



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Je leven een lichaam geven
Gesprek met twee beloftevolle Gentse dansers
Hedendaagse dans? Hermetisch, elitair, saai! Wie dat denkt, moet dringend eens naar een voorstelling van Pieter Ampe (26) of Femke Gyselinck (25). Beiden zijn opgeleid aan Anne Teresa De Keersmaekers befaamde dansschool P.A.R.T.S. Na omzwervingen in het buitenland zijn ze terug actief in hun thuisstad Gent. Pieter Ampe danst met de Portugees Guilherme Garrido midden januari in kunstencentrum Campo. Hun Still difficult duet is volgens de eerste reacties fris, spannend, complexloos en wat ondeugend. Femke Gyselinck deed Gent al aan met At Large, een project dat lovend onthaald werd door de New York Times en in het voorjaar terug wordt opgevoerd.
Ideale maten
> In de marge van At Large publiceerden jullie een bundel interviews met dansers. Op de vraag waarom hij danst, antwoordt iemand: “Danser worden was een manier om een lichaam aan mijn leven te geven. Ik was als een schim.” Herkennen jullie zich in dat citaat?
Pieter: “Ik wou acteren of regisseren. Alleszins iets in die richting. Maar wanneer ik een tekst kreeg, spookte hij al vlug te veel door mijn hoofd. Ik bleef ermee bezig en het werd me te zwaar. Het was alsof ik geen kans kreeg om in mijn lichaam te kruipen. Ik hoopte dat dans me een meer instinctieve en fysieke toegang zou geven. Het was voor mij vrij zeker dat ik iets op een podium of een set wou doen, maar hoe, dat was compleet onduidelijk. Nu weet ik dat ik zo fysiek mogelijk een verhaal wil brengen.”
Femke: “Ik heb nooit het gevoel gehad het contact met mijn lichaam kwijt te zijn. Daarvoor had ik dans niet nodig. Integendeel: hoe meer ik dans en dans bestudeer, hoe meer ik mezelf kritisch bekijk. Zo van: ik weet nog niéts over mijn lijf. Het was vooral confronterend om het verschil te ontdekken tussen het gevoel waarmee ik iets doe en hoe het eruit ziet. Die discrepantie wou ik écht niet. Ik vind het nog altijd zeer verwarrend. Ik ben klein. Ik vergeet dat gewoon. Soms zie ik mezelf op video en denk ik: zó een klein dingske. Als ik dans en ik maak grote bewegingen (rekt zich en zwaait met de armen) dan denk ik dat het groots overkomt. Maar achteraf zie ik het op video en denk ik ‘jongens toch...'. Voor mij is mijn lichaam en het potentieel dat erin schuilt nog altijd een beetje een mysterie.”
Pieter: “Mensen verwachten van dansers toch nog altijd een bepaald soort welgevormd lichaam. Guilherme en ik hebben zeker geen stereotiepe lichamen. Gui is zeer behaard en ik heb nauwelijks schouders. Je zou ons niet vlug in een reclamefilmpje tegenkomen. Hoewel, daarin werken ze ook meer en meer met typetjes.”
Naakt dansen
> In de folder van Campo staat een prachtige foto waarin jij en Guilherme met open armen achter elkaar aan lopen. Wat jullie naakt doen in Still difficult duet is soms grappig, op andere momenten verrassend. Maar toeschouwers voelen zich bijwijlen ook haast gegeneerd of ongemakkelijk. Hoe groeide de idee om naakt te dansen?
Pieter: “Tijdens de creatie zaten Guilherme en ik dagenlang vast. We kwamen niet op gang.De spanning nam toe. Op een bepaald moment zonderden we ons twee dagen af van de buitenwereld. We bleven dag en nacht in de studio.Maar dat maakte het alleen maar erger. Uiteindelijk zette ik een nummer op. Opeens werkte dat. Ik wou iets doen waarbij ik niet hoefde na te denken. Guy stelde voor om de kleren uit te trekken en gewoon te beginnen springen. Vanaf dan bedachten we kleine taakjes. Zo is het stuk gegroeid. Op een bepaald moment was Guy geërgerd en begon hij te roepen. In plaats van erop te reageren dacht ik: 'dit is gewoon goed!'. We verwerkten het in de voorstelling. Steeds meer elementen van de relatie tussen twee mensen kregen een fysieke vertaling. Het stuk heeft dan ook veel met intimiteit en communicatie.”
> Hoe belangrijk is het voor de voorstelling om naakt te dansen?
Pieter: “Het stuk zou met kleren aan veel lagen missen. Als je op een lichaam slaat, wordt het rood. Dat zie je. Je hoort het ook. Toeschouwers ervaren dat anders. Het zet hen misschien aan het denken, bijvoorbeeld over hun eigen lichaam. Maar tegelijk blijft naakt aanstootgevend. Sommigen komen daar speciaal voor af, anderen blijven om die reden weg. Een vriendin van mij durft niet komen kijken. Ze zegt: 'hoe ga ik nog met jou kunnen praten als ik je naakt gezien heb?!'(lacht) Ook voor mij is het soms nog even schrikken. De laatste voorstelling was in een klein zaaltje. Er was veel volk en de mensen zaten tot op het podium. Na een achtervolging met Guilherme, kwam ik op de hoek van het podium uit. Ik bukte me voorover om even te bekomen. Plots zag ik dat mijn schoonbroer daar in de hoek zat, met z'n hoofd op ongeveer dertig centimeter van mijn kruis. Ik heb met toch wat verder opgesteld.”
Let’s go scratching
> Femke, de New York Times schreef een positieve recensie over At Large, het project van Eleanor Bauer waarin je meedanst en dat al te zien was tijdens The Game is up! in de Vooruit. Waarover gaat At Large?
Femke: “We vertrokken van de vraag welke relevantie dans nog heeft. Waarom doen we het?Waarom gaan we naar dansvoorstellingen kijken? We hebben in New York en Brussel interviews en research gedaan met professionele dansers. Maar we hebben ook honderden video's op youtube bekeken waarin gewone mensen elkaar dansstijlen aanleren. Die instruction videos bestaan voor allerlei stijlen zoals jumpen of de break dance. Als je professioneel danst, gom je heel snel de verwijzingen naar dansen die in je lichaam zijn opgeslagen uit of vertaal je ze in abstracte danstaal. We probeerden daarentegen al die referenties te omhelzen, op te slaan en weer te gebruiken. Uit verschillende genres haalden we heel concrete quotes, reeksen bewegingen. Maar we maakten ook onbegrijpbaar, hedendaags dansmateriaal.Daar zijn we mee aan het puzzelen gegaan. Onze leidraad was I move to move you. Zelfs letterlijk.”
> Jullie hebben ook een eigen social dance ontwikkeld: scratching. En jullie plaatsten de instruction video ervan op het net?
Femke: “De instructiefilmpjes op youtube hebben een typische structuur. De danser geeft aanwijzingen met de vingers, en doet voor wat juist en wat verkeerd is. Vaak blijft het hoofd ook buiten beeld. We maakten gelijkaardige filmpjes voor een zelf bedachte dans: scratching. Soms kom ik op een fuif al eens iemand tegen die onze video's gezien heeft en vraagt 'gaan we scratchen'? (lacht) Die filmpjes zijn voor alle duidelijkheid niet cynisch bedoeld. We willen juist delen, en zo veel mogelijk van wat dans is tot onderdeel maken van onze voorstelling.”
Tussen plezier en techniek
> Waarvan kan je genieten als je danst?
Pieter: “Ik geniet van het plezier van het dansen. Ik hou er niet van om bewegingen al te technisch uit te spitten en te bediscussiëren. Soms mis ik een soort van plezier, van onbekommerd zijn in het creatieproces van voorstellingen. De vraag ‘waarom’ staat te vaak centraal. Daarop kunnen we dan ons hoofd breken. Maar is dat echt het belangrijkste?”
Femke: “Daarin verschil ik dan van Pieter. Ik kan kicken op techniek. Ook en vooral omdat het voor mij zeer moeilijk blijft.Ik ben niet zo super technisch. Ik heb wel die invalshoek, maar geen enorme basis om op terug te vallen. Voor mij is het een uitdaging om er op te zweten. Liefst met andere mensen. Dat doe ik graag. Eigenlijk is het toevallig dans geworden. Samenwerken, iets vooropstellen, onderwerpen onderzoeken, vanuit dezelfde smaak en interesses: dat doe ik graag. Ik ben veel minder een maker dan Pieter. Ik ben meer ingesteld op samenwerking. Ik heb het geluk gehad dat klasgenoten van PARTS me gevraagd hebben om mee te werken.”
Pieter: “Ik vind het moeilijk om samen te werken, samen dingen te doen. Ik denk dat relaties altijd moeilijkheden met zich meebrengen. Maar je moet gewoon doorgaan. Ik zie nu al de sequel voor mij: “Still difficult duet II”, “Still difficult duet III”, ... (lacht)
> Kunnen jullie ook nog ‘gewoon’ dansen? In de woonkamer of op een fuif?
Femke: “Ik kan er enorm naar uitkijken om uit te gaan. Het summum blijft voor mij de Charlatan. Met de juiste mensen en de juiste muziek ben ik echt gelukkig.”
> Wie zijn dan de juiste mensen, wat is de juiste muziek?
Femke: "Lander, mijn jongere broer. Hij is ook een bevlogen danser. Liefst nog een paar professionele dansers, omdat die een speciale stijl hebben of ze zich vrij bewegen. En ook Kelly en Heleen, mijn twee vriendinnen. Maar geen lieven... (lacht). Qua muziek blijft TLP de top. Hij is nog altijd een van mijn favoriete party dj's."
Pieter: “Vroeger stond ik echt op alles te dansen. Dan kwam ik op een feestje en stopte ik niet voor de muziek uitging. Nu durf ik soms te denken: ik heb al genoeg gedanst. Af en toe ga ik lopen ik met de walkman op. Als ik dan wordt uitgedaagd door een liedje - dat kan even goed Millionaire als klassieke muziek zijn - kijk ik even of er niet te veel volk in de buurt is en dan begin ik te dansen. Echt dansen of keihard lopen, naar palen springen, er rond draaien, op en af vuilnisbakken. Dan voelt echt fantastisch... een parcours voor de muziek.”
Hedendaags in Gent
> Jullie zijn beiden in zekere zin terug aangekomen in Gent. Pieter, jij woont in Brussel maar werkt nu in Gent onder de vleugels van Campo. Bij jou, Femke, is het net omgekeerd: je woont terug in Gent, maar tourt de wereld rond. Blij om terug te zijn in jullie thuisstad?
Pieter: “Het was een bewuste keuze. Ik wist dat Campo zowat de beste plek was waar ik kon landen. In Brussel, bij P.A.R.T.S., zag ik bij onze leerkrachten hoe het is om artistiek zeer actief te zijn. Dat is vermoeiend en stresserend. Ze zijn constant onderweg. Vaak is het een onrustig leven. Daarom leek het me goed om ergens een soort van basis te hebben, een punt van waaruit je kunt vertrekken.”
Femke: “Het geeft me een rust om ‘s avonds met de trein terug te komen naar Gent. Hier zijn er een paar mensen waarmee ik goed kan praten en discussiëren over wat me bezig houdt. Wat ik zo wijs vind aan Gent is een plaats zoals de Vooruit. Ik werk daar als zaalmeisje, ik repeteer er af en toe, ga er eten, kom er om te fuiven en doe er voorstellingen. Waarom ik graag in Gent ben, valt daar samen in één plaats.”
Pieter: “Dat klopt. Zelf heb ik de Vooruit nog gekuist, ik zat er in een jeugdjury, kreeg er ondersteuning voor mijn eerste project. De Vooruit staat symbool voor de Gentse ontspannen sfeer waar alles in elkaar overloopt. In Brussel ben je veel meer afhankelijk van netwerken.”
> Hebben jullie als professionele dansers toekomst in Vlaanderen? Wat kunnen jullie bieden?
Femke: “Een klein probleem is dat de programmatie van cultuurhuizen vooral gericht is op internationale namen. Dansopleidingen zoals P.A.R.T.S. hebben enorm veel buitenlandse, jonge makers aangetrokken naar Brussel. Die blijven er vaak hangen. Ons land is daardoor wat verzadigd aan danstalent uit het buitenland. Daardoor is het moeilijker voor iemand van hier om kansen te krijgen in de zalen. Ik heb nog geluk want ik heb bij P.A.R.T.S. een netwerk kunnen opbouwen.”
Pieter: “Ik denk dat er gewoon nog geen groot publiek is voor jong werk. Daardoor zijn we afhankelijk van internationale tournees. Als je op een goed internationaal festival kan spelen, heb je een grotere kans dat er een Vlaamse programmator rondloopt die je kan oppikken. Het is vaak moeilijk om ons werk in een goede context te plaatsen; we staan vaak op de verkeerde plaats op het verkeerde moment. Dan speel je ergens één keer en begrijpt niemand er een bal van... Ik ben nu zes jaar weggeweest voor opleidingen in Oostenrijk, Nederland en bij P.A.R.T.S. Ik hoop dat ik mijn netwerk en opgedane ervaringen in Gent kan voorleggen, nagaan wat interessant is en de dialoog erover op gang brengen. Ik ben dan ook erg benieuwd naar de reacties op Still difficult duet.”
Femke: “Er zijn verschillende interessante verbanden te leggen. Mensen komen wel eens naar me toe met de vraag om les te krijgen, zeker als we nog enkele andere lesgevers uitnodigen. Maar dan hebben we wel een goede omkadering nodig. Wouter Bouchez en Julie Rodeyns van PAIN Arts zijn op dat vlak interessant bezig. In Brugge brachten ze voor Jonge Zwanen een schare beloftevolle kunstenaars samen. In een creatieve ruimte konden we aan de slag gaan. Uit die week is er veel voortgekomen. Hier in Gent, in Ledeberg, heb je ook zoiets: Chantier. Dat moet er meer zijn: een plaats die in de marge ruimte creëert voor experiment.”
> Is er nog een publiek voor hedendaagse dans?
Pieter: “Daar loop het soms een beetje mis. Als ik naar een voorstelling in het Kaaitheater ga, ken ik helft van de mensen.Het publiek bestaat vaak uit collega's en vrienden. Ik vraag me af hoe we meer mensen van buiten de theater- en danswereld kunnen aantrekken. Dat is waarom ik een plek als de Chantier zeer belangrijk vind. Daar wordt gezocht naar andere manieren van presenteren en het publiek wordt meer betrokken bij het creatieproces. Een voorstelling mag er al eens met een tentoonstelling en een feestje gepaard gaan. Zo breng je mensen met verschillende interesses samen en beïnvloeden ze elkaar.”
Femke: “Dansvoorstellingen in zalen zoals de Vooruit trekken wel veel studenten aan. De Vooruit stimuleert dat trouwens actief: ze betrekken studenten uit de theaterwetenschappen. Maar het is waar: op de moeilijkere voorstellingen komt enkel de incrowd af. De mensen uit Brussel zakken dan af naar Gent. De media treft ook wat schuld. Er zijn al niet veel Belgen werkzaam als hedendaags danser. Als ze dan eens optreden zoals Laura Vanborm onlangs in Campo, staat er de volgende dag geen bal over in de krant. ”
MATHIAS BIENSTMAN
Pieter Ampe zal de komende jaren zijn parcours verder uitbouwen onder de vleugels van Campo. Op 22 en 23 januari staat hij samen met Guilherme Garrido op de planken met Still Difficult Duet. Tickets en info: www.campo.nu of 09 223 00 00.
