brugge was dat respectievelijk 73% en 88%.
Natuurlijke architectuur
In het boek Natural architecture brengt de Italiaan Alessandro Rocca 66 recente installaties in beeld. Net zoals bij de hondenmand in de Groene Vallei zijn ze opgebouwd met handenarbeid en uit natuurlijke materialen en keren ze terug naar organische vormen. Zoals blijkt uit het boek experimenteren steeds meer kunstenaars op dit raakvlak van architectuur en natuur, en breien ze zo een vervolg aan de land art-beweging van de jaren ’60. Ze willen het bouwen laten opgaan in een kunstvorm die nieuwe relaties kan leggen met de natuur, het landschap en de omgeving.
Alessandro Rocca, Natural Architecture. PAPress, 2007
