Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Nieuwe bestemming voor ARBED industrieterrein

ANALYSE

 

TT06_p20 DSC_0002.jpg
(foto: Christiaan)
Gerard Pauwels

In het oude Gent heeft de industrie lange tijd een belangrijke plaats ingenomen. Toen de typisch negentiende-eeuwse textielfabrieken aan belang inboetten, kwamen ACEC, ARBED en later ook Alcatel in de plaats. Ondertussen is de bloei van de Gentse industrie bijna volledig verleden tijd. De herschikkingen door het stadsontwikkelingsproject ‘Trefil Arbed’ rond de terreinen van het voormalige ARBED zijn bijna rond. De buurt is blij met het verdwijnen van de industrie. Toch is de sluiting allesbehalve correct verlopen en bestaat er nog geen zekerheid over de nieuwe bestemming voor het vroegere Treillarméterrein. De bodem is aan een grondige sanering toe.

 

In Gentbrugge is ARBED een begrip. Er is een noord-site en een zuidsite. Samen beslaan ze iets meer dan vijftien hectaren. Daarop verspreid lagen in een niet zo ver verleden verschillende afdelingen van de staalreus (nu gefusioneerd in Arcelor). Treillarmé was er één van, diegene die het langst open bleef. De 78 arbeiders die op 13 juni 2002 tegen wil en dank afzwaaiden, waren de laatste overblijvers van de ruim 1300 werknemers die de groep er in de jaren zeventig nog telde. De Puntfabriek (zoals beide sites in de volksmond heten) was toen nog bij uitstek een familiale aangelegenheid. Werken ging er over van vader op zoon en veel van de arbeiders woonden ook in de Gentbrugse Flora- of Sas-en-Bassijnswijk. Aangezien de buurt min of meer vergroeid was met de fabriek bleven strubbelingen uit.

 

TT06_p20 DSC_0005.jpg
(foto: Christiaan)
Treillarmé

In 1993 ging de Puntfabriek failliet. Een overgrote meerderheid van de arbeiders werd ontslagen en de site van ARBED-Noord kwam vrij voor herbestemming. Van het hele Gentbrugse Arbedpatrimonium bleef enkel Treillarmé op de zuidsite over. Bij Treillarmé werden staalnetten gemaakt om beton in te gieten. Vooralsnog bleef het bedrijf draaien als onderafdeling van de Luxemburgse metaalgigant. Maar ook dat bleef niet duren. In juni 2000 verkocht ARBED haar laatste Gentse vestiging door aan RIVA, een Italiaanse firma. Nog geen jaar later, in februari 2001, werd de Nederlandse firma ‘Van Merksteijn Bouwstaal’ eigenaar.

 

KOPEN OM TE SLUITEN

 

Vanaf het begin was duidelijk dat de Nederlanders er wat bedenkelijke methodes op nahielden. Zo werd al één dag na de overname de eigen Gentbrugse verkoopdienst opgedoekt.

 

Als de werknemers zich de ware toedracht van de overname zouden hebben gerealiseerd, hadden ze vast harder geprotesteerd. Pas enkele jaren later werden echter de ware bedoelingen van Van Merksteijn duidelijk. Investeren in Treillarmé was nooit het plan geweest.

 

Achteraf gezien kunnen er drie redenen worden aangewezen voor de overname en de vlugge sluiting.

 

Om te beginnen is het een bekende praktijk dat concurrenten door bedrijven worden opgekocht om het eigen marktaandeel te vergroten. En waarom nog investeren in een wat verwaarloosd bedrijf als in een eerste fase alles vanuit Nederland kan worden geleverd?

 

TT06_p20 DSC_0003.jpg
(foto: Christiaan)
Gerard Pauwels

Een tweede reden is wat ingewikkelder. Elk land in Europa heeft zo zijn eigen exclusieve fiscale voordelen en achterpoortjes. Tot vijf jaar terug bestond de Nederlandse variant erin dat Nederlandse bedrijven eventuele verliezen van hun dochterondernemingen, ook in het buitenland, mogen verrekenen in hun boekhouding. Op die manier konden ze de belasting op hun winsten doen afnemen. Verschillende Nederlandse immobiliën-agentschappen waren daarom gespecialiseerd in het verhandelen van bedrijven die niet (meer) produceren. In het verleden gingen zo al verschillende Belgische bedrijven in Nederlandse handen over - de Boelwerf in Temse en de Gentse buizenfabrikant Carnoy zijn bekende voorbeelden.

 

Voor bedrijven dicht bij of midden in een stad geldt nog een derde goede reden om ze te kopen en te sluiten. Eenmaal alles opgedoekt, zijn die enkele hectaren stadsgrond heel wat waard. Niets dat stadsplanners zo doet watertanden. Voor Van Merksteijn drie vliegen in één klap!

 

BEWONERS VERSUS WERKNEMERS

 

Begin 2002 werd door de stad een BPA (Bijzonder Plan van Aanleg) voor Arbed-Zuid opgesteld. De stukken buiten het eigenlijke bedrijfsterrein werden ingekleurd als openbaar speelterrein, KMO-zone en woningzone. Treillarmé werd ‘uitdovend fabrieksterrein’ en kreeg een nieuwe milieuvergunning tot 2012. Maar de vrachtwagens die af en aan reden, zorgden voor heel wat lawaaihinder en de buurtraad richtte daarom een werkgroep op. Die vroeg onder meer dat de fabriek met gesloten deuren zou werken en dat de aan- en afvoer voortaan langs de achterkant van de fabriek zou gebeuren.

 

TT06_p20 DSC_0007.jpg
(foto: Christiaan)
Treillarmé

Bij de Stad waren ze zich bewust van de overlast in de woonwijk. Het college stelde Van Merksteijn dan ook voor om te verhuizen naar een terrein in de Gentse haven. In eerste instantie toonden de Nederlanders zich geïnteresseerd. Toch beslisten ze in het voorjaar van 2002 om de deuren te sluiten. De enige uitleg aan de werknemers was het tegenstribbelen van de buurt. Natuurlijk hadden de buurtbewoners geen schuld aan de ontslagen, maar de werknemers begrepen dat anders. Het kwam zelfs tot een opstootje. En terwijl de onderhandelingen over brugpensioenen en ontslagpremies nog bezig waren, stemde de gemeenteraad al een nieuw BPA. De beer had nog niet goed en wel zijn laatste adem uitgeblazen of het vel was al verkocht.

 

Ook al trof de Stad evenmin schuld in verband met de sluiting, men heeft zich misschien toch iets te gemakkelijk door Van Merksteijn in het ootje laten nemen.

 

ONTWIKKELING VAN TREFIL ARBEDSITE

 

De stad plant momenteel, samen met het AG SOB van wie de gronden op de noordsite zijn, een reconversieproject op Arbed Noord en Arbed Zuid. Het is een soort voortzetting van het stadsvernieuwingsproject in de Sas- en Bassijnswijk, waar een groter sociaal woningproject werd verwezenlijkt.

 

TT06_p20 DSC_0008.jpg
(foto: Christiaan)
Treillarmé

Op Arbed Noord worden vooral bedrijfsterreinen opnieuw ingevuld, samen met nieuwe woningbouw (private en sociale woningen), en komt er een park aansluitend op de groenas langs de Schelde. Op Arbed Zuid wordt er vooral gestreefd naar een mix van kleine en grote bedrijven. De economische ontwikkeling geeft ook een sociale return aan de buurt. De Stad zal er over waken dat alle bedrijven oog hebben voor ‘maatschappelijk ondernemen’ en ‘goed nabuurschap’. Op dit moment zijn al het centrum voor sociale economie ‘De Punt’, Sebeco Callcenter en de Zwarte Doos, de Dienst Stadsarcheologie en het Stadsarchief, gevestigd op Arbed Noord. Onder andere Trevi (milieuadvies) en Ivago bevinden zich op Arbed Zuid. Ook gepland op de site zijn ondermeer de RVA en een drukkerij. Hoe deze sociale return hard gemaakt kan worden en wat dit concreet inhoudt voor de bewoners van de wijk, blijft echter onduidelijk, want ‘sociale return mag, maar moet niet.’ Voorrang aan buurtbewoners zou misschien een aanzet zijn?

 

WIE BETAALT DE SANERING VAN TREILLARMÉ?

 

Het totale reconversieproject ziet er ontegensprekelijk veelbelovend uit. Er wordt gefocust op kwalitatief wonen en de planners zijn op een mooie manier omgegaan met het industriële erfgoed van de site. Daarnaast zullen enkele bodemsaneringen ruimte vrijmaken voor de aanleg van onder andere twee buurtparken. Waar het AG SOB zelf de gronden bezat, bestond er geen twijfel over de sanering van de grond: daar was de overheid bij hoofde van OVAM verantwoordelijk.

 

De situatie op Treillarmé kan echter een smet werpen op het blazoen. Over de saneringen daar (en bij uitbreiding over alles in verband met de site) wordt vooral veel mist gespoten. Pas onlangs is er een Nederlandse projectontwikkelaar opgedoken die momenteel onderzoekt wat de opties zijn. De grootste vraag blijft wie eigenaar wordt van de gronden en wie dus zal instaan voor de kosten. Zonder bodemattest mag de grond niet worden verkocht, behalve als de koper alle saneringskosten overneemt.

 

TT06_p20 DSC_0013.jpg
(foto: Christiaan)
Treillarmé
TT06_p20 DSC_0012.jpg
(foto: Christiaan)
Treillarmé

Wat Van Merksteijn wel zou kunnen doen, is de sanering op kosten van OVAM en de Belgische belastingsbetaler verhalen. Dat is mogelijk als hij zich failliet laat verklaren en de grond dus overlaat aan de Staat. Een andere optie, privé-ontwikkeling (en sanering), is enkel aanvaardbaar als er duidelijke en controleerbare voorwaarden aan vastzitten. Wat geld opbrengt, zal immers niet per definitie goed zijn voor de buurt. Hoe zwaarder de vervuiling, hoe meer woningen gebouwd zullen worden om de kosten van de sanering te compenseren.

 

ZEER ZWAAR VERVUILD?

 

Sinds een paar jaar zijn enkele ex-werknemers, buurtbewoners en sympathisanten actief bezig met de situatie van de teloorgegane fabriek. Het is een ex-werknemer, Gerard Pauwels, die samen met enkele van zijn vroegere collega’s de bal aan het rollen heeft gebracht. “In februari 2003 was ik het beu. Ik heb mijn burgerplicht gedaan en alles gemeld aan Stad Gent. Het moest maar eens gedaan zijn.” In februari 2003 meldde hij de Stad dat er jarenlang vervuilde hydraulische olie in de grond is gepompt.

 

“Ik vermoed dat het over twee miljoen liter gaat. De fabriek verbruikte een paar duizend liter per week.” Alsof dat nog niet genoeg is, liggen her en der in de fabrieksloods restanten van de trekzeep die gebruikt werd om de ijzeren draden dunner te maken. Het witte poeder is bijzonder kankerverwekkend (iets wat de werknemers destijds niet wisten). “Van de trekzeep die we op het einde hadden”, stelt Gerard “gebruikten we ook een paar duizend liter per week”.

 

“Er is jarenlang vervuilde hydraulische olie in de grond gepompt. Ik vermoed dat het over twee miljoen liter gaat. De fabriek verbruikte een paar duizend liter per week.”

 

TT06_p20 DSC_0019.jpg
(foto: Christiaan)
Gérard Pauwels in de oude Treillarmé

Er volgden bijna onmiddellijk boringen waarvan de stalen zelfs op het eerste zicht weinig goeds deden vermoeden. “Op mijn vraag aan de mensen van het labo of er iets te vinden was, antwoordden ze dat het ongelofelijk was.” De verantwoordelijke voor de boringen liet Gerard en zijn kameraden aanvankelijk nu en dan toe de boringen bij te wonen, maar bleek naderhand niet meer bereikbaar te zijn. Om wat meer klaarheid in de zaak te brengen, werden daarom eind oktober op een bijeenkomst van ex-werknemers, buurtbewoners en sympathisanten enkele vragen overgemaakt aan het stadsbestuur. Er werd onlangs ook overgegaan tot het verzamelen van 2000 handtekeningen om het dossier besproken te zien op de gemeenteraad.

 

Meer samenspraak tussen de betrokkenen en het stadsbestuur kan er hopelijk voor zorgen dat de eigenaar zal betalen voor wat hij gesloten en vervuild heeft achtergelaten…

 

NATAN HERTOGEN, PASCAL DEBRUYNE EN CHRISTIAAN DEBEUCKELAER

 


Afbeelding vervuiling met

Afbeelding vervuiling met olie

Op de onderstaande figuur ziet u de plaatsen aangeduid waar de vervuiling van olie in de grond het zwaarst is (overschrijding 80% bodemsaneringsnorm). Op de bovenste afbeelding werden de vervuilde plaatsen geprojecteerd op een luchtfoto van de site (waarop duidelijk de gebouwen van Treillarme te onderscheiden zijn). Op de onderste afbeelding werden de plaatsen geprojecteerd op het huidige BPA dat werd opgemaakt voor de site. Hierop is duidelijk te zien dat de grootste vervuiling precies op die plaats ligt waar er woningen gepland worden (Op het BPA roze en oranje ingekleurd).

 

Vervuiling Treillarme

 


Persontmoeting 13 juli 2006

Persontmoeting 13 juli 2006

Treillarmé / BPA- Arbed Zuid

1. Mensen van het burgerinitiatief Treillarmé zijn het dossier over de vervuiling van de grond gaan inkijken bij OVAM. Daaruit blijkt dat sanering nodig is omwille van vervuiling door olie en zware metalen. Samenvatting in bijlage. Originele stukken op aanvraag.

2. Op maandag 17 en dinsdag 18 juli vanaf 14 uur tot 18 u zullen ex-werknemers van Treillarmé, bewoners en sympathisanten handtekeningen ophalen voor het burgerinitiatief.

3. Ondertussen wordt achter de schermen druk gewerkt aan een oplossing voor het uitvoeren van het BPA Arbed Zuid voor als het tot een verkoop van de gronden komt.

Volgende constructie is i de maak:

+ het Autonoom gemeentelijk ontwikkelingsbedrijf AGSOB koopt de gronden.
+ een deel wordt doorverkocht aan een Sociale Huisvestingsmaatschappij voor sociale koopwoningen.
+ een deel wordt doorverkocht aan een Sociale Huisvestingsmaatschappij voor sociale huurwoningen.
+ een stuk van dit laatste deel moet doorverkocht worden aan een projectontwikkelaar aan dezelfde prijs voor private koopwoningen.

Wij hebben volgende kritiek op deze constructie en zullen deze kritiek zeker inbrengen op het ogenblik het punt zal opgenomen worden op de agenda van de gemeenteraad:

+ De doorverkoop van een stuk van de gronden van een Sociale Huisvestingsmaatschappij aan een projectontwikkelaar is een vreemde PPS (Private Publieke Samenwerking). Met als doel een private maatschappij aan zeer goedkope gronden te helpen voor betere woningen met een grote meerwaarde voor de projectontwikkelaar.
+ Volgens onze informatie is deze projectontwikkelaar een stroman van de huidige eigenaar en kan deze constructie beschouwd worden als een cadeau aan de huidige eigenaar om onder meer de kost van de sanering af te wentelen. We herinneren er aan dat de huidige eigenaar Van Mercksteyn spotgoedkoop eigenaar geworden is van de gronden en vele fiscale voordelen heeft gekregen door de overname en de sluiting van Treillarmé. Deze cadeau wordt mee mogelijk gemaakt door het AGSOB dat meer dan een overheidsdienst uit is op financiële return en zich gemakkelijker leent tot “creatieve constructies”
+ Wij merken dat op die manier de gemeenschap maar al te zeer mee opdraait voor de winsten van de privé. De uitvoering van het BPA Arbed Zuid gaat ten koste gaat te koste van volle inzet aan goedkope sociale woningen. Private koopwoningen in deze buurt zullen een verdringingseffect op de lagere inkomens.

Wij eisen:

1. Kaarten op tafel ! Het stadsbestuur moet de bevolking inlichten over dit dossier.
2. Volledige bouw van goedkope sociale

Info:

Raf Verbeke
Natan Hertogen

Info 0497/23.07.60.
carineraf@pandora.be

Dossier Treillarmé bij

Dossier Treillarmé bij OVAM:

Het dossier bestond uit een oriënterend bodemonderzoek, een actualisatie daarvan, een aanvullend bodemonderzoek en daarnaast nog het beschrijvend onderzoek. Daarnaast kaarten waar de precieze plaatsen waar de normen werden overschreden op aangeduid staan.

Wat is af te leiden uit een eerste kijk:

- Er zijn op verschillende plaatsen overschrijdingen van de normen.
- De waarnemingen van Gérard Pauwels worden bevestigd door de metingen
- Men besluit dat er geen direct risico is voor de mens, dit echter op basis van berekening die uitgaan van een bestemming als industriegebied.

Verontreinigde grond:

- Minerale olie: het volume verontreinigde grond (overschrijding van de normen) wordt geschat op 8400 m³ over een geschatte opp. van 1400 m² en een diepte van 0 tot 7 meter.
- Voor zware metalen wordt het volume verontreinigde grond geschat op 1000m³ over een geschatte opp. van 140 m² en een diepte van 0 tot 7 meter

Schattingen verontreinigd grondwater:

- met zware metalen: 3600 m³ over een opp. van 1200 m² en een diepte van 2 tot 5 m-mv.
- met PAK (kankerverwekkende koolwaterstoffen) 2250 m³ over een opp. van 750 m²
- met minerale olie: 4200 m³, over een opp. van 1400 m²

Op basis van de metingen heeft men een risico-evaluatie gedaan van de verontreiniging voor de mens (met het zgn. VLIER-HUMAAN model. Deze evaluatie is echter gebeurt vanuit de idee dat het terrein bestemd was als industriegebied. De berekeningen voor industriegebied en die voor bvb. woongebied zijn echter helemaal anders, zodat het best mogelijk is dat met de berekeningen voor een bestemming woongebied heel andere resultaten geven (de effecten van baden/douchen met het water worden bvb. niet in rekening genomen, noch het kweken van gewassen in de vervuilde grond).

Niettemin besluit men uit de VLIER-HUMAAN simulatie "dat er geen risico uitgaat van de parameters koper en minerale olie voor het gebruik van het terrein als industriegebied." Maar "aangezien het een gemengde verontreiniging betreft, dient er toch te worden overgegaan tot bodemsanering. Er dienen geen voorzorgsmaatregelen genomen te worden."

Daarnaast heeft men ook het risico op verspreiding berekent op basis van de grondwaterstroming. Daaruit zou blijken dat "de verontreinigen in het grondwater zich zeer traag verspreiden. De dichtstbijzijnde grondwaterwinning bevindt zich op meer dan 500m van het studiegebied. Dit betekent dat er geen risico bestaat op contaminatie van nabijgelegen grondwaterwinningen door de verontreinigingen in het grondwater."

Wat betreft oppervlaktewater besluit men droogweg dat "het dichtstbijzijnde oppervlaktewater is de Schelde en is gelegen op ca 300m van het studiegebied. Er bestaat geen risico op verspreiding van de aanwezige verontreiniging via het oppervlaktewater."

Wat betreft planten: er zijn geen kwetsbare gewassen, zoals landbouwgewassen, aanwezig in de onmiddellijke omgeving. Er werd geen visuele toxiciteit vastgesteld bij de planten.

Wat betreft dieren: "Aangezien er geen landbouwterreinen aanwezig zijn in de nabijheid van het studiegebied is er geen risico naar dieren toe.

Onderzoek uitgevoerd door Ecorem (Aartselaar).

Elias