Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Casablanca in het slop

Stadsvernieuwing creëert sociale tijdbom

p 11_Casablanca in het slop
(foto: Koenraad Bogaert)

Zuid-Afrika heeft zijn townships, Brazilië zijn favelas, Venezuela zijn barios en Marokko heeft zijn bidonvilles. De benaming is afkomstig van het Franse woord bidon, wat ‘kan' of ‘fles' betekent, verwijzend naar het soort materiaal waarmee sloppenwijkbewoners hun barakken bouwen: voornamelijk alles wat men op straat kan vinden. Toen bleek dat de daders van de aanslagen in Casablanca (2003) afkomstig waren uit de bidonvilles, schoot de Marokkaanse overheid pas echt wakker. De bidonvilles moesten verdwijnen en de jonge koning zette een prestigieus sociaal programma in gang met de bedoeling alle inwoners van de bidonvilles te verhuizen naar betere en veiligere huizen. Een nobel doel, of toch niet?

De oudste nog bestaande bidonvilles in Marokko dateren van de jaren '20. Tijdens het Franse protectoraat kwam de rurale migratie naar de steden pas echt op gang en velen vestigden zich in barakken aan de rand van de stad. Voordat de Fransen arriveerden zagen de Marokkaanse steden er helemaal anders uit. Normaal gezien zou iemand uit het platteland, die zich wou vestigen in de stad, op zoek gaan naar een plaats in de medina. Medina betekent stad in het Arabisch en vandaag de dag gebruikt men deze term ook in het Nederlands om het historische Arabische stadscentrum te onderscheiden van het stadsgedeelte dat door de Fransen werd aangebouwd. Deels uit respect voor de Marokkaanse cultuur en deels om de Europese wijken gescheiden te houden van de Marokkaanse gedeelten van de stad gaf de Franse veldmaarschalk Lyauté (1913-1922), hoofd van de Franse koloniale administratie in Marokko, de opdracht om de medina's in hun oorspronkelijke staat te bewaren en de Franse wijken er letterlijk rond te bouwen. Op die manier werd de medina geïsoleerd van de buitenwereld en kon die onmogelijk nog uitbreiden. Dit zorgde ervoor dat het toenemende aantal rurale migranten, op zoek naar werk en een betere toekomst, zich verplicht zagen zich te vestigen aan de rand van de stad. Het Europese gedeelte van de stad was voor hen immers ontoegankelijk.

 

Het probleem is dat naast het programma Villes sans Bidonvilles geen andere sociale programma's bestaan om de sloppenwijkbewoners te herintegreren in het stadsleven.  

X_Casablanca2
(foto: Koenraad Bogaert)

 

Casablanca kende als economisch centrum de grootste toestroom van boeren uit het platteland. Vandaag bevindt zich ongeveer 40% van alle bidonvilles in Casablanca. Dat zijn er bijna 500 in totaal, goed voor het onderkomen van meer dan 98 000 huishoudens. Voordat men met de trein het centrum van Casablanca binnenrijdt, ziet men langs de spoorlijn honderden schotelantennes opdoemen boven de muren die gebouwd werden naast het treintraject. Achter deze muren bevinden zich de barakken van enkele bidonvilles. De Marokkaanse overheid liet deze muren plaatsten om op die manier de (toeristische) treinreiziger het onaangename zicht te besparen. Marokko wil zich immers profileren als een toeristische topattractie en ziet zijn ‘gasten' natuurlijk niet graag geconfronteerd met de sociale miserie in het land. Binnen in een bidonville is het een wirwar van kleine straatjes van nog geen twee meter breed waar de ene barak naast de andere is gebouwd. Sommige huisjes hebben zelfs een extra verdieping, afhankelijk van het aantal mensen en families dat er woont. De daken zijn bedekt met zware stenen om ervoor te zorgen dat de golfplaten niet wegwaaien. Binnenin trachten de bewoners het zo gezellig mogelijk te maken. Bijna alle huisjes beschikken over elektriciteit, televisie en een in elkaar geknutselde keuken. Voor 2003 werden al verscheidene projecten gelanceerd om iets te doen aan de erbarmelijke leefomstandigheden in de sloppenwijken, maar omwille van corruptie en politieke onwil bleven de resultaten uit. Het is pas na de aanslagen van Casablanca dat de Marokkaanse overheid echt stappen begon te ondernemen, toen bleek dat alle daders afkomstig waren uit Sidi Moumen, het district met de bekendste gordel van bidonvilles in Casablanca. In 2004 werd het prestigieuze nationale programma Villes sans Bidonvilles gelanceerd, met het doel om tegen 2010 (2012 voor Casablanca) de bidonvilles in alle steden in het land te verwijderen.

 

Het programma bestaat uit twee soorten strategieën. De eerste strategie, ook wel le recasement genoemd, heeft de bedoeling de sloppenwijkbewoners te verhuizen naar hiervoor speciaal opgerichte sociale woonblokken. Dit gebeurt soms net naast de oude wijk, maar meestal verhuist men de mensen naar wijken net buiten de stad bij gebrek aan beschikbare grond in de stad. Dit is de meest toegepaste strategie omdat men de grond waarop vele bidonvilles gevestigd zijn graag wil recupereren en gebruiken voor andere doeleinden. Deze werkwijze brengt echter heel wat problemen met zich mee. Veel bewoners willen helemaal niet verhuizen naar een wijk buiten de stad. De nieuwe woonblokken beschikken vaak nog niet over een water- en elektriciteitsnetwerk en het openbaar vervoer naar de stad is er onvoldoende beschikbaar. De bewoners van de bidonvilles zijn vaak afhankelijk van het stadscentrum voor een inkomen (informele sector, bedelen, parkeerwachters), anderen werken in fabrieken die moeilijk bereikbaar worden. Velen dreigen op die manier hun inkomen te verliezen. Het is dan ook geen wonder dat ze hun nieuwverworven appartement verkopen en terugkeren naar de bidonvilles in de stad. Een ander probleem is dat sommigen onder hen zich zelfs de sociale appartementen die de overheid voorziet niet kunnen veroorloven. Hun barak in de bidonvilles is het enige dat ze bezitten en als dat wordt afgebroken, belanden ze helemaal op straat.

De tweede strategie, le restructuration, is het heropwaarderen van de bestaande bidonvilles door de huisjes te verstevigen en de wijk te voorzien van onder andere straten, scholen, waterleidingen en elektriciteit. Op die manier hoeven de bewoners niet te verhuizen. Volgens Ingrid Pechell van Lyonnaise des Eaux de Casablanca (LYDEC), een Marokkaanse dochteronderneming van het Franse SUEZ, is de tweede strategie een echte ramp. Al Omrane, het Marokkaanse agentschap verantwoordelijk voor dit programma, doet nauwelijks enige moeite om zich voor te bereiden en de bidonvilles te sensibiliseren. De bewoners komen dan ook regelmatig in opstand tegen de plannen van de overheid omdat ze vrezen uit hun huizen gezet te worden. Vele sceptici vrezen dan ook dat de deadline voor het programma Villes sans Bidonvilles onrealistisch is.

 

X_Casablanca1
(foto: Koenraad Bogaert)

 

Misschien wel het allerbelangrijkste probleem is het feit dat naast het programma Villes sans Bidonvilles geen andere sociale programma's bestaan om de bewoners te herintegreren in het stadsleven en hen te begeleiden met het oog op de toekomst. De enige vorm van sociale ontwikkeling is een neoliberale vorm van ontwikkeling waarbij de rol van de markt primeert. Het Franse LYDEC is verantwoordelijk voor het aanleggen van waternetwerken en elektriciteitsnetwerken in de nieuwe en geherstructureerde sites. Op die manier slaagt het bedrijf er in om haar klantenbestand aardig uit te breiden. De bewoners worden dus vooral als toekomstige consumenten beschouwd. Daarbij gaat helemaal geen aandacht naar andere vormen van sociale ontwikkeling zoals bijvoorbeeld onderwijs, hoewel veel inwoners van de bidonvilles kunnen lezen noch schrijven. Maar het voorzien van onderwijs brengt nu eenmaal geen geld op. 
In de realiteit verhuist men dus slechts de bidonvilles in hun geheel van één plaats naar een andere plaats en verwijdert men op die manier de sociale miserie uit de zichtbare stadskern. Het grote aantal sloppenwijken en hun herkenbare karakter maken de problemen van hun bewoners nu nog erg zichtbaar, waardoor men ze moeilijk kan negeren. Wanneer ze verhuisd worden naar grijze woonblokken buiten de stad worden ze letterlijk opzij geschoven en in een vergeetput geplaatst. De bidonvillois hebben echter al meermaals bewezen dat ze zich niet zomaar laten onderdrukken. De vraag is dan ook hoe lang deze sociale tijdbom nog zal blijven tikken...

 

KOENRAAD BOGAERT