



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
De eerste generatie die het slechter zal hebben dan haar ouders
Van alle leeftijdscategorieën zijn de twintigers het sterkst vertegenwoordigd in Gent. In 2005 waren er 36.586 Gentenaars tussen 20 en 29 jaar, of ongeveer een zesde van het totale bevolkingsaantal. Maar in werkelijkheid leven er een stuk meer jongvolwassenen permanent in Gent. Heel wat afgestudeerden blijven in de stad, maar zijn nog elders gedomicilieerd.
De twintigers van tegenwoordig worden de ‘Generatie 1000 euro’ genoemd. Ze geraken moeilijk aan goedbetaald werk, maar moeten wel de stijgende levenskosten het hoofd bieden om onafhankelijk te kunnen leven.
TiensTiens brengt een portret van een exbarman, een werkzoekende en een interim werkster om hun werkopties en toekomst in beeld te brengen.
HANS (30)
Misschien herken je vaag zijn gezicht? Dat kan.
Soms kijk je op één nacht vaker in de ogen van de barman dan je lief is. Hans werkte jarenlang in drie klassiekers: de Vooruit, het Damberd en de Charlatan. Om daarna naar de bouw over te stappen.
Meeste ervaring in horeca
Pluspunten: “Wie een beetje kan werken, vindt zo zijn draai in de horeca. Het is geestig en levendig. Een barman heeft aantrek. Het nachtleven ligt aan zijn voeten, letterlijk soms.
Doordat veel collega’s me kenden, kreeg ik hier en daar gratis drank. Ook tof aan de horeca is het soepele werkschema. Een dag verlof is zo geregeld. Café’s als het Damberd zorgen trouwens goed voor hun personeel, met pauzes en een relaxte sfeer.”
Minpunten: “Het nachtleven woog op mijn gezondheid. Ik dronk veel. In een nacht was dat gemakkelijk een halve bak bier en een stuk of zeven shots Tequila, zonder dat ik het gevoel had veel te zuipen. Na een tijdje was ik het caféleven beu. Het stak me tegen om altijd te werken, terwijl mijn vrienden bij elkaar kwamen, een barbecue hielden of naar de cinema gingen. De reden waarom ik er uiteindelijk mee gestopt ben is het zwakke sociale statuut. Meestal was ik maar voor een deel ingeschreven. Ik bouwde geen sociale zekerheid, pensioen of iets anders op. Na tien jaar komen de vragen of het zo wel verder kan.”
Toekomst: “Achteraf gezien wou ik dat ik veel vlugger had ingezien dat de bouw iets voor mij was. Mits specialisatie is er werk genoeg. Ik volg nu een VDAB-opleiding om zelfstandig dakwerker te worden. Er is meer perspectief en zekerheid en je wordt goed betaald. Eigenlijk zouden er ook meer werkloze hoogopgeleiden voor de bouw moeten kiezen. Met wat inzicht maak je het zo. De sfeer zou er trouwens op vooruit gaan. Gedaan met platte bedoeningen.”
Onze generatie twintigers: “We willen succesvol zijn, een mooi huis, op vakantie, spannende dingen beleven, een goede relatie, veel seks … en soms wordt het allemaal teveel.
Daarin ben ik ondertussen rustiger geworden: ik stel mijn prioriteiten. Ik ben bijvoorbeeld naar Lochristi verhuisd om betaalbaar te wonen. Sinds een aantal jaar kamp ik wel met pessimistische gevoelens over het milieu. ‘Het gaat hier allemaal naar de kloten!’, denk ik dan. Vreemd genoeg went ook dat gevoel.”
JEROEN (29)
Jeroen kan al een brievenroman samenstellen met zijn verzonden CV’s. Ondanks zijn diploma’s sociaal-cultureel werk en politieke wetenschappen vindt hij geen job. Intussen stijgen de huurprijzen en wil UNIZO de werkloosheidsuitkering (600 euro en een kluts in zijn geval) verder naar omlaag.
Meeste ervaring in vrijwilligerswerk en solliciteren
Werkzoekend: “Ik heb dyslexie, wat mijn zoektocht naar werk bemoeilijkt. Talen en schrijven staan centraal bij de meeste hoofdarbeid. Dyslexie is misschien geen breekpunt, maar met 80 à 90 kandidaten per vacature is er steeds wel iemand sterker in de selectie. Het is niet dat ik vies ben van handenarbeid en geen knelpuntberoep zou willen uitoefenen. In de vakantie heb ik nog achter de vuilniskar aangelopen, maar het tempo was te hoog. Mijn motoriek is gewoon niet al te goed. Als ik mijn jas aantrek is het bij wijze van spreken al een evenement, dus stuur me niet een bouwwerf op.”
Overleven van den dop: “Ik engageer me in de wereldwinkels, het anarchistische milieu en voor muziekevenementen zoals Kutunka. Dat op zich brengt mijn dop al in gevaar. Er zijn beperkingen aan vrijwilligerswerk. Dat ik in een gemeenschapshuis woon, is een ander risico.
De lokale RVA beslist of je samenwonend of alleenstaand bent. Hoewel het duidelijk is dat ik als alleenstaande wel moét samenwonen, gewoon omdat de huurprijzen zo hoog zijn, loop ik het risico om op 300 euro dop terug te vallen als ze me als samenwonende zouden aanzien. De regels op vrijwilligerswerk en samenwonen zouden moeten veranderen.”
Toekomst: “Ik ben nu 29 en leef van dag tot dag. Ik heb geen reserves, zie de jaren passeren, en alle grote kosten moeten nog komen. Dat frustreert me. Misschien zal ik nooit een huis hebben, en gedoemd zijn om heel krap of zelfs arm te leven. Iedereen heeft recht op een huis, dat is je zekerheid voor je oude dag, maar ik zie dat gewoon langs me heen gaan. Nu kan ik misschien wel overleven, maar hoe gaat het later zijn? Ik zie het niet al te rooskleurig in.”
Onze generatie twintigers: “Onze ouders waren op hun vijftigste op het droge: huis afbetaald en kinderen afgestudeerd. Voor ons zal dat tien jaar later zijn. Langer werken zal dus niet alleen van overheidswege maar gewoon ook uit noodzaak moeten. Maar zal er nog werk zijn, en zullen we het aankunnen op die leeftijd? We zullen de eerste generatie zijn die het slechter heeft dan haar ouders. Benieuwd wat dat gaat geven.”
LUCY (27)
Lucy kon na haar studies halftijds aan de slag bij het Universitair Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking (UCOS) als verantwoordelijke voor de gender werking. Ze verdient er iets meer dan 800 euro, maar de helft ervan gaat onmiddellijk naar de huurkost van haar appartement. Omdat er op het einde van haar loon altijd nog een stukje maand overblijft, werkt ze in het weekend ook als interim in hotel Holiday-Inn.
Meeste ervaring in een Niet-Gouvernementele Organisatie (NGO) en interimjobs
De NGO sector: “Ik denk dat ik enorm veel geluk heb dat ik me inhoudelijk kan uitleven in mijn werk. Mijn job sluit aan op mijn interesses. Ik ontmoet ook veel boeiende mensen. Dat is bijzonder aan de sector: velen werken er hard voor weinig geld, maarbehouden toch de drive en inventiviteit om dossiers te schrijven, een boodschap te verduidelijken en continu hun engagement te vernieuwen. Vooral de mensen die regelmatig projecten bezoeken in het zuiden houden de vinger aan de pols, en stralen zelfs na dertig jaar nog energie uit. Nadelen? Behalve het loon zijn de werkdruk en de enorme vergaderlast in de NGO-sector soms echt om gek van te worden.”
Interim werk: “Momenteel werk ik in de Holiday-Inn, en dat is afschuwelijk. Mijn antikapitalisme wordt er aangescherpt. Het is overduidelijk een multinational. De werkdruk is enorm. Terwijl ik de bedden opmaak, mag ik niet praten, niet drinken, zelfs niet even naar het toilet. Daar is gewoon geen tijd voor. De lakens moeten tot op de centimeter juist liggen, en er wordt voortdurend op je gekakt.
Laatst ging er een half uur van mijn middagpauze af zonder me voor dat overwerk te vergoeden. Maar dan sturen ze me wel een uur vroeger naar huis, gewoon om te besparen.
Ik kijk momenteel rond voor een leukere interim, in de Sphinx of de Broderie of zo.”
Toekomst: “Ik vind dat je nu al merkt dat de angst en onzekerheid in de samenleving toenemen. Ik zie dat ook bij leeftijdgenoten, bij jonge mensen. Ook openlijk racisme is in opmars. Ik ben heel bang dat we een conflictueuze samenleving tegemoet gaan. Als ik met m’n vriend Rachid naar Oostende trek, dan passeren we cafés waarin we gewoon niet welkom zijn. Hier in Gent gebeurt dat minder, maar in de provinciesteden worden mensen met een kleur soms echt als beesten bekeken.”
Onze generatie twintigers: “Waarop ik mezelf en anderen soms betrap, is dat de consumptiementaliteit doordringt tot in onze relaties. We hebben enorme, nogal onrealistisch verwachtingen van de liefde.
Misschien komt het door al die romantische films en vrouwenbladen. Als je lief even tegenvalt, wordt het al ‘tijd om hem in te ruilen!’. Ook de lossere seksuele moraal speelt daar op in. ‘Waarom eens niet iemand anders proberen?’. Een relatie wordt tegenwoordig als een keuze voorgesteld uit een hele vijver van mogelijke relaties. Samen met een te groot romantisch ideaal, maakt dat het er niet gemakkelijker op.”
MATHIAS BIENSTMAN
