Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Vechten met de zwaartekracht

Of waarom Gentenaars niet van vliegers houden

Het nieuwste Gentse prestigeproject op de site van Flanders Expo, ‘The Loop’, is genoemd naar een episode uit het Gentse luchtvaartverleden. Een beetje vreemd, als je bedenkt dat dat luchtvaartverleden voornamelijk één groot luchtvaarttrauma is.

De jongere generatie Gentenaars weet waarschijnlijk niet eens dat Gent een tamelijk omvangrijke luchtvaartgeschiedenis heeft. Dat is geen toeval. De Gentse luchtvaartgeschiedenis bestaat immers grotendeels uit een reeks door niet-Gentenaars veroorzaakte luchtvaartrampen, waar oudere - en wijzere - Gentenaars maar liever over zwijgen.

 

Gentse luchtvaarttrauma
(foto: collectie Arthur De Decker)

 

De weireld vergaet

Van in het prilste begin toonden de Gentenaars weinig belangstelling voor de vliegkunst. In 1785, drie jaar na de eerste bemande ballonvaart, trachtte de Gazette van Gendt een demonstratie te organiseren door ballonpionier Jean-Pierre Blanchard (een Fransman). Wie - zoals de Gazette - dacht dat het storm zou lopen voor deze sensationele vertoning, denkt beter opnieuw. Het duurde weken voor de krant er in slaagde voldoende kaartjes verkocht te krijgen om de onderneming te bekostigen. Het feit dat de ballonvaart even goed te zien zou zijn binnen als buiten de betalende zone, droeg daar ongetwijfeld toe bij.

Blanchards Gentse vlucht zorgde al meteen voor de eerste trauma’s. Eenmaal op voldoende hoogte kwam Blanchard namelijk op het bizarre idee een hond aan een parachute overboord te smijten. Het beest overleefde het experiment, maar veroorzaakte paniek in Wachtebeke, waar de parachute landde. De plaatselijke boeren hadden zoiets nog nooit gezien en dcahten ‘dat het den duyvel was die uyt de wolken daalde’. Een heldhaftige koewachter durfde het beest uiteindelijk te overmeesteren en bracht het terug naar de stad.

Blanchard zelf verging het niet veel beter. Hij verloor de controle over zijn ballon, die snel naar koude luchtlagen zweefde. De ballonvaarder zag zich genoodzaakt zijn ballon stuk te steken. Daarop schoot de ballon als een pijl naar beneden en crashte op een boerenhof, waar volgens Blanchards eigen woorden ‘de Hoenders en het vee een schrikkelijk getier maekten, ook quamen de Knechten […] met schrik en vreeze bevangen, uytgeloopen, overluyd roepende tot den Boer: Ziet, Baes: de weireld vergaet […], al vuur en vlammen; want zy meynden, dat God uyt de wolken quam, om de weireld te doen vergaen.’ Hoe Fransman Blanchard deze Nederlandstalige boeren precies begreep, weten we niet, maar wie zijn wij om aan de woorden van deze avonturier te twijfelen?

Net als de hond belandde Blanchard uiteindelijk weer in Gent, waar men hem ondanks alles als een held ontving. Van de bisschop kreeg hij ‘eeneschoonegoudeSnuytdooze’.

Na deze terreuraanslag op de plaatselijke boerenbevolking kwam het niet meer goed met het Gentse ballonvaartenthousiasme.

Het dieptepunt vond meer dan honderd jaar later plaats, in 1888. Jean-BaptisteGlorieux (ook een Fransman) wilde de bevolking entertainen naar aanleiding van de Gentse Feesten. Voor hij opsteeg van op het Sint-Pietersplein bond hij daarom vier honden met parachutes onder (inderdaad: onder) zijn luchtballon. Het plan verliep echter niet helemaal naar wens, aldus de Gazette van Gendt: “Hoog in de lucht werden de valschermen afgesneden; één wilde maar niet opengaan en de hond is ten gronde geploft en natuurlijk dood ter plaatse gebleven. Iedereen had medelijden met die arme dieren, wier leven zo roekloos werd op het spel gezet”. Het regende lezersbrieven: “Eenieder vroeg zich af hoe men zulk een walgelijk schouwspel toeliet in de stad Gent”. En Glorieux? Die voelde zich verkeerd begrepen.

 

Kaak, kaak, nen twiedekker

Tot daar de ballonvaart. Men zou hopen dat het simpelweg aan de ballons lag en dat het wel zou verbeteren met de komst van de vliegtuigen. En even leek dat ook zo.

In 1908 kwam vliegenier Henri Farman (alweer een Fransman) naar Gent om een hele week zijn kunsten te demonstreren, ergens in de Kanaalzone. De vliegerij bevond zich op dat moment in de allereerste pioniersfase. Vijf jaar voordien hadden de gebroeders Wright voor het eerst een bestuurde vlucht gemaakt.

De Gentenaars waren de eerste dagen niet bepaald onder de indruk van de ‘vluchten’ van Farman, die meer weg hadden van sprongetjes van soms nog geen honderd meter. Later die week zou Farman meer dan anderhalve kilometer vliegen en allerlei records breken, maar het was te laat. De Gentenaars hadden hun oordeel al geveld en herdoopten de Fransman tot Farçeman. Ook de gebroeders Wright deden Farmans Gentse exploten af als ‘kinderspel’. Of was dat professionele jaloezie?

Twee jaar later kwam Brusselaar Daniël Kinet de snelle vooruitgang in de luchtvaart demonstreren. Waar Farman al blij was als hij een kilometer vloog, kondigde Kinet aan van Gent naar Oostende te willen vliegen. Hij haalde de geschiedenisboeken evenwel op een heel andere manier. Bij een testvlucht brak een spankabel van een vleugel af en het toestel van Kinet donderde naar beneden. Kinet overleed aan zijn verwondingen en Gent was weer een trauma rijker: het eerste dodelijke vliegtuigongeluk in België. Een herdenkingssteen langs de Singel doet nog steeds een vertwijfelde poging hieraan te herinneren, maar is door de jaren grotendeels onleesbaar geworden.

De komst van luchtacrobaat Adolphe Pégoud (nog maar eens een Fransman) naar de Gentse Wereldtentoonstelling was wel een succes. In september 1913 vloog Pégoud als eerste piloot ondersteboven (of toch als eerste zonder neer te storten) en in november van dat jaar kwam hij dat nog eens overdoen in Gent, waar hij er nog wat loopings bovenop deed. Voor één keer waren de Gentenaars wel bereid te betalen om naar een vliegende medemens te gaan kijken. Met tienduizenden stroomden ze naar het Sint-Denijsplein waar Pégoud, volgens ooggetuigen, ‘de vogels beschaamd maakte’ door ‘zijn verbazende tuimelperten die iedereen kiekenvleesch doen krijgen.’

 

Bedenkelijke primeurs

Als de tuimelperten van Pégoud de Gentenaars eventjes met de luchtvaart konden verzoenen, zorgde de Eerste Wereldoorlog er wel voor dat dit niet lang bleef duren. Op het einde van de oorlog zongen de Gentenaars niet voor niets ‘A bas les aviateurs. Les aviateurssont des voleurs’.

Gent werd een van de belangrijkste uitvalbasissen van de Duitse luchtmacht, met niet minder dan vier vliegvelden. Een aantal van die vliegvelden herbergden grote bommenwerpers en zeppelins en dat bezorgde Gent een aantal twijfelachtige primeurs. Zo was Gent de uitvalsbasis voor het allereerste luchtbombardement gericht tegen een burgerbevolking. Het begin van één van de vuilste technieken van moderne oorlogsvoering: de zogenaamde ‘strategische’ bombardementen. De slachtoffers waren de inwoners van Folkestone, omdat het weer te slecht was om naar Londen te vliegen.

Door de sterke Duitse aanwezigheid in de stad kreeg Gent zelf ook vaak af te rekenen met bombardementen. Maar het spectaculairste voorval uit de Eerste Wereldoorlog was het neerhalen van een zeppelin door een Engelse piloot, ook al een wereldprimeur. De zeppelin, een gevaarte van niet minder dan 163 meter, vloog in het midden van de nacht boven de Brugse Vaart. Een Engelse piloot scheerde over de zeppelin en smeet zes bommen naar beneden. Eén bom trof doel, de zeppelin veranderde in een toorts die brokstukken naliet van de Brugse Poort tot Sint-Amandsberg. Boven Sint-Amandsberg brak het gevaarte in twee. Een deel ervan boorde zich in een klooster, waar één begijntje de impact niet overleefde. Ook de negenjarige OdileMaes overleed door de klap van een brokstuk. Zesentwintig leden van de zeventwintigkoppige bemanning van de zeppelin overleefden evenmin.

Geen wonder dat de luchtvaart tussen de twee wereldoorlogen in na dit alles niet bijzonder populair was in Gent. Het vliegveld van Sint-Denijs-Westrem werd in deze periode vooral gebruikt voor het vervoer van duiven.

De Tweede Wereldoorlog maakte alles alleen maar erger. Gent werd eerst gebombardeerd door de Duitsers, daarna door de geallieerden en daarna weer door de Duitsers. De stad maakte hardhandig kennis met de door de ‘vooruitgang’ in de technologie sterk toegenomen militaire vernietigingskracht, met soms spectaculaire dodencijfers tot gevolg. Alleen al bij het bombardement op Merelbeke in 1944 vielen 428 dodelijke slachtoffers, werden 584 huizen vernietigd en 1009 woningen zwaar beschadigd.

Het zal niemand verbazen dat de Gentenaars het na de Tweede Oorlog echt wel gehad hadden met al dat gevlieg. Het eerste wat ze deden, was het door de Duitsers en Engelsen uitgebreide vliegveld van Sint-Denijs-Westrem weer inkrimpen. Waarna ze opnieuw duiven begonnen te vervoeren, want een mens moet toch wat.

 

Een ideale crash

Midden de jaren ’80 besloot het stadsbestuur definitief dat het welletjes was geweest met het vlieggeweld in Gent. Om niets aan het toeval over te laten, bouwde men bovenop het vliegveld van Sint-Denijs-Westrem de site Flanders Expo. Vlak daarvoor had de paus al een mis opgedragen op het vliegveld. Dan weet je dat het einde nabij is.

Daarna gebeurt er dan ook niet veel meer in de Gentse lucht. De spectaculairste prestatie sindsdien was de luchtballon die in 1996 aan de Sint-Jacobskerk bleef hangen. De brandladders reikten niet hoog genoeg en men moest een gat in de toren maken om de vliegers te ontzetten.

De Gentse afkeer voor het vliegwezen sloeg recent zelfs over naar het universitaire milieu. Aan de Ugent onderzocht men wat de efficiëntste manier is om een vliegtuig te saboteren. Door middel van de recent gebouwde ‘Bird strike simulator’ kwam men tot de conclusie dat een simpel zelfmoordkonijntje in de turbinemotor van een straalvliegtuig volstaat.

 

WOUTER BRAUNS

 

Met dank aan Arthur De Decker

Recent verscheen het eerste deel (1785-1939) van ‘Een eeuw luchtvaart boven Gent’ door P. Dhanens en C. De Decker.


Artikel in verband met het

Artikel in verband met het Gentse luchtvaartverleden

Prachtig artikel.

Misschien twee details:

1/ "Zo was Gent de uitvalsbasis voor het allereerste luchtbombardement gericht tegen een burgerbevolking"

ik dacht dat niet Londen maar Antwerpen de eerste stad was die deze spijtige primeur moest ondergaan.

2/ 'snuytdooze'

Er wordt waarschijnlijk bedoeld 'snuyfdooze', en niet snuytdooze (dus met een 'f' in plaats van en 't').

In oude teksten is het onderscheid tussen een 'f' en een 't' inderdaad vaak moeilijk.

Een snuifdoos (Fr. : tabatière, Eng : snuff box) is een speciaal doosje dat vroeger werd gebruikt om snuiftabak in te bewaren.