Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Allochtoon ondernemerschap

In deze rubriek laat TiensTiens telkens twee gemeenteraadsleden van verschillende politieke signatuur hun persoonlijke licht schijnen over een welbepaald thema. Deze keer peilden we bij Sami Souguir en Matthieu Dierckx en naar hun visie op allochtoon ondernemerschap.

p20-21_allochtoon ondernemerschap
(foto: Hendrik Braet)
Mathieu Dierckx en Sami Souguir

 

Sami Souguir (Open VLD)
Het beleid van Stad Gent moet in de eerste plaats gericht zijn op het bieden van gelijke startkansen aan elke beginnende ondernemer. Het nieuwe startersbeleid van schepen De Clercq wil elke startende onderneming optimaal begeleiden en lanceerde hiertoe het ‘starterscontract’. Een starter kan een contract aangaan met het stadsbestuur en krijgt van de Stad een financiële ondersteuning voor vorming, professionele begeleiding of investeringen in zijn zaak. Het bedrag kan oplopen tot 5000 euro. Anderzijds moeten de startende ondernemingen zich wel engageren om minstens gedurende drie jaar werk te maken van vorming en opleidingen. Tijdens deze legislatuur wordt er 1,6 miljoen euro vrijgemaakt voor het startersbeleid. De nadruk ligt daarbijop ‘gratis’ starten. Zo betaalt Stad Gent het inschrijvingsgeld van nieuwe ondernemers terug.
Met deze maatregelen wil men dus in de eerste plaats focussen op iedereen die een zaak wenst op te starten of herop te starten, zonder daarbij te focussen op een bepaalde specifieke doelgroep. Allochtone ondernemers zijn in de eerste plaats ondernemers. Net als anderen hebben zij soms nood aan specifieke begeleiding. Ook dit wordt binnen het starterscontract opgevangen via persoonlijke begeleiding. De stad heeft reeds veel expertise opgebouwd, ook op het vlak van allochtoon ondernemen, en zal deze knowhow verder blijven inzetten om jonge allochtone ondernemers op weg te helpen en te begeleiden. Communicatie over het nieuwe startersbeleid en andere initiatieven is hierbij van groot belang. Hiervoor kan men onder meer terecht op de website www.investingent.be en zullen vanaf december 2008 starters, uiteraard met inbegrip van allochtone starters, uitgenodigd worden op geplande ontmoetingsavonden.

Matthieu Dierckx (CD&V)
Op 31 oktober 2008 las ik in de pers dat er in vergelijking met dezelfde periode, juli tot en met september vorig jaar, 15% minder eenmanszaken werden opgestart en 8% meer faillissementen en stopzettingen werden opgetekend. De economische crisis zal dus evengoed bij de onder­nemers hard aankomen. De gemeenten hebben bijgevolg een bijzondere taak om het ondernemerschap te begeleiden en de passende dienstverlening aan te bieden.
Een beleid gericht op allochtoon ondernemerschap moet een onderdeel zijn van een totaal (inclusief) beleid inzake economie. Toch moeten naar mijn mening specifieke beleidsbeslissingen genomen worden om het allochtoon ondernemen te ondersteunen. Tijdens de voorstelling van het Atlas-project van VOKA op 28 september 2008 verklaarde de burgemeester dat de bijzondere dienstverlening ‘allochtoon ondernemen’ van de stad Gent niet meer bestaat.
Een gericht beleid moet peilen naar de specifieke kenmerken of oorzaken van allochtoon ondernemen. Zonder deze basisinformatie kan je naar mijn mening geen efficiënt en doelgericht beleid voeren.
Belangrijk is te weten wat de drijfveer is voor de allochtonen om een onderneming te starten. Zijn er economische motieven, is het een reactie tegen werkloosheid of de drang om te ondernemen (je eigen baas zijn)?
De Gentse kaart toont aan dat allochtone middenstand zich vooral manifesteert in concentratiebuurten. Een historisch gegroeid fenomeen en ook een logisch gevolg van het aanbieden van diensten en producten aan de eigen groep. Vele allochtone ondernemers hebben zich in eenzelfde niche van horeca en detailhandel geboord.
In de vorige legislatuur werd een pak euro’s besteed aan de opmaak van een detailhandelsatlas. Een handig werkinstrument voor de stedelijke diensten en voor de kandidaat-ondernemer. De detailhandelsatlas kan de startende ondernemer helpen bij het invullen van nieuwe niches en van het realiseren van een betere spreiding van handelszaken. Een stad is immers gebaat bij een divers aanbod van handel en diensten in alle wijken. Jammer genoeg is de detailhandelsatlas ergens in een onderste lade beland. Erger nog, er zal opnieuw geld uitgetrokken worden om de studie over te doen.
Een goed inzicht in de redenen waarom een allochtoon een handelszaak start moet beleidsmatig leiden tot een uitgebreide trajectbegeleiding van de startende ondernemer door personen met specifieke opleiding en/of ervaring. Voor alle ondernemers moeten de accenten liggen op bedrijfsbeheer, verstandig investeren, financiële planning, enz. Voor de allochtone ondernemer is daarenboven de kennis van het Nederlands een voorwaarde om de slaagkansen te verhogen en het netwerk uit te breiden buiten de eigen groep.
Het beleid moet beroep doen op de bestaande middenstandsorganisaties. Een stedelijk beleid moet immers niet de taak van deze organisaties overnemen maar de ondernemer in contact brengen met de bestaande infokanalen en hulplijnen. Ik verwijs o.a. naar de initiatieven inzake allochtoon ondernemen van UNIZO en het Atlas-project van VOKA. Voor de opleiding en vorming kan samengewerkt worden met bijvoorbeeld VDAB en Syntra.
Het stedelijk beleid ‘allochtoon ondernemen’ is een kaas met grote gaten. Het volstaat dus niet om Sinterklaas te spelen en de inschrijvingsrechten voor een nieuwe onderneming zonder enige controle of motivatie terug te betalen.