Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

De pauw en het benzinestation

TT7_p22_lieven de flandre freddy.JPG
(foto: Freddy Willems)

Begrijp me niet verkeerd, de Turkse kinderen in mijn vergeten straat zijn heel aardig, schattig en beleefd, alleen stellen ze altijd van die lastige vragen, elke dag opnieuw.

Mijnheer, waar is je vrouw?

Heb je al een trouwfeest gehad, mijnheer?

Mijnheer, waarom heb je geen vrouw?

Soms heb ik zin om te antwoorden dat mijn vrouw heden niet thuis is omdat ze voor zes maanden in Alaska verblijft, alwaar ze is tewerkgesteld in de visverwerkende nijverheid. Een leugentje om bestwil is af en toe gepermitteerd, maar voor je het weet geraak je verstrikt in een web vol leugens waar je nooit meer zonder kleerscheuren uitkomt. Zoals die man die twintig jaar lang tegen iedereen bleef volhouden dat hij dokter was in een prestigieuze internationale instelling. Tot zijn vrouw op zekere dag ontdekte dat hij elke dag op de parking van de autosnelweg acht uur in zijn auto bleef zitten, de krant en medische naslagwerken las en zijn boterhammen opat tot de werkdag was afgelopen. Dat hij zijn eerste jaar geneeskunde nooit had afgemaakt en dat men in het bewuste instituut nog nooit van hem had gehoord. Omnia vanitas, alles is ijdelheid. Nadat hij was ontmaskerd heeft de nepdokter heel zijn gezin omgebracht.

Zo ver wil ik het niet laten komen. Ik zou ook kunnen zeggen dat mijnheer helaas nog niet het geluk heeft gekend om de Ideale Vrouw Zijner Dromen tegen het lijf te lopen en dat de kans statistisch gezien uiterst gering is dat hij de Uitverkorene ooit zal vinden, omdat ze wellicht in Tahiti woont.

 

'When I was a young man, my mother said to me

There is only one girl in the world for you

She probably lives in Tahiti.'

 

Maar of mijn curieuze Turkse buurtjes met deze filosofisch-existentiële uitleg vrede zouden nemen, betwijfel ik sterk. Dus heb ik maar een paar goudvissen gekocht om de aandacht af te leiden van het heikele onderwerp. Ze zijn er dol op. Voorlopig werkt mijn listig plan perfect, al vrees ik dat ik binnenkort minstens een pratende papegaai zal nodig hebben als bliksemafleider.

 

Augustus was een dode maand. Als ik het voor het zeggen had, ik zou de maand augustus gelijk afschaffen.

De Feesten gedaan, alle Gentenaars op vakantie, de studenten naar huis of aan het blokken voor hun tweede zit en de allochtonen op familiebezoek in het moederland. Er liepen in het centrum enkel toeristen rond in belachelijke, veelkleurige shirts en met piepkleine digitale fototoestellen rond hun nek, en verdwaasd ronddwalende lokale zombies met dode ogen, een fanfare van honger en dorst die zich te pletter verveelde omdat de stamkroegen allemaal dicht waren. Op televisie was er ook al geen bal te zien en zelfs de kwaliteitskranten vulden hun kolommen met slap komkommergeleuter. Dat er in het Britse Glouchester een mannetjespauw stapelverliefd geworden was op een benzinestation en meer van die wereldschokkende gebeurtenissen. Dit soort melige Man Bijt Hond-anekdotes moeten de lezers dan grappig vinden, terwijl het lot van de hopeloos verliefde pauw zo indroevig en diep treurig is als het eeuwig wederkerende verhaal van de onmogelijke, onbeantwoorde liefde. Het water is veel te diep.

 

In het pand waar vroeger de burgemeester resideerde (zie TiensTiens 6), heeft nu een Bosnisch gezin zijn intrek genomen.

De pater familias is een aardige, beleefde man die uitstekend Duits spreekt. Zijn papieren zijn nog niet helemaal in orde, de papiermolen van Holle Bolle Gijs (papier hier!) draait in augustus slechts op halve kracht. Een Mens zonder Papieren kan men mijn Bosnische buurman echter bezwaarlijk noemen. Onlangs heeft hij zich een boekenkast moeten aanschaffen om al zijn paperassen - geboorteaktes, schoolgetuigschriften, medische attesten, bewijs van legerdienst tot en met een brevet van honderd meter schoolslag - te kunnen opbergen. Zijn vrouw is ziek en bedlegerig. Het is zijn Hardwerkende Dochter die voor brood op de plank moet zorgen. Het meisje werkt in het schimmige parallelle economische circuit en strijkt een vorstelijke vergoeding van tien euro per dag op. Net genoeg om in een modale taverne een voorgerecht te bestellen.

 

'Mein Freund, Wo ist deine Frau?', vroeg mijn Bosnische buurman me gisteren. In mijn goudvissen bleek hij helemaal niet geïnteresseerd te zijn. Ik heb hem geantwoord dat ik geen vrouw meer nodig had sinds ik kennis heb gemaakt met het dichtst bijzijnde benzinestation.

 

LIEVEN DEFLANDRE