Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Edito: Arme stad

Eén op zeven kinderen in België leeft vandaag onder de armoedegrens. Het is een ontnuchterend aantal. 150 000 mensen in België zijn afhankelijk van voedselhulp. Maar wat van de voorpagina van alle kranten zou moeten spatten, staat te lezen in een hoekje onderaan de binnenpagina’s. Of hoe ook hongersnood in eigen land een voetnoot kan worden.

In een stad als Gent lijkt armoede op het eerste zicht niet aan de orde. Goed, we kennen de man met de plastic zakken die in de buurt van de Kortrijksepoortstraat en de Bagattenstraat altijd voor zich uit staat te staren. De Roemeense vader die iedere dag aan de ingang van het Shopping Center Zuid vanuit zijn rolwagen de daklozenkrant probeert te slijten. Op de Korenmarkt worden we al eens aangesproken ‘of we misschien wat kleingeld kunnen missen, voor een telefoontje’. De man die dagelijks aan de GB in de Donkersteeg de uren aftelt lijkt op te gaan in het decor, zolang jouw ogen de zijne niet kruisen. Als we uit die enkele bekende gezichten echter afleiden dat het in Gent allemaal nog wel mee valt, vergissen we ons schromelijk. Voor elk vertrouwd gezicht zijn er wellicht enkele honderden, zoniet een paar duizend onbekende armen. En hun aantal neemt jaar na jaar toe.

Eén van de Gentse straathoekwerkers wiens motivatie een beetje zoek was, werd na overleg met collega’s een week zonder geld op zak als dakloze de straat opgestuurd. Dat bleek verdomd moeilijk. Alcohol werd al snel de beste tijdsdoder en hartverwarmer. Elke avond rond zessen moest hij de zoektocht naar een slaapplaats aanvangen. Vruchteloos soms, wegens te weinig aanbod en te veel vraag. Overnachten in het Sint-Pieters-Station dan maar, in de teringherrie. Tussen 2 en 4 uur in de ochtend moest hij verplicht de buitenlucht opzoeken omdat het station sluit tussen de laatste en de eerste trein. Als hij weer binnen mocht werden ook meteen de Metrokranten afgeleverd, de drankautomaten aangevuld, de krantenwinkels bevoorraad en kwam de mensenstroom weer op gang… Het leven aan de onderkant is hard en deze man twijfelt ondertussen al lang niet meer aan het nut van zijn job.

Moeten we nu allemaal de straat op om het grote inleefspel te spelen? Natuurlijk niet. Maar we moeten er ons wel voor hoeden aan deze verborgen stad in de stad voorbij te gaan. Belangrijker nog is de armoede en uitzichtloosheid waarin sommige van onze stadsgenoten leven niet te versmallen tot de persoonlijke malaise van enkele individuen, zoals tegenwoordig wel de trend lijkt te zijn. We leven in dezelfde stad, in dezelfde regio en in dezelfde globaliserende wereld. We worden allen getroffen door dezelfde economische aardverschuivingen en het gebrek aan daadkrachtig politiek optreden. Alleen treft het sommigen harder. Of eerder.

Gent is tot nu toe altijd een socialere stad geweest dan Antwerpen, Lokeren of Mechelen, een stad waar beleidsmakers ook de structurele oorzaken van problemen in rekening trachtten te brengen. Maar we moeten ons vragen stellen bij sommige maatregelen die in de nabije toekomst ook hier in voege zullen treden. Met de invoering van de Gemeentelijke Administratieve Sancties, kortweg GAS, lopen mensen die noodgedwongen op straat leven en daarom voor ‘overlast’ zorgen, binnenkort het risico daarvoor beboet te worden. Een teken van daadkrachtig overheidsoptreden? Of het begin van het tijdperk van de straffende stad? Want in dat geval heerst er ook in de beleidsrangen schrijnende armoede…

DE REDACTIE