



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Op zoek naar een Stad voor de mensen
Over het Pandinistisch Verblijvingsfront, Stadsvernieuwing en herwaardering.
Het Gentse Patershol, dat nu een toeristische restaurantbuurt is, was eind de jaren '70 begin jaren '80 het schouwtoneel voor een sociale strijd. We beleven de naweeën van mei ’68 en de economische crisis van 1973 heeft zich net doorgezet. Door de lage huurkosten leefden daar toen vooral krakers, studenten, arme bewoners en gepensioneerden. De conservatieve burgemeester Placide Depaepe wou het Pand in het Patershol ontruimen. Wat nu geïntegreerde planning heet en sociale stadsvernieuwing, stond toen in zijn kinderschoenen.
De strijd om het Patershol werd een symbolische case in de clash tussen “stadsvernieuwing” op maat van de markt versus “sociale stadsvernieuwing” voor de mensen in de buurt. We gingen hierover spreken met enkele protagonisten zoals oud-pandinisten Luc Rogiest, Luc Emmery en Piet Creve; Marc Heughebaert (toen GEBAK/ BIRO) en Herman Rosseau en Geert Vandoorne, die toen respectievelijk op de planningsdienst en monumentenzorg werkten.
Het Patershol: van donker hol tot strijdtoneel voor sociale stadsvernieuwing.
Onder invloed van de industrialisering vanaf 1850 trokken veel arbeiders naar Het Patershol dat toen bekend stond om zijn industriële bedrijvigheid. Vanaf 1900 vinden ook kunstenaars en minderbedeelde groepen op zoek naar werk en goedkope huisvesting de weg naar het Patershol. Deze groepen, zouden uiteindelijk de patriciërs van weleer vervangen. Vanaf 1880 wordt de buurt benoemd als het “PATERSHOL”. Karel van De Woestijne stelde het als volgt: “Het Patershol droeg een naam zonder dubbelzinnigheid; het was een inktzwart hol waar in verleden eeuwen honderden paters woonden”. De naam “Patershol” verwees oorspronkelijk naar de Kloosteruitbreiding in 1720 overheen het water. Er werd echter een “hol” bewaard voor de bewoners om water te halen.
Terwijl het klooster der geschoeide Karmelieten aan de Vrouwebroederstraat 8, dat later ‘het Pand’ zou heten, tot 1850 een religieuze functie had, werd het erna vooral een opvangplaats voor armen, kunstenaars en bohemiens. Bij een telling in 1890 waren er 300 à 400 cafés. Dat is één café per 50 inwoners. Tussen 1900 en 1930/1945 blijft de buurt veel arbeiders en kunstenaars aantrekken. De buurt was doorheen deze jaren alom bekend voor zijn cafés, bordelen en krotten,…Door de nabijheid van de Gentse Academie wordt het Patershol het “Montparnasse van Gent” of “de Marollen van Gent” genoemd. Echter, meermaals klonk de samenvatting over de buurt ook als volgt: “GESPUIS, UITVAAGSEL, UITSCHOT, JAN HAGEL, PLEBS…” De wetten om het “karakter” van de buurt in de pas te houden stapelen zich op. In 1878 is er de “Wet op de Openbare Dronkenschap”, in 1919 wordt de “Wet Vandervelde” op gemaakt en in 1937 komen er hogere taksen op cafés en nachtleven door schepencollege om het aangezicht van de buurt in te tomen.
De wereldtentoonstelling van 1913 zet de ideeënmolen over het toeristisch potentieel van de buurt in werking en uiteindelijk wordt het Patershol in 1979/1980 als eerste “herwaarderinggebied” geselecteerd voor “stadskernvernieuwing”. Daarvoor werd het Pand aan de Lange Steenstraat geviseerd. Al in 1978 kregen de oudjes, kunstenaars en studenten die het Pand bewoonden bericht dat ze het oude klooster moesten verlaten. Vreemd is dat terwijl de studenten binnen de 3 maand het Pand verplicht moesten verlaten, de oudere mensen die er woonden tegen zo’n 300 BEF. huur per maand, wat toen ook al een lage prijs was een brief kregen met een eerder zachte ondertoon over “de huuropzeg”. De meeste ex-Pandinisten zien dit als een “verdeel en heersstrategie”. Het Pand werd namelijk bouwvallig en dus onveilig verklaard. De gebouwen, die toen in de handen van de Provincie waren zouden gerestaureerd worden en een nieuwe bestemming krijgen. Men sprak toen in de plannen van SHIAS (architectuur en stedenbouw) van een hotel, antiekwinkels, soeveniershuisjes en boetiekjes, en nog later in 1978 van een “jeugdhotel”. De reactie van Luc Emmery op de brief van de gouverneur vat de sfeer van die hele strijd mooi samen en klinkt nog steeds actueel: “Dergelijke handelswijze buigt gewoon de democratie om in haar tegendeel. Het is duidelijk dat hier opnieuw de sociaal zwakste groep van de Gentse binnenstad (bejaarden, invaliden,…) dreigt te worden verdreven uit de buurt waar ze reeds tientallen jaren leven.” (De Morgen, 29 maart 1979).
De bewoners van het Pand pikken dit niet en Het “Pandinistisch Verblijvingsfront” was geboren. De naam van de groep werd door Jan Emmery uitgevonden en alludeerde op het Sandinistisch Bevrijdingsleger in Nicaragua. Op 9 september 1979 trok een optocht van het Pand in het Patershol doorheen de stad. Paard en kar werden letterlijk van stal gehaald om alle mensen (ook de gepensioneerde oudjes) mee te krijgen. Walter De Buck, zelf Pandinist, trok de protestmars door Gent. Het Pandinistisch Verblijvingsfront organiseerde op 13 juli 1979 samen met een schare van activisten en artiesten een huurstaking. Met het geld dat bespaard werd, gingen de Pandinisten zelf aan de slag om het Pand te restaureren; zo werden alle gevels van de hele binnenhof tot aan de goot herschilderd. Ook konden alle gezondheids- en veiligheidseisen die de Provincie toen op tafel legde konden betaald worden. Ook werd druk gezet op de Stad Gent om het Pand over te kopen van de Provincie. Door het protest kreeg men van toenmalig schepen van stedenbouw Jacques Monsaert op 8 december 1978 uitstel tot 31 augustus 1979.
De woonfunctie door de renovatie van het Pand voor de zittende bewoners behouden stond centraal als één van hun belangrijkste claims, naast de eis voor “inspraak” en “gefaseerde renovatie”. Marc Leten van het Pandinistisch Bevrijdingsfront stelde de destructie van “een manier van leven”, en “het offer aan de prestige en kommercie” als volgt voor in een brief op 4 september 1979: “Het behoud van de woonfunctie in het Pand (Patershol, Gent) is sinds september 1978 onderwerp van Aktie door bewoners en sympathisanten.(…) Het gaat hier niet enkel om de uitdrijving van circa 50 personen uit de woning welke voor elk van hen het centrale en onvervangbare punt in hun leefwereld vormt. Het gaat ook om de wellicht definitieve teloorgang van een kleine gemeenschap in het hart van de stad, waar jongeren en ouderen, mensen van diverse sociale standen en gezindheden--- juist door de architectuur van het gebouw—naast en met mekaar een harmonieus leven kunnen leiden”.
De bekommernis omtrent het behoud van erfgoed leefde toen trouwens heel erg sterk. Meer zelfs, het was ook de basis om over de woonfunctie na te denken tijdens de herwaardering van wijken. Er werd nochtans geen kans onbenut gelaten om een karikatuur te maken van die strijdpunten en omdat men de Pandinisten niet kon plaatsen, leiden allerlei verdachtmakingen zoals het zogezegd aanwezig zijn van een lid van de RAF en een gijzeling van een infobureau van de stad tot hevige politieactie. Het zou echter tot 1980 duren voor de Pandinisten er echt “manu militari” werden uitgezet. Er werden allerlei acties georganiseerd zoals de picknick op de Kouter, bloemenverkoop in de Veldstraat, theaterspelen (theater ARENA), open vergaderingen en open dagen om de mensen het Pand te laten bezoeken. Er was ook het radiostation in het Pand.
Omdat de beweging verbonden was met een netwerk van organisaties, kreeg ze slagkracht. Luc Rogiest had rechten gestudeerd en was verbonden met de Wetswinkel. Meteen kon men de huuropzegbrief gaan betwisten als “onwettig”. Echter, een hele schare van organisaties zorgde voor een brede mobilisatie van verschillende werkgroepen (werkgroep Zuid, werkgroep “stadsvernieuwing”, werkgroep Muide, Werkgroep Groene Vallei, enz….), alsook Vuile Mong en zijn Vieze gasten en het Gents Universitair Straattoneel. Ook werden relaties uitgebouwd met Antwerpse groepen (de Neefsteeg ea.). Vanaf 18 februari 1979 werd de “Pandkrant” opgericht om de bevolking te informeren en werd een handtekeningenactie opgezet. Dat alles leidde ertoe dat de strijd van de Pandinisten het nieuws haalde wat zorgde voor een versterkte mobilisatie.
Na een bittere strijd werd het Pand op 3 september 1980 helemaal ontruimd, al haalden de Pandinisten in 1991 hun gelijk voor de Raad van State. Om naar de Raad van State te trekken werd de VZW Pandinistisch Verblijvingsfront opgericht, al gingen maar enkele mensen mee in dit verzet op “langere termijn”, waaronder Luc Rogiest, Marc Rummens en Filip Van den Ende. Tegenwoordig is het Pand één van de meest aangename “sociale woningen” in Gent. Echter, zoals Piet Creve aangeeft, uit die strijd zouden zich verschillende acties verder zetten zoals GEBAK (Gentse Buurt en Actiegroepen) die prikacties deed, stadswandelingen in verschillende wijken en de beruchte actie op de Floraliën, en de mislukte poging een brede beweging te vormen: “STAD VOOR DE MENS”, die later zou omturnen in AGALEV. Een nieuwe generatie politici die als “vernieuwers” werden gezien zoals Jacques Monsaert in Gent en Bob Cools in Antwerpen kwam aan de macht, Van hieruit start een “trial & error”-proces zonder veel centen, maar wel met ruimte voor participatie en overleg die de grondslag zou vormen voor de verdere stadsvernieuwing.
Herwaardering in het Patershol. Een gesprek met Geert Vandoorne en Herman Rosseau:
In een café bij het Sint Baafsplein spreken we over herwaardering, stadsvernieuwing en de strijd van het Pandinistisch Verblijvingsfront met Herman Rosseau en Geert Vandoorne, twee ouwe rotten op het vlak van stadsvernieuwing.
Hoe belangrijk is dat momentum geweest? De herwaardering van het Patershol komt in het vizier kort na de fusie van 1977, zo opent Herman Rosseau het gesprek. Rosseau werkte het grootste deel van zijn leven als ruimtelijk planner op de Gentse Dienst voor Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw. “Echter, die hele bewustwording over stadsvernieuwing, moet je wel zien in een breder tijdsvak”, zo stelt Geert Vandoorne. “We zitten in de context van einde de jaren ’60. Er was toen geen echt bewustzijn en visie op ‘de stad’ en ‘stedelijkheid’. Bijvoorbeeld: eind ’50, begin ’60 zie je de krotopruiming in de Groene Briel die gewoon vervangen wordt door hoogbouw zondermeer en ook de de Amelinckx-blokken in de Groene Vallei dateren van toen. Je ziet evenwel druk ontstaan van onderuit. De Lodewijk De Raet-stichting bijvoorbeeld zette heel wat druk op het beleid om een visie en een structuurplan te ontwikkelen”. Rosseau vult aan: “Toen ook Frits Meyvaert van de Dekenij druk ging leggen, werd uiteindelijk “Gent Morgen” geboren, een architectuurwedstrijd waarop een reeks plannen, 60 inzendingen, voor de toekomst van Gent werd voorgelegd. De fusie van 1977 was dé gelegenheid om goed na te denken over een nieuwe visie en aanpak. Dat was in die tijd behoorlijk revolutionair.
Op die basis zou de CVP de verkiezingen winnen. Jacques Monsaert werd schepen van ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing. Voor de eerste keer werd een team van 4 à 5 planners uitgebouwd, waar bijvoorbeeld Evert Lagrou en ikzelf (Herman Rosseau) deel van uitmaakten. Je moet ook weten dat Monsaert een sociale achtergrond had. Hij kwam bijvoorbeeld vanuit de Scouts. “De Mens” in plaats van de stenen, stond centraal bij hem. De eerste buurt waarin deze sociale stadsvernieuwing vorm kreeg was Sluizeken-Muide in 1978, waarbij er toch inspraak van de buurt was. Het Patershol echter zou minder vlot lopen. Pas in 1982 werd Monsaert zelf burgemeester van Gent, net toen het beleid rond monumentenzorg op de kaart werd gezet.
Geert Vandoorne: “Het Patershol werd in 1981 erkend als 2de herwaarderingsgebied, onder Minister Ackermans (VL) en kreeg de bestemming van “beschermd stadsgezicht”. Er wordt een informatiecentrum opgezet in het Patershol en Paul Ackermans, die toen als schepen van stadsvernieuwing onder Monsaert werkt, zorgt er bovendien voor dat er stuurgroepen komen waarin zowel beleidsmakers als bewonersgroepen vertegenwoordigd zijn en waardoor verschillende visies en belangen betrokken worden in de stadsvernieuwing.”. Geert Vandoorne pikt hierop in: “Typisch voor Monsaert is de sociale visie op stadsvernieuwing die hij al oppikte als schepen. Bijvoorbeeld, terwijl “het herwaarderingsbesluit/herwaarderingsbeleid” op Vlaams niveau er pas in 1982 kwam, had Monsaert al in 1978 veel eigen middelen werden gestopt in het herwaarderingsgebied Prinsenhof en in een eerste generatie van herwaarderingsgebieden. Op het moment dat de tweede ‘officiële’ generatie herwaarderingsgebieden er kwam, zoals de Sas-en Bassijnwijk, was er met andere woorden een expertise uitgebouwd.” Herman Rosseau: “Bovendien kon Monsaert ook het geld van de geplande Metro recupereren voor sociale stadsvernieuwing. Echter, de eerste realisatie van Monsaert kan je terug brengen naar Sluizeken-Muide en het herwaarderen van het Meerhembeluik.” Eigenlijk gaat de huidige stadsvernieuwing toch sterk terug op de herwaarderingsaanpak.
Is er een Gents model? Geert Vandoorne: “Ik zou niet zozeer spreken van een ‘model’. Wat je wel ziet in Gent is het meetrekken van de bewoners, die functioneren als bevoorrechte getuigen. Voor elke buurt proberen we een identiteit te behouden tijdens grote veranderingen. Kijk naar het Rabot. Daar heb je een amalgaam van architectuur; een mozaïek van bouwstijlen. Je ziet er zowel de feodale architectuur als sociale woonblokken. In Brussel bijvoorbeeld zie je veel grotere breuken in het weefsel dan in Gent.” Staat Gent dan niet bekend om zijn sterke professionalisering in de diensten? “Ja, dat is wel zo. Ooit had je een ploeg mensen die over diensten heen kon werken. Nu zie je meer hokjes en verkokering dan vroeger“
Is het voor de gewone burger soms niet moeilijk om het overzicht te bewaren overheen die lange tijdspannes? Herman Rosseau pikt meteen in: “Vandaar dat communicatie zo belangrijk is. Je creëert er anderzijds verwachtingen mee natuurlijk; vooral wanneer een concreet plan wordt opgemaakt. Het kan echter nog jaren duren voor de eerste steen gelegd wordt. Bij “Ledeberg Leeft” bijvoorbeeld mag je tien jaar rekenen voor alles “af” is, al zijn de projecten nu al bezig. Vandoorne geeft het voorbeeld van de uitbaggering en openen van de waterlopen. We zijn ondertussen twee legislaturen verder en het werk gaat nog steeds door. Ook het Emile Braunplein startte al 18 jaar geleden.”
PASCAL DEBRUYNE
Film:
IN ’T PATERSHOL: film van Godelieve Van Geertruyen – super 8 – 1973-1979 – 11min. Met: buurtbewoners, hippies, Walter de Buck,…De filmmaakster woonde tijdens de jaren ’70 in het Patershol. Het Patershol was toen een echte volkswijk, met de kleurrijke figuren en verhalen die daarbij horen.
Artikels en boeken:
De Muren weten ervan. Uitgegeven door het Huis Van Alijn, 1998. Te koop bij het Huis van Alijn
Gent Morgen, 25 jaar dromen, plannen en bouwen in de stad. Karel Van Keymeulen, Wout de Vuyst, Maria De Waele en Herman Rosseau, 2006. Te koop in de stadswinkel in het administratief centrum aan het Zuid.
