



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
La Paz
Nu met nieuwe marktvoorwaarden!
La Paz is de hoofdstad van Bolivië. De stad ligt in het imposante Andesgebergte, ten zuiden van het Titicacameer op 3600 meter boven de zeespiegel. Ondanks de rood-roze golf die Bolivia sinds een aantal jaren overspoelt, blijft La Paz een product van de neoliberale globalisering. Zo ondergaat de publieke ruimte in La Paz een belangrijke transformatie. Wie heeft nog recht op de stad in deze tijden van versnelde globalisering?
Korte historiek
In 1548 ontstond Nuestra Senora de La Paz als een product van het Spaanse kolonialisme en het toenmalige handelskapitalisme. De Spanjaarden hadden nood aan een dienstencentrum tussen de Stille Oceaan en de belangrijke mijnsteden Potosi en Oruro. De autochtone bevolking bestond voornamelijk uit Aymara’s, die tot op vandaag ondanks de vele eeuwen van uitroeiing en onderdrukking een belangrijke minderheid in La Paz blijven.
La Paz is sinds haar ontstaan altijd een zeer gesegregeerde stad geweest. Ze werd opgedeeld in een Spaans en een ‘Indisch’ stadsdeel, met de rivier Choqueyapu als demarcatielijn. Ook vandaag blijft La Paz zich op zeer polariserende wijze uitbreiden. De mestizo-middenklasse trekt zich terug in de mondaine Zona Sur. Hier wordt het uitzicht bepaald door banken, ambassades, hippe cafés en restaurants en woningen als versterkte burchten die door middel van prikkeldraad, camera’s, waakhonden, privé-bewakers en hoge muren afgesloten worden van de rest van de stad. De armere klassen bevolken van oudsher de zonas in de onherbergzame heuvels van de Altiplano, een proces dat uiteindelijk leidde tot de vorming van El Alto, de veel armere tweelingstad van La Paz. Wie je bent in La Paz hangt af van waar je woont. De regel is: hoe hoger de wijk gelegen is, hoe kouder het klimaat, hoe minder zuurstof in de lucht, hoe onveiliger en instabieler de ondergrond; hoe armer, informeler en ‘autochtoner’de bevolking. De lager gelegen wijken hebben een aangenamer klimaat en een rijkere en blankere bevolking.
Informele straatverkopers
De informalisering van La Paz bereikte haar hoogtepunt midden jaren ‘80 wanneer er op aanraden van de Wereldbank een Nieuw Economisch Beleid werd ingevoerd in Bolivia. Dit betekende de toepassing van neoliberale basisrecepten zoals de privatisering van overheidsbedrijven, de liberalisering van de kapitaals -en handelsmarkten en de ontmanteling van de verzorgingsstaat. Hierdoor verloren bijna 150 000 mensen hun baan. Het betrof vooral overheidsmedewerkers en mijnbouwers, die hun toevlucht zochten in de informele urbane handel. Sindsdien is de publieke ruimte van La Paz uitgegroeid tot één grote handelsruimte.
De straatverkopers of gremiales, zoals ze in Bolivia genoemd worden, baten geïmproviseerde kraampjes uit langs de straten en pleinen van La Paz. Het merendeel van de straatverkopers is van Aymara-afkomst, wat van hen een soort cultureel onderscheiden klasse maakt. Hun producten gaan van snoep en sigaretten over vers bereide gerechten tot gekopieerde DVD’s. 40 000 onder hen hebben een verkoopspatent; ze zijn verbazend goed georganiseerd en in strikte zin van het woord dus ‘formeel’. Een even grote groep bezit echter geen patent en wordt van de straten gejaagd door de politie en de formele gremiales.
In 1994 besloot de Stedelijke Dienst van Handel op Openbare Wegen dat de ongecontroleerde uitbreiding van de gremialessector moest ingedamd worden aangezien de straten van La Paz al verzadigd waren met informele handelaars. Zo werd er niet alleen verdeeldheid gezaaid tussen de formele en informele straatverkopers, maar werd de publieke ruimte in La Paz bovendien omgetoverd tot een waar strijdveld. Om elke centimeter straat wordt er letterlijk en figuurlijk gevochten.
Publieke ruimte als machtsruimte
De publieke ruimte is een problematische constructie geworden in deze tijden van versnelde globalisering. Steeds vaker worden publieke ruimtes geprivatiseerd of onderworpen aan een nieuwe neoliberale sociale hygiëne, waarbij de straten worden gezuiverd van ongewenste elementen. Net als in andere steden in de Global South is de publieke ruimte in La Paz in de eerste plaats een machtsruimte waar vier krachten op elkaar inwerken: de repressieve staat die de publieke ruimte wil controleren, de kapitalist die de publieke ruimte wil vermarkten, de civiele maatschappij die de publieke ruimte als een politieke verzetsruimte ziet en de informele klassen die de publieke ruimte nodig hebben om te overleven.
De Plaza San Francisco, een groot plein in het centrum van La Paz, symboliseert deze dialectiek op treffende wijze. Het is sinds de 16e eeuw de plek bij uitstek waar de Paceños in opstand kwamen tegen de koloniale overheerser. Ook vandaag blijft het de cruciale site voor politiek verzet. Daarnaast is het ook een belangrijke economische ruimte. Vlak naast de Plaza San Francisco ligt de Mercado Lanza, één van de oudste markten van La Paz die honderden formele handelaars herbergt. De duizenden informele straatverkopers gebruiken de straten in en rond de Plaza San Francisco als overlevingsruimte. Tenslotte is de Plaza San Francisco één van de belangrijkste toeristische trekpleisters van de stad, die in het huidige stedelijke ontwikkelingsplan een belangrijke site voor stadsvernieuwing is geworden.
Jayma en de nieuwe markt
De Boliviaanse stedelijke ontwikkelingsplannen zijn het product van de ‘Wet op de Volksparticipatie’ die in 1994 door de neoliberale president Sanchez de Lozada werd ingevoerd. Deze wet lanceerde een ‘urban governance-model’ waarbij de stedelijke overheid samen met de civiele maatschappij en de lokale marktactoren een vijfjaarlijks ontwikkelingsplan moest ontwerpen. De ‘Jayma’ is het stedelijke ontwikkelingsplan van de ‘linkse’ burgemeester Juan del Granado die sinds 2000 aan de macht is in La Paz. Tijdens zijn tweede ambtstermijn kwam hij naar buiten met een concreet plan voor stedelijke vernieuwing waarmee hij La Paz transformeerde tot één grote bouwwerf. De revitalisering van het historisch centrum rond de Plaza San Francisco en de Mercado Lanza vormt hier een belangrijk onderdeel van. De algemene idee is dat de publieke ruimte enerzijds opnieuw leefbaar moet worden voor de Paceños en anderzijds aantrekkelijk moet worden voor toeristen. Hiertoe moet het historisch centrum vrij gemaakt worden van informele straatverkopers. In de ogen van de stedelijke overheid zijn zij immers ‘onderontwikkeld, opdringerig en vuil’. De straatverkopers passen niet in het nieuwe beeld van La Paz dat men aan de toerist wil verkopen. Op dit moment wordt er een nieuwe Mercado Lanza gebouwd die niet alleen mooier en moderner zal zijn, maar die ook ruimte ter beschikking zal stellen aan een deel van de formele handelaars. De gremiales zelf noemen deze nieuwe markt een vorm van controle-architectuur en willen de straten niet verlaten. Zij weten immers zeer goed dat de Paceños niet gauw een winkelcentrum of een gesloten markt binnenstappen om hun inkopen te doen. De stedelijke overheid probeert te onderhandelen met de gremios, de associaties en vakbonden van straatverkopers, om een compromis te bereiken. Tijdens deze vergaderingen wordt echter vooral de illusie van participatieve democratie hoog gehouden, want de beslissing van de stedelijke overheid van La Paz staat al lang vast: de gremiales moeten weg.
Vakbond in nood
Sinds de Wet op de Volksparticipatie werd de macht van de vakbonden en andere sectoriële organisaties op systematische wijze gefnuikt. Er werd door de overheid van bovenaf een nieuwe civiele maatschappij gecreëerd die bestaat uit territoriale organisaties zoals buurtcomités. In de ogen van de overheid zijn de vakbonden in de eerste plaats immers corrupte en cliëntelistische organisaties. Het klopt dat een aantal van de gremios functioneren als een soort maffia, waarbij de hoge bonzen speculeren met de verkoopsruimte op de straat. Zij kopen meerdere handelsposten op en verkopen die daarna voor honderden dollars door aan hun achterban. Ondanks deze wanpraktijken zorgen de vakbonden wel voor de administratieve en fysieke integriteit van hun leden. Het feit dat ze politiek onschadelijk worden gemaakt in het nieuwe ‘urban governance-model’ bewijst nogmaals hoe weinig democratisch dit model is. Wie bepaalt immers welke organisaties deel uitmaken van de civiele samenleving? In La Paz kunnen burgers zich enkel organiseren binnen de spreekwoordelijke vierkante meter van hun barrio(wijk) en worden ze enkel gehoord als bewoner van die bepaalde barrio. De mogelijkheid om een authentieke politieke visie te ontwikkelen op een structureel andere stad in een structureel andere wereld wordt zo in de kiem gesmoord. In deze tijden van neoliberale globalisering, waarin de Boliviaanse arbeidsmarkt wordt geflexibiliseerd en gesaneerd,mag de rol van de sociale en sectoriële organisaties nochtans niet genegeerd worden.
La Paz als neoliberale stad?
La Paz is geen neoliberale stad in de ‘ideaaltypische’ zin van het woord. Er zijn geen partnerschappen van publieke en private actoren en geen state of the art architecten als Norman Foster of Rem Koolhaas die de stad willen transformeren tot een global city. Maar La Paz is ook geen anti-systemisch paradijs waar autochtone sociale bewegingen en sinds kort ook een ‘socialistische’ burgemeester en president de strijd aangaan met het neoliberalisme. Ondanks de repolitisering van een aantal stedelijke publieke diensten en gebouwen die voordien in privé-handen geraakten, blijft La Paz ingeschakeld en opgesloten in het kapitalistische wereldsysteem. Bovendien blijft de Boliviaanse hoofdstad een zeer gesegregeerde stad.
De neoliberalisering in La Paz uit zich nu op een veel subtielere wijze dan in de jaren tachtig, wanneer de Nieuwe Economische Politiek werd ingevoerd. Via consensus probeert men de neoliberale globalisering te bestendigen. Dit maakt dat zelfs de meest ‘linkse’ nationale en lokale overheden moeite hebben om te weerstaan aan het model van neoliberale ontwikkeling dat op een quasi natuurlijke manier competitiviteit, metropolitisering en economische groei centraal stelt.
De handelsmilieus in La Paz zijn complex en zeer moeilijk te doorgronden. Volgens bureaucraten en leden van het stadsbestuur “domineren de gremiales de openbare ruimte, zijn ze rijker en niet zo onschuldig als ze laten uitschijnen en hebben ze bovendien een makkelijke job”. Volgens de straatverkopers “is er geen andere optie om te overleven, werken ze dagelijks van zes uur ‘s morgens tot elf uur ’s avonds zonder sociale bescherming en worden ze door de lokale overheid en politie als uitschot behandeld”. Waardeoordelen over de handelspraktijken in La Paz zijn dus gevaarlijk, maar één ding is zeker: de burgemeester van La Paz zou moeten beseffen dat in een land zonder werkloosheidsuitkeringen informele handel een goedkope manier is om de armste lagen van de bevolking in leven te houden. Alleen al in die hoedanigheid verdienen ook zij ‘het recht op de stad’.
SIGGIE VERTOMMEN
