



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Point Bellevue
Zaterdag 21 februari, onder het viaduct over de Sint-Lievenspoort. Alle informatie op www.tienstiens.org.
Het verleden van de toekomst
Niet toevallig organiseren we de actie aan het viaduct van de Bellevuewijk. Ook vroeger maakten mensen immers volop plannen voor hún ‘stad van morgen’.En de omgeving van de Sint-Lievenspoort, het historisch beladen scharniergebied tussen het centrum van Gent en deelgemeente Ledeberg, is een buurt die dat al eeuwen aan den lijve mag ondervinden…
De Sint-Lievenspoort maakte deel uit van de middeleeuwse vestinggordel met vijftien poorten. In de 16de eeuwwerd de Gentse vesting omwille van de Godsdienstoorlogen gemoderniseerd. De nieuwe gordel kreeg een netwerk van grachten en aan de vestingmuren kwamen bastions, en waterkeringen. De twee volgende eeuwen bleven de stadsgrenzen vrijwel ongewijzigd.
Eind achttiende eeuw was de wijk ‘Het Zand’ - gelegen tussen de Vijfwindgatenpoort, Brusselsepoort en Sint-Lievenspoort - één van de eerste Gentse buurten waar de industrialisering volop op gang kwam. Met de gebruikelijke gevolgen: de buurt werd volgebouwd met fabrieken en de daarbijhorende wirwar aan beluiken, en al in het midden van de negentiende eeuw had de buurt de reputatie één van de ongezondste van de stad te zijn. Niet ten onrechte: de huizen stonden zeer dicht opeengepakt en de wijk was grotendeels omringd door waterlopen die niet meer waren dan open riolen. Tegen die tijd was Gent een overbevolkte industriestad waar teveel mensen op te weinig oppervlakte moesten samenwonen en daarom werden de stadsvesten gesloopt. De oude vestinggordel werd de Kleine Ring, en nu kon de verstedelijking buiten de historische stadskern beginnen. Het slopen van de vesten, waardoor de stad letterlijk zijn voegen kon barsten, bood ook de kans om de buurten die tot dan binnen de vesten lagen te ‘saneren’. In de wijk ‘Het Zand’ werden beluiken gesloopt, nieuwe straten getrokken en waterlopen overwelfd. Ook de komst van het Zuidstation betekende en grote verandering. Maar omdat de bewoners uit de gesaneerde wijken toch ergens naartoe moesten en de overheid geen alternatieven aanbood, herhaalde zich buiten de stadsring wat zich eerder in de oude stad had voorgedaan: een ongecontroleerde bouwwoede waarbij grote aantallen beluiken en fabrieken uit de grond werden gestampt. Zo ook in Ledeberg. De eerste huizen die in de nieuwe Bellevuewijk -voorheen een overstromingsgebied van de Schelde- gebouwd werden, waren trouwens voorbehouden voor ‘uitgezetten’.
In 1929 maakte het Zuidstation plaats voor het Koning Albert-I-Park. Een nieuwe invalsweg die het traject van de vroegere spoorlijn volgde werd aangelegd. Over de beide Scheldearmen aan de Sint-Lievenspoort liep de nieuwe Sint-Lievensbrug.
Deze maakte in 1972 plaats voor het E17-viaduct. Nog onder invloed van het sixties vooruitgangsoptimisme was het summum van moderniteit in die dagen immers de auto, die dan ook alle ruimte moest krijgen. Men besloot de E17 tot in het centrum, aan het Albertpark, door te trekken.
Een nieuwbouwproject aan de Franse Vaart op de plaats waar voorheen kraakpanden stonden, kreeg de naam Porta Ganda Nova (nieuwe Gentse stadspoort). Samen met de Zuiderpoort als overbuur vormt dit woonproject immers een nieuwe stadspoort. Of zo wordt het althans voorgesteld.
KOEN DE STOOP
Wonen 13 hoog aan een stadsautostrade. Twee portretten.
Amanda Claeys is 67 jaar en gepensioneerd. Ze woont al bijna veertig jaar op 13de verdieping van residentie Scaldis, een van de woontorens aan het viaduct aan de Sint-Lievenspoort. Fernand Vanoutryve is architect en kocht enkele jaren geleden een appartement op dezelfde verdieping. Twee mensen die er bewust voor kiezen om op deze bijzondere locatie te wonen.
De woontorens aan het E3-plein (de vroegere naam voor de E17) werdennog gebouwd in volle euforie over de autowegviaduct. Voor Amanda was het aankopen van een appartement in een van die woontorens een buitenkansje. Ze toont ons trots de folder van nv Van Kerkhove & Gilson waarin de nieuwe appartementen aangeprezen werden. Amanda trouwde in 1968 en werkte in het UZ. Ze woonde met haar man boven een koperslager in de Voetbalstraat in Gentbrugge, maar niet van harte. Het huis was koud en had geen modern comfort. Haar man was handelsreiziger en huurde een garagebox bij een van de woontorens die er toen al stonden. Op een dag stelde de conciërge haar man voor een appartement te kopen in de nieuwe woontoren. Haar man ging een kijkje nemen en het koppel hapte onmiddellijk toe.
Amanda wist dat het autowegviaduct gepland was, maar had er geen bezwaar tegen. Wonen op de dertiende verdieping vond ze modern, vandaag nog steeds. Het uitzicht is onbetaalbaar. De appartementen waren goedkoop. Oorspronkelijk was het de bedoeling ze als sociale woning te verkopen, maar daar waren ze bij nader inzien te groot en luxueus voor. Ze betaalde in november 1970 590 000 BEF, zonder het ‘schrijven en wrijven’ (wat toen ongeveer 690 BEF bedroeg). Als bediende in het UZ verdiende ze toen om en bij 7000 BEF per maand. Ze schat dat het appartement nu 6 miljoen oude Belgische franken waard is.
Fernand woonde 20 jaar lang in een appartement pal in het stadscentrum. In januari 2002 sloeg het noodlot toe. Het appartementsgebouw brandde af en hij moest op zoek naar een nieuw onderkomen. Een oud huis zag hij niet zitten. Hij wou iets modern en betaalbaar. Fernand zag wel iets in de hoge woontorens die tijdens de jaren 1970 her en der in Gent gebouwd waren en kreeg van een vriend het advies eens te gaan kijken aan het E3-plein. Hij was meteen verkocht. De appartementen zijn goed gelegen, ruim en gerieflijk, halen veel licht en zon binnen en bieden een uniek uitzicht over de Gentse skyline.
Veel mensen bleven hun leven lang wonen in de woontorens. De laatste jaren neemt het verloop toe. De eerste generatie bewoners verhuist langzaam naar service flats of het rusthuis. Jonge koppels en alleenstaanden nemen hun plaats in. Amanda en Fernand wonen hier graag, ondanks de hoge herstel- en onderhoudskosten. Het gebouw wordt oud en structurele ingrepen dringen zich op. Amanda vertelt hoe een van de verwarmingsketels het vorige winter begaf. De helft van de bewoners zat drie weken in de kou. De factuur voor de nieuwe ketel was niet minnetjes. Recent werd een gaslek gevonden en moesten ook de gasleidingen opnieuw gelegd worden. Momenteel herstelt men drie publieke deuren aan de ingang van het appartement. Volgend jaar is het dak aan de beurt. Fernand betreurt het beperkte onderhoud van de gemeenschappelijke delen van de woontoren en het zwakke gemeenschapsgevoel. Volgens Amanda leefde iedereen hier altijd al wat op zichzelf. Geen probleem, vindt ze, zolang iedereen maar zijn deel van de kosten betaalt.
Ledeberg gaat erop vooruit, stelt Amanda tevreden vast. Er worden nieuwe en dure appartementsgebouwen zoals Pogano en Cotton Island gebouwd. Dat bewijst toch dat Ledeberg een aantrekkelijke plaats om te wonen is. Oude fabrieken en huizen worden gesloopt of gerenoveerd (UCO, D’hooghe, …). Er kwamen nieuwe kantoorgebouwen aan de Zuiderpoort en de stad legde mooie en nieuwe fiets- en voetpaden aan. De waarde van Ledeberg gaat de hoogte in en dat vindt ze positief. Blijft Ledeberg betaalbaar voor haar armere bewoners, willen we weten? Ik werk sinds mijn zestiende, antwoordt ze. Ik heb veel gespaard en hard gewerkt om dit appartement af te betalen. Ik heb niet geërfd, moest het na de scheiding van mijn man op mijn eentje doen en had al die spullen die jonge mensen nu hebben niet als ik jong was. Ze zullen er zelf voor moeten werken. In België is geld te verdienen als je wil. Ze beseft wel dat ze ‘goede tijden’ meemaakte. Tegenwoordig is ook een sociale woning al niet meer goedkoop.
