Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Geld voor armoedeorganisaties met gemengde gevoelens onthaald

Armoedeorganisaties
(foto: Nathalie De Coene)

Organisaties die zich om armen bekommeren, hebben het zelf hoe langer hoe moeilijker om het hoofd boven water te houden: het gevolg van een groeiende doelgroep en een minimum aan middelen. Toch is er hoop. De Stad en het OCMW komen nog dit jaar met zo’n 210 000 euro over de brug. Een broodnodige financiële injectie die echter vele problemen onaangeroerd laat.

 

Hoe het geld van de Stad en het OCMW (die respectievelijk 130 000 en 80 000 euro uittrekken) precies zal verdeeld worden, is nog onduidelijk. “Aangezien we voor eind 2008 geen criteria zullen opgesteld krijgen, zal het bedrag dit jaar ad nominatim onder de organisaties verdeeld worden. Voor 2009 zullen er, in overeenkomst met de sector, objectieve criteria worden opgesteld”, legt schepen van Sociale Zaken Tom Balthazar (Sp.a) uit.

 

Gematigd positief

Binnen de sector wordt het gebaar gematigd positief onthaald. “Aangezien de Stad in het verleden slechts sporadisch een kleine bijdrage leverde, is dit bedrag ontegensprekelijk een verbetering”, vindt Kris Dom van Samenlevingsopbouw Gent. “De samenwerking met de Stad is ook aanzienlijk verbeterd sinds we in 2004 samen het lokaal Sociaal Beleidsplan hebben opgesteld. Zo zien we dat men in het stadhuis meer signalen vanuit het terrein oppikt dan voorheen het geval was. Toch schort er heel wat meer dan er met die 210 000 euro kan worden opgelost”, merkt Dom op. “De samenwerking ,met het nodige getouwtrek, tussen de verschillende departementen bijvoorbeeld - in het bijzonder tussen Sociale Zaken met een socialistische schepen en het OCMW met een liberale voorzitter - werkt vertragend. Zolaat de aangekondigdeoprichting van eenstedelijkecelarmoedebestrijding al bijna twee jaar op zichwachten en is ervandaagnog steeds geenduidelijkheidwanneer die erzalkomen.

Kortom, er is beterschap merkbaar maar er zijn nog heel wat zaken voor verbetering vatbaar. Het is dus zaak op verschillende manieren de druk op de ketel te houden.”

Iemand die dat vanuit de oppositie tracht te doen is gemeenteraadslid Elke Decruynaere (Groen!). Ze noemt de inspanningen van het huidige bestuur onvoldoende: “Extra geld is altijd welkom, maar als we het bedrag in perspectief plaatsen valt het bijzonder mager uit. De 210 000 euro moet verdeeld worden over tientallen organisaties die zich inzetten voor armoedebestrijding, waardoor het bedrag per organisatie beperkt zal zijn. Als de Stad jaarlijks 312 000 euro veil heeft voor de werking van het commerciële Capitole of eenmalige uitgaven doet van 50 000 euro en 250 000 euro om respectievelijk de opvolger van de soap Sara en de aankomst van de Tour de France naar Gent te halen, zegt dat veel over de prioriteiten van het huidige bestuur. Het eeuwige argument dat zulke investeringen zichzelf terugbetalen, geldt evengoed voor het budget dat men in armoedebestrijding investeert. Want hoe meer mensen men uit de armoede haalt, hoe beter voor de stadskas. En dan heb ik het niet eens over de morele en ethische aspecten van zo’n keuze. Bovendien”, gaat Decruynaere verder, “blijkt uit de cijfers en uit de signalen die ik opvang van de mensen op het terrein dat er een nopend tekort is aan noodopvang. Zowel de dag- als nachtopvangcentra voor daklozen moeten al te vaak mensen weigeren omdat er gewoon geen plaats meer is. Ook aan degelijke wooninitiatieven is er een groot tekort. Wat dat betreft schiet het beleid wat mij betreft dus evenzeer te kort”, besluit het gemeenteraadslid van Groen!

De schepen van Sociale Zaken reageert met het argument dat “meer opvang een aantrekkingskracht zal uitoefen op armen uit andere steden.” Verder geeft hij toe dat het “uiteraard een illusie is om te denken dat we met 210 000 euro nu het armoedeprobleem zullen oplossen. Het geld is bedoeld als een blijk van appreciatie ten aanzien van de organisaties die zich om de armen bekommeren. Het belangrijkste instrument van de Stad om de armoede te bestrijden blijft evenwel het OCMW.”

 

"Hoe meer mensen men uit de armoede haalt, hoe beter voor de stadskas."

 

Vangnet met gaten

Als we ons oor te luisteren leggen bij de organisaties op het terrein, krijgt echter precies de werking van het OCMW heel wat kritiek te incasseren. “Het activeringsbeleid dat op alle beleidsniveaus ingang heeft gevonden, heeft als gevolg dat hulpbehoevenden aan alsmaar meer voorwaarden moeten voldoen om in aanmerking te komen voor sociale bijstand”, vertelt Hans Bodyn, coördinator van het Gentse Straathoekwerk. “Hierdoor glippen er steeds meer mensen door de mazen van het sociale vangnet. Het is met deze groep dat wij in contact komen. Mensen die niet langer in de maatschappij kunnen worden ingeschakeld en die de samenleving bijgevolg compleet links laat liggen. Ik vind het de morele plicht van een maatschappij en van de overheid om deze mensen onvoorwaardelijk een minimum aan comfort te bieden - een fundamenteel mensenrecht overigens - ook al biedt dit geen fundamentele oplossing, want die is er vaak gewoonweg niet.”

OdetteSoens van vzw SIVI – ’t Vindcentje treedt Bodyn bij: “Wij krijgen heel wat mensen over de vloer die door het OCMW naar ons werden doorverwezen. Het gaat hier om een groep mensen die nergens anders meer terecht kan en die wat betreft hulpverlening dus geheel van een vzw afhankelijk is die quasi volledig op vrijwilligers draait. Ik ben een grote voorstander van vrijwilligerswerk maar het caritatieve karakter die de hulpverlening op die manier aanneemt baart mij toch zorgen. Ik denk dat de Stad hier meer verantwoordelijkheid kan opnemen. Een degelijk netwerk van sociale kruideniers op wijkniveau of voldoende nachtopvang zouden geen overbodige luxe zijn.”

Een ander probleem waar verschillende diensten en instanties mee kampen is laagdrempeligheid en eenvoudig taalgebruik. Bij vzw El Ele, die zich in de eerste plaats tot allochtone armen richt, kunnen ze daar van mee spreken, zo bevestigt Nick Borré. “Maar het taalprobleem stelt zich ook bij autochtone Gentenaren”, gaat hij verder. “Velen zijn niet taalvaardig genoeg of hebben gewoon geen voeling met het taalgebruik in officiële documenten. Ervaringsdeskundigen achter de loketten zetten, die dichter bij de leefwereld van de doelgroep staan, zou al heel wat problemen kunnen oplossen.” OdetteSoens treedt Borré bij: “Mensen kennen hun rechten niet of begrijpen na een uitgebreid doktersbezoek nog steeds de diagnose niet. Vanuit ’t Vindcentje hebben we daarom een charter opgesteld gebaseerd op getuigenissen van mensen in armoede waarin we dokters onder andere vragen duidelijk taalgebruik te hanteren. Op dezelfde werkwijze hebben we een lijst opgesteld bedoeld voor juridische diensten waarin we vragen rekening te houden met de situatie van (kans)armen. We bieden ook informatie en tips aan de doelgroep zodat zij hun rechten leren kennen.”

In tegenstelling tot de mensen op het terrein relativeert de schepen de aangehaalde problemen, door te stellen dat er slechts “een relatief kleine groep mensen is die niet op overheidssteun kan rekenen.” Verder geeft hij toe dat er “op vlak van administratieve vereenvoudiging en eenvoudig taalgebruik nog vooruitgang kan geboekt worden, al valt dit niet altijd te rijmen met de taalvereisten verbonden aan bepaalde juridische teksten bijvoorbeeld.” “Tot slot”, aldus nog Balthazar, “ wil ik ook nog eens benadrukken dat de Stad en het OCMW óók zeer gedreven en competente sociaal assistenten in dienst hebben die begaan zijn met de situatie van deze mensen”.

 

Kwetsbare groepen

Die “relatief kleine groep” breidt echter wel uit en bestaat bovendien uit een aantal bijzonder kwetsbare groepen zoals allochtonen, ouderen, druggebruikers of sanspapiers. “Deze groepen hebben elk hun specifieke noden waar het OCMW-beleid, dat een duidelijk liberale stempel draagt, onvoldoende aan tegemoet komt” hekelt Elke Decruynaere het huidige beleid. “Allochtonen en sanspapiers – de groepen die wij het beste kennen – hebben het inderdaad zeer moeilijk”, bevestigt Nick Borré. “Zij kunnen immers nergens terecht. Wij appreciëren het gedoogbeleid van de Stad ten aanzien van de sanspapiers maar anderzijds blijven deze mensen ook in onzekerheid leven.” “Het is heel moeilijk om deze groep op te volgen”, gaat KatrienDesmet, eveneens van El Ele, verder. “Ze leven vaak verborgen en zijn bijzonder kwetsbaar voor uitbuiting. Ze worden soms na enkele weken zwartwerk zonder loon de laan uitgestuurd. Anderen worden geweigerd op de spoeddienst van het ziekenhuis of vroegtijdig naar huis gestuurd, waar een gebrek aan verzorging hen fataal kan worden omdat ze de rekening niet kunnen betalen. Voor elk van deze schrijnende ‘ontdekkingen’ zijn er tien gevallen die we niet opmerken. Ik ben er zeker van dat er in Gent regelmatig mensen sterven waar niemand weet van heeft.”

Een ander juk waar de sector onder gebukt gaat vindt KatrienDesmet de “vergaderziekte en de bureaucratische papiermolen. Hierdoor verspillen we kostbare tijd die we beter kunnen besteden aan acties op het terrein.” Althans met dat tweede is OdetteSoens het eens: “Om financiële steun te krijgen, moeten we ons telkens opnieuw bewijzen. De meeste steun is immers tijdelijk, want gekoppeld aan eenmalige projecten. We krijgen er bovendien weinig voor in de plaats. Met het geld uit subsidies kunnen we amper de werkkracht betalen die de administratie in orde moet houden.” Vooral op dit vlak kan het beloofde geld soelaas brengen. Subsidies van structurele aard kunnen de verschillende armoedeorganisaties de nodige ademruimte bieden, waardoor er meer energie naar eerstelijnshulp kan gaan. De Stad bewijst op deze manier een slimme investeerder te zijn. Met een relatief bescheiden financiële injectie houdt het bestuur immers een onmisbaar netwerk van organisaties en vrijwilligers overeind, die het werk leveren dat vooralsnog onbetaalbaar is.

 

BERBER VERPOEST

 

Ter Info:

De Dienst Straathoekwerk Stad Gent organiseert op 21 november in de Lakenhalle van Gent een colloquium met de titel: “De strijd aan de onderkant wordt steeds bitsiger”

 

Armoede troef


Dat Gent met een armoedeprobleem kampt, is niet moeilijk om aan te tonen. De cijfers spreken voor zich. We zetten de markantste voor u op een rij.
De Europese armoedegrens ligt vast op 60% van het gemiddelde inkomen. Voor België komt dat neer op 10316,44 euro per jaar voor alleenstaanden. In Gent ligt 22,6% van de belastingsaangiften onder deze grens. In Vlaanderen doet alleen Oostende met 24% nog slechter. Voor allochtonen ligt dit cijfer nog veel hoger. Mensen zonder papieren zijn uiteraard niet opgenomen in deze cijfers.
Ook het aantal personen met schulden, in budgetbeheer of afhankelijk van een leefloon stijgt en ligt hoger dan het Vlaamse gemiddelde.
In 2006 werden er in Gent 443 kinderen in kansarme gezinnen geboren, wat neer komt op meer dan 14% van het totale aantal geboorten. In 2004 waren dat er nog maar 276, ofwel een stijging van ruim 60%.

Bronnen:


Lokaal Sociaal beleidsplan 2008-2013: http://www.lokaalsociaalbeleidgent.be
Kansarmoede gegevens van Kind en Gezin: http://www.kindengezin.be/KG/Algemeen/Over_Kind_En_Gezin/Rapporten/default.jsp