



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
You ain’t seen nothing yet!
De toekomst van stadsontwikkeling in Gent
In vorige nummers berichtten we al uitvoerig over de verschillende afgewerkte en lopende stadsontwikkelingsprojecten in Gent. Ook in de toekomst staan nog heel wat kleine en grotere ingrepen op stapel. Heeft de Stad intussen lering getrokken uit de bemerkingen van bewoners, onderzoekers en uw stadskrant? Of hebben private geldschieters haar beslissingsmacht nog meer aan banden gelegd? Een blik op de toekomst van onze stadsontwikkeling.
De vorige legislatuur
Stadsontwikkeling was niet zomaar een onderdeel van de vorige legislatuur, het was er veeleer de kern van. De verschillende projecten kunnen we indelen in ‘sociale’ stadsvernieuwing en grootschalige stadsontwikkeling.
De stadsvernieuwing richt zich vooral op de 19de-eeuwse gordel. De slechte huisvesting daar, met zijn kleine arbeidershuisjes, smalle straten en gebrek aan groen en open ruimte is onder meer te wijten aan de sterke industriële groei van de stad in de 19de eeuw. De Brugse Poort kreeg inmiddels Zuurstof via de inrichting - samen met de bewoners - van enkele parkjes zoals het Pierkespark, het Fonteinenplein, de Groene Vallei en van speelruimtes. Een minimaal aantal laagkwalitatieve woningen werd gesloopt en er kwamen sociale woningen voor in de plaats. In de Rabotwijk werd het nieuwe justitiepaleis het centrale ‘landmark’ dat de site moet verbinden met de binnenstad. De oude Alcatel- of Gasmetersite zal in de toekomst een nieuw deel vormen van de wijk met sociale en private woningen. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan de tram- en fietsbrug en een park aan het nieuwe Gerechtshof. En na wat lobbywerk van Samenlevingsopbouw en andere wijkorganisaties doet de Gasmetersite voorlopig ook dienst als evenementensite.
Beide zijn voorbeelden van sociale stadsvernieuwing, waarbij op min of meer participatieve wijze de noden van de wijkbewoners mee worden opgenomen in de plannen. Wonen en de creatie van meer groene zones en open ruimte staan hierbij centraal. Het project Zuurstof voor de Brugse Poort ging hierin het verst. Bruggen naar het Rabot mikt vooral op de verhoging van het woonaanbod voor nieuwe middenklassegezinnen, al zijn er wel sociale woningen voorzien op de Gasmetersite. De slechte woningen zullen niet gesloopt maar gerenoveerd worden, omdat dit goedkoper is. Om ‘sociale verdringing’ tegen te gaan zullen echter wel ‘transitwoningen’ voorzien worden die na renovatie niet aan hogere prijzen verkocht of verhuurd kunnen worden.
Naast deze stadsvernieuwing biedt Gent ook ruimte voor grotere stadsontwikkelingsprojecten.
The is de naam van het nieuwe stadsdeel dat rond Flanders Expo tot ontwikkeling komt. Meest opvallend in dit project zijn het doortrekken van Tramlijn 1, de nieuwe IKEA-vestiging en een ondergrondse parkeergarage. Met het project De Oude Dokken wordt een oud industriegebied omgevormd tot een nieuw stadsdeel rond de drie oudste Gentse dokken, goed voor 57 hectare woongebied en 15 hectare wateroppervlakte. Rond het vernieuwde Sint-Pietersstation komen ook een nieuwe ondergrondse parking, kantoren en woningen.
Centraal staan de uitbouw van een beter openbaar vervoersnet en de aanleg van groen, straten en pleinen. Kostprijs: 400 miljoen euro, waarvan 20 miljoen voor rekening van de Stad. Deze megalomane bouwprojecten vormen een enorme ingreep in het stedelijke weefsel.
Vooral de geplande hoogbouw aan het station Gent Sint-Pieters en de aanleg van een nieuwe weg en parking zorgen voor ophef. De kritiek en het onbehagen komen voort uit de slabakkende communicatie over het project. Participatie werd pas gevraagd in de implementatiefase, buurtbewoners ergerden zich aan de agressieve stijl van beslissen en de al te doorzichtige retoriek rond het ‘schaamgroen’, waarbij de buurt een nieuwe groenpool beloofd wordt in ruil voor een sneuvelend stuk natuurgebied.
Het project De Oude Dokken lijdt nu al aan dezelfde kinderziektes. Ook hier zijn torens ingepland die voor een breuk zullen zorgen met het bestaande stedelijke weefsel van woonwijken met lage bebouwing. De Vlaamse Overheid wil dat er ook alternatieve mogelijkheden worden bekeken, zoals een aaneengesloten stadspark ter hoogte van het Handels- en Achterdok of de aanleg van meer ‘grondgebonden woningen’ langs het Houtdok in plaats van de nu geplande meergezinswoningen. Over de aanleg van de Handelsdokbrug en de Siffertunnel onder de Dampoort - om een verkeersinfarct te vermijden – blijft het stil. Deze staan nu in het Stadscontract met de Vlaamse regering in de hoop eindelijk knopen te kunnen doorhakken in dit dossier.
Het project The Loop doet ook bezorgdheden rijzen over de verkeersimpact. Met de komst van Ikea en de bijhorende megaparking zal het verkeer drastisch toenemen. Ook hier moesten stukken waardevolle natuur eraan geloven.
Door de omvang van deze projecten moet de financiering bovendien grotendeels gedragen worden door private partners In de praktijk betekent dit een verlies van macht en inbreng voor de stedelijke overheid. Hoe groter de projecten en het financiële aandeel van private actoren, hoe sterker hun invloed op de stadsontwikkeling. Om de beslissingssnelheid en de impact op het onderhandelingsproces te verhogen, werkt Gent bovendien samen met een stadsbedrijf, het AGSOB (Autonoom Gemeentelijk Stadsontwikkelingsbedrijf). Al geeft deze werkwijze de Stad misschien meer slagkracht in de onderhandelingen met investeerders, de participatiemogelijkheden en de transparantie van de democratische besluitvorming worden er allerminst door versterkt.
De huidige plannen (2007-2012)
Het doel van de huidige beleidsnota’s Stadsontwikkeling en Wonen is niet alleen het woningaanbod uit te breiden, maar de stad en de leefomgeving ook kwalitatief op te waarderen. Er zal een Stadsbouwmeester worden aangesteld en er moeten 'kwaliteitskamers' worden ingericht voor grote projecten. 'Slechte' woningen zullen gerenoveerd moeten worden met behulp van renovatiepremies. Tijdens de renovatiefase zullen transitwoningen voorzien worden met een constante huurprijs om sociale verdringing te voorkomen. De budgetten voor deze renovatiepremies zijn echter ontoereikend voor de enorme woonproblematiek in Gent.
De woonbehoeftenstudie van 2002 spreekt van een minimumnoodzaak van 3497 bijkomende sociale woningen voor prioritair behoeftige gezinnen. Volgens inschrijvingslijsten van sociale huisvestingsmaatschappijen lopen deze cijfers op van 5500 tot 8944 sociale woningen. De studie 'Huren in Gent' van het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling toonde in 2007 aan dat meer dan een derde van de private huurwoningen niet voldoet aan de bewoonbaarheidseisen. Een vijfde van de private huurwoningen (19%) is zelfs amper op te waarderen, in absolute cijfers goed voor meer dan 8000 woningen in slechte staat. Dan hebben we het nog niet over situaties van ‘noodkoop’, waarbij de eigenaars geen geld over hebben om het eigen huis op te waarderen of te onderhouden, en ook niet over noodzakelijke renovaties aan sociale woningen.
Uit een vraag van Groen! op de gemeenteraad bleek dat er de afgelopen jaren (2005-2007) slechts 231 nieuwe sociale huurwoningen in gebruik werden genomen en 12 sociale koopwoningen werden afgewerkt. Netto zijn er eigenlijk slechts 26 sociale huurwoningen bijgekomen, want er werden er in die periode ook 43 verkocht en 162 gesloopt. Eind 2006 hadden we zelfs minder sociale huurwoningen dan eind 2004! Pas in 2007 kwam er een lichte kentering. Het aantal werkelijk verhuurde sociale woningen daalde van 14.757 in 2005 naar 14.622 in 2007; een daling met 135 woningen.
Bovendien lijkt de prijsstijging op de huur- en koopmarkt niet af te nemen, er is hooguit een stabilisatie. Stadsontwikkeling zal de prijzen sowieso nog de hoogte injagen, omdat ze privaat kapitaal aantrekt en dat verwacht een ‘return on investment’. “Stadsvernieuwingsprojecten zijn een stuwende katalysator voor de wijken omdat voor elke euro die de overheid investeert, een veelvoud aan privé-investeringen staat”, stelt de Beleidsnota Stadsontwikkeling (p. 22). Dat deze aanpak vanzelfsprekend ‘sociale stadsontwikkeling’ met zich meebrengt, valt te betwijfelen. Er is geen monitoring voorzien om bijvoorbeeld de sociale verdringing te meten die voortkomt uit die instroom van privaat kapitaal. Er is wel de intentie ‘transitwoningen’ te realiseren en meer sociale woningen te bouwen, wat de verdringing deels moet opvangen. Maar hoeveel, waar en wanneer?
De Beleidsnota gebruikt het begrip ‘wijk per wijkaanpak’. Maar ‘Zuurstof voor de Brugse Poort’ loopt momenteel vertraging op. Ook in het project Bruggen naar het Rabot zijn enkel het Gerechtshof en het bijbehorende park klaar. En de fietsers- en trambrug, die een ruimtelijk-fysieke breuk in de wijk veroorzaakt. Dit kan bezwaarlijk ‘een wijk na wijk-aanpak’ genoemd worden. Wanneer is een stadsvernieuwingsproject immers ‘af’? De aanpak van de Brugse Poort is eerder bescheiden in zijn resultaten. Een 90-tal nieuwe sociale woningen en geleidelijke renovatie zullen de enorme kwaliteitsproblematiek geenszins structureel verbeteren. De rest van de ruimtelijke ingrepen zorgt vooral voor zelfregeneratie door gezinnen met meer koopkracht.
Bij het project Ledeberg Leeft staat zelfregeneratie door accupuncturele ingrepen centraal, want die zijn “niet zo complex en duur (minimale ingrepen) en komen de gehele woonomgeving ten goede (maximaal rendement).” De ontwerpen hiervoor moeten wervend zijn, kwestie van projectontwikkelaars en betrokken actoren te enthousiasmeren. De overheid zet zoveel mogelijk in op leefklimaat en openbare ruimte zodat privé-personen “verleid worden tot woningverbetering” (Uit: Opdracht-document voor de opmaak van een strategisch beeldkwaliteitsplan-Stad Gent). De komende jaren wordt 25 miljoen euro in het project gepompt. Ledeberg Leeft concentreert zich vooral op de ruimtelijke poorten van Gent, op de infrastructuur zoals wegen, parken, pleinen en groene sproeten doorheen de wijk. Ledeberg zal hier op het vlak van ruimtelijke infrastructuur zeker wel bij varen. De discussie draait hier vooral om de sociale ambities van dit project. Feit is dat renovatiepremies geen antwoord bieden op de echt slechte bouwblokken, de te ondiepe kavels,… De sociale huisvesting in de Hoveniersstraat en Moriaanstraat zijn gezien de totale huisvestingsproblemen minimaal.
Om de kwaliteit te verhogen is er het initiatief om een Stadsbouwmeester en kwaliteitskamers aan te stellen. Omdat er steeds geld tekort is, zoekt de overheid naar geld bij private actoren, waardoor algemene bezorgdheden zoals sociale en esthetische voorwaarden worden uitgehold ten voordele van financiële opbrengt. Vroeger had men de Gentse COMA (Commissie Architectuur) die advies mocht geven maar deze werd, aangezien ze gewoon niet meer gevraagd werd, geleidelijk uitgehold. Men zou de bestaande GECORO kunnen inschakelen met een uitbreiding van experts die naast ruimtelijke ordening ook architecturale kwaliteit beoordelen. De vraag is nu of men een nieuwe commissie wil oprichten, de COMA nieuw leven wil inblazen of de GECORO wil uitbreiden?
Ruimtelijke selectiviteit of sociale innovatie?
De erkenning van sociale verdringing is het sterkste punt van beide beleidsnota’s van Schepen Karin Temmerman. De belofte om meer sociale woningen te voorzien en de kwaliteit van de huisvesting te verbeteren met renovatieprojecten geeft daarenboven de duidelijke accentverschuiving aan. Wat echter ontbreekt is een totaalaanpak waarbij men wijk na wijk screent op huisvestingsproblemen, een bredere omgevingsanalyse maakt en van daaruit oplossingen zoekt voor en samen met de meest kwetsbare groepen.
Terwijl ‘Zuurstof voor de Brugse Poort’ het meest participatieve project was, met een sociale en geïntegreerde agenda, is ‘Bruggen naar Rabot’ al een stuk selectiever. Belangrijker daar zijn de linken naar de binnenstad en de Gassite, omdat de wijk vooral door invloeden van buitenaf moet regenereren. De Gassite lijkt het eerste deelproject dat voor de buurt zelf bestemd is. Wat de toekomst brengt voor deze site die onder de noemer ‘tijdelijk ruimtegebruik’ bestaat, is echter onduidelijk. De accupuncturele aanpak in het project ‘Ledeberg Leeft’ is eigenlijk een zwaktebod. De politieke en communicatieve logica achter die ‘prikjesmethode’ lijkt dat men er meerdere keren kan mee scoren, omdat meer kleine initiatieven vaker de media halen. Ledeberg Leeft is vooral een ruimtelijk en infrastructureel project rond de ‘Toegangspoorten van Gent’, bedoeld om de wijk op te krikken voor externe bewoners, ondernemingen en doorgaand verkeer. Wat bovendien opvalt is dat er afgeweken wordt van het Ruimtelijk Structuurplan, waar een centrale groene zone gepland stond. Deze plannen kunnen het gebrek aan ambitie wat betreft sociale doelstellingen niet verhullen. Het doet met heimwee terug denken aan de jaren ’80 waarbij een ‘globaal plan’ voor de wijk werd ontworpen in samenspraak met de bewoners. Het lijkt alsof voor die totaalaanpak geen geld is.
Toch wordt er veel geld gepompt in grootschalige stadsontwikkeling die nieuwe kapitaalkrachtige gezinnen, toeristen en investeerders kan aantrekken; vooral door private investeerders maar ook door de Stad zelf. Er worden nieuwe woningen gebouwd, wijken vernieuwd en vergroend en maatregelen zoals ‘sociale kavels’ en ‘budgetwonen’ genomen om de ruimtelijke concurrentie aan te gaan met het buitenstedelijke hinterland. Positief hierbij is dat de antistedelijke visie, die mensen liever buiten de stad huisvest, wordt aangepakt. Voor investeerders wordt een kantorenmarkt aan het Sint-Pietersstation en de Oude Dokken uit de grond gestampt. Het is onduidelijk welke impact dit aanbodsgericht beleid heeft op de sociale samenstelling van de betrokken wijken en de omliggende wijken rond grote projecten. De vraag is ook of de overheid zich in een budgettair beperkte ruimte op de middengroepen en investeerders moet richten?
Het is duidelijk dat het hier ook over ideologische en politieke keuzes gaat. Het zogezegd neutrale discours over ‘sociale mix’ wordt hierdoor in een ander daglicht gesteld. De grote gemengde stadsprojecten, zelfs met 20% sociale woningen, kunnen ironisch genoeg verdere verdringing veroorzaken. Zo zal het Scharnierproject zeker effect hebben op de wijken Sluizeken-Muide, de Dampoortwijk en de Ham. Doordat ruimte per ruimte wordt aangepakt, lijkt de coherentie zoek.
Ruimtelijk-fysieke ingrepen in de stad zouden twee uitgangspunten moeten respecteren; ruimtelijke kwaliteit en sociale innovatie.
Ruimtelijke kwaliteit is voor alles een democratisch proces dat breder gaat dan het betrekken van private actoren. Dit vraagt vanaf de ontwerpfase een actief sturende overheid, technische expertise van publiek personeel (kwaliteitskamer, bouwmeester en stadsdiensten) en sterke ontwerpers met een goed oog om het sociaal weefsel van de wijken te lezen, alsook de betrokkenheid van bewoners en stedelijke actoren uit het middenveld. Vanuit dat proces streeft men naar een sociale en duurzame agenda voor de gehele wijk die erop gericht is de lokale gebruikswaarde te verhogen met de garantie op sociale woonkwaliteit en het actief tegengaan van sociale verdringing. De meervoudige belangen en verschillende economische, ruimtelijke en sociale perspectieven op de wijk staan centraal.
Men moet echter niet alleen ruimtelijke kwaliteit nastreven maar ook ‘sociale innovatie’. Niet de mensen die er ‘nog niet’ wonen, maar de emancipatie van wijkbewoners zélf is hier het evaluatiecriterium. Het gaat hierbij zowel om de emancipatie van bewoners op het persoonlijke en interpersoonlijke niveau (het gevoel terug iemand te zijn en deel uit te maken van de wijk en van een groter geheel), als om emancipatie op het sociaal-economische niveau, door investeringen in sociale economie, creatieve vormen van arbeid en tewerkstelling, micro-kredieten enzovoort. De vroegere Buurtontwikkeling Maatschappij in Antwerpen (BOM) - in 2005 opgedoekt omdat ze niet langer paste bij het op vastgoedontwikkeling gerichte top-downbeleid van de stad - was een goed voorbeeld van zo’n geïntegreerde gebiedsontwikkeling. Gent mag dan op de goeie weg zijn, enkele hindernissen moeten nog genomen worden om een dergelijk model van sociale innovatie en geïntegreerde ontwikkeling te verwezenlijken.
PASCAL DEBRUYNE
"Terwijl ‘Zuurstof voor de
"Terwijl ‘Zuurstof voor de Brugse Poort’ het meest participatieve project was, met een sociale en geïntegreerde agenda, "
Dat participatieve was/is in dit geval een lege doos.
De stad verstaat onder participatie -> het inhuren van een opbouwerker/ster die gewapend met paar kleurpotloden en leuke methodiekjes (van de sociale school) de bewoners eens gaat bevragen.
De verkleutering alom. In plaats van kritische bewoners te faciliteren kiest men voor het outsourcen van de ‘participatie’.
- Los van dit alles wil ik er net als de auteur op wijzen dat het zuurstof project in de Brugse poort ver van af is en dat nu de aandacht en middelen weg zijn en de bewoners nog steeds in het puin leven. Idem voor Rabot en nu wil men al in Ledeberg starten?

UIT DE STANDAARD VAN
UIT DE STANDAARD VAN zaterdag 04 oktober 2008
Monsterboetes tegen krotten in Gent
GENT - Een belasting van 12.500euro per jaar: de stad Gent verklaart de oorlog aan verkrotte panden.
van onze redacteur
De kankervlekken in de stad. Iedereen kent wel een voorbeeld uit zijn buurt: huizen die al jarenlang leegstaan en het straatbeeld verpesten.
Het Gentse stadsbestuur wil er komaf mee maken en bindt de strijd aan met eigenaars van verkrotte en leegstaande woningen.
Het doet dat met een zeer streng reglement om leegstand en verkrotting tegen te gaan. Wie zijn woning niet renoveert - of verkoopt - zal stevig moeten betalen.
'Er bestaat al een Vlaamse heffing, maar die is weinig daadkrachtig', zegt schepen van Wonen Karin Temmerman (SP.A). 'Er zijn heel wat mogelijkheden om de belasting te ontlopen. Eigenaars gebruiken eerder achterpoortjes dan dat ze hun panden opknappen en laten bewonen. Ondanks het feit dat er premies en fiscale stimuli bestaan voor renovaties blijken sanctionerende maatregelen nog altijd even noodzakelijk om het bestaande woningenbestand op de markt te brengen.'
Het stadsbestuur heeft zelf een streng reglement uitgewerkt, waaraan het veel moeilijker ontkomen is. Vanaf 1januari betalen eigenaars van leegstaande, verkrotte of ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen een jaarlijkse belasting van 1.500euro.
Is de gevel van het huis breder dan zes meter, dan komt er nog eens 500euro bij en als de woning meer dan een bouwlaag heeft, tikt de belasting met hetzelfde bedrag aan.
Per jaar dat de eigenaar geen werkzaamheden aan zijn woning uitvoert, wordt het bedrag verdubbeld. Op die manier kan het bedrag na vijf jaar oplopen tot 12.500euro. Meer zelfs, als de woning zowel leegstaat als verkrot is en bovendien onbewoonbaar verklaard is, moet de eigenaar drie keer dat bedrag betalen.
'Dat zijn serieuze sommen, maar het is de enige manier om eigenaars aan te sporen om hun woning te renoveren, te verhuren of te verkopen', gaat Temmerman verder.
Haar collega Christophe Peeters (Open VLD) laat weten dat hij de belasting heel graag invoert.
'Wij plannen voor 2009 een opbrengst van een half miljoen euro, in 2010 dubbel zoveel. De centen worden geïnvesteerd in het woonbeleid.'
Het nieuwe belastingreglement is al goedgekeurd in het schepencollege en komt in de loop van deze maand op de gemeenteraad.