



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
Het ga je goed, Brugse Poort, het ga je goed
De Brugse Poort is geen geplande stad: geklemd tussen de Coupure, de Ring en de Drongense Steenweg, meer dan een eeuw geleden gebouwd voor de economie, vlakbij de fabrieken die nu al lang gesloten zijn. De huizen lijken allemaal wat op elkaar. Vier meter breed en acht meter diep, een schone plaats, een achterplaats, een verdieping er op, tussenmuren van amper een baksteen. Als je goed luistert, hoor je de buren snurken - of is het iets anders wat ze doen? Een toilet buiten op de koer met een beerput eronder, en je wassen doe je in de kuip. Dat was genoeg voor de modale arbeider, zijn vrouw en zijn zes koters. Die hoefden de Brugse Poort nooit uit. Ze hadden toch geen stemrecht en zeker geen vakantie, behalve op zondag dan, bij gratie van de Kerk. En ze konden hun eten kopen in de winkel van hun fabriek. Geen nood om te verleggen dus. Daar komt de Brugse Poort vandaan. Zo zijn haar smalle straten gebouwd, haar gevels vlak naast elkaar geperst. Het tweede raam is dichtgemetseld vanwege de ramenbelasting. Liever in de schaduw leven dan belastingen betalen. Plantrekkers ten voeten uit.
In de Brugse Poort leiden de wegen naar zichzelf. Ze staat op zichzelf, ze leeft op zichzelf, ze kijkt voornamelijk naar binnen. Zo is ze ook gebouwd. Alleen de Bevrijdingslaan biedt doorheen de Brugse Poort een opening naar andere oorden. Maar toch is het een Poort. Een overslaghaven van mensen. Van Oost naar West, van oorlog naar vrede, van platteland naar stad, van studentenleven naar luizenbaan, van arm naar rijk of omgekeerd. De Brugse Poort ziet nogal wat door haar muren passeren. Kieskeurig is ze niet. Ze ontvangt alle drenkelingen met open armen, zonder onderscheid van aanschijn of papieren. Elke calamiteit die naam waardig vindt hier zichzelf weerspiegeld, voor een tijdje, tot er weer nieuwe golven komen aangespoeld en de oudere inpakken om verder te gaan. Terug gaan zit niet in de aard van de mens, niemand wil een bank naar achter. Sommige blijven hangen, schieten wortel in het vruchtbare slib van de mensenstroom. Ze raken verslingerd aan deze groep textielhuisjes van de 19e eeuw, tegen elkaar gesmeten en later in de stad gegroeid. Op de mensen die er wonen, hun drukte en hun stilte, de kakofonie van geluid en kleur, het gevoel van vrijheid, de echte arena van het leven, met alle charmes en problemen recht onder je neus. Hier mag je veel doen op straat. Niemand kijkt op van een rare kop.
Dit is een oude stad. Nergens vind je meer huizen die zich warmen met steenkool. Een veld van walmende schouwen in de winter, zelden een spatje groen te bekennen. Boven de daken zie je hier en daar een suggestie van het groen achter de gevels, dat is het. Deze kettingroker heeft geen longen, is uitgeteerd en afgeleefd, dat was de diagnose van de buitenwereld. De Brugse Poort was eigenlijk door de artsen al lang opgegeven. Tja, deze oude sukkelaar is terminaal ziek, valt niets meer aan te doen, alleen palliatieve zorg heeft nog zin. En daarna platgooien en opnieuw beginnen.
Blinden zijn het en dwazen, die dit denken. Vergeet het maar. Er zit heel wat meer leven in deze oude knakker dan je op het eerste zicht zou bevroeden. Een heel klein beetje zuurstof volstaat om overal het leven uit alle hoeken naar boven te doen springen. De Brugse Poort vindt zichzelf opnieuw uit, is in een ijltempo aan het vervellen. Overal wordt aan haar verweerde muren gepulkt en geplakt dat het een lieve lust is.
Haar uiterlijk verandert elke dag. Frisser, mooier, groener. Oude huizen met nieuwe geveltuintjes, meer licht, frissere kleuren. Verkrotte keten gaan massaal tegen de vlakte en maken plaats voor nieuwe huizen of dikwijls een parkje. Overal schieten de groene vlekken uit het asfalt omhoog: zuurstof voor de Brugse Poort! En of het nodig was. De stad herademt, legt eindelijk haar oude gewaden af en maakt zich op voor haar nieuwe leven, met nieuwe vormen en nieuwe gewoonten. Een Brugse Poort gemaakt voor de mensen die er wonen en werken. Een Brugse Poort die niet naar zich zelf kijkt, maar naar de wereld. Met een nieuwe open blik. Het ga je goed, oude vriend met nieuwe longen, het ga je goed.
KOEN

