Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

De strijd om de straat

Openluchtdebat over publieke ruimte en stedelijkheid

TT7_p28_strijd om de straat 1 keuze B freddy.JPG
(foto: Freddy Willems)

Radar vzw blikt terug op een geslaagd debat over stedelijkheid en de openbare ruimte tijdens de openingsavond van de Gentse Feesten. Vijf onderlegde debaters discussieerden over het belang van de Feesten, over openbare damestoiletten en over sociaal-economische tegenstellingen in de stad.

 

Noortje Wiesbauer (StRaten Generaal) zorgde voor een inleidende reflectie over feesten en het gebruik van de openbare ruimte. Waarom feesten mensen en wanneer? Is er een aanleiding nodig om te feesten? En als we niet feesten, hoe ontmoeten we elkaar dan? Wiesbauer stelde dat mensen zich meer en meer terugtrekken uit de publieke ruimte, waardoor de openbaarheid verloren gaat en het moeilijk is om nog iets gemeenschappelijks te hebben met anderen. Feesten georganiseerd zonder aanleiding of reden zijn sociaal niet duurzaam, maar zijn enkel op consumptie gericht.

 

Sas Van Rouveroij (Eerste Schepen van het Gentse stadsbestuur en medeauteur van ‘Stadslucht maakt vrij’) zette het debat in met een repliek op deze redenering en verwees naar de geschiedenis van de Gentse Feesten. “Eind jaren zestig waren de Gentse Feesten op sterven na dood. Op dat moment besliste een kleine groep mensen om de openbare ruimte opnieuw te claimen. Andere pleinen volgden dat voorbeeld. Zo werden de feesten steeds groter.” Schepen van Rouveroij juicht die evolutie toe. “De aantrekkingskracht van de Gentse Feesten tot ver buiten de stad zorgt ieder jaar voor een enorme economische impuls voor de stad. Afgelopen jaar werd de omzet geraamd op zo’n 60 miljoen euro. Als city marketing kan dat tellen.”

“Toch moeten de Feesten meer zijn dan het economische,” zegt van Rouveroij. “We moeten erover waken dat het gratis blijft, dat de verschillende podia elkaar aanvullen in plaats van elkaar te bekampen met de grootste namen, dat de Feesten niet verder uitbreiden en dat er plaats blijft voor Gents talent.”

 

Ludo Moyersoen van CityMine(d) maakte de vergelijking met Brussel, waar de beroemde Zinnekesparade en Brussel Kermis aan het Zuidstation elk jaar aanleiding geven tot feesten. “Feesten is in Brussel allerminst een evidentie. Met al haar overheden, van het gemeentelijke tot het Europese niveau, en haar zeer snel veranderende en zeer verscheiden bevolking, waarvan een groot deel geen politieke inspraak heeft, is Brussel niet de ideale plaats om een groot feest of een festival te organiseren. Bovendien komen er net zoals in Gent vaak klachten van buurtbewoners.”

Toch probeert CityMine(d) feesten en festivals te organiseren die aan het complexe Brussel zijn aangepast. “Er is het zomerfestival ‘Plein Open Air’ dat plaatsvindt op plekken in de stad met sociale, economische of andere problemen. De bedoeling is om bewoners zo veel mogelijk te betrekken en positieve dynamieken in die buurten te stimuleren. We geloven in het potentieel dat schuilt in de wijken die nu nog als de pijnpunten van de stad aanzien worden. Het is belangrijk om net op conflictueuze plaatsen aan stedelijke ontwikkeling doen, al hoef je je door de band geen illusies maken over de impact van festivals en andere activiteiten op de sociale cohesie. Onze aanpak heeft er wel voor gezorgd dat er ook vanuit de grote cultuurhuizen stilaan meer aandacht komt voor de eigen bevolking.”

 

Volgens André Loeckx (Professor Architectuur, Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening) is de impact van city marketing in België tot nog toe vrij beperkt. “Het recept van de Gentse Feesten is even uniek als dat van Gentse waterzooi: hoeveel je het ook probeert na te maken, het smaakt nooit even lekker. De enorm verscheiden mix, van braderieën over techno tot Bertolt Brecht, heeft voor iedereen iets te bieden. Maar dat is niet vanzelfsprekend. De Feesten blijven een laboratorium en dus is er ook een ontploffingsgevaar. Als de Feesten te veel vermarkt worden, is het om zeep.”

 

Of de Gentse Feesten dan het ideaaltype van feesten zijn? Dirk Holemans (auteur en zakelijk leider van Victoria Deluxe) vindt van niet. “De voorbije jaren deden de Feesten de stad dichtslibben omdat er, net als op de Lokerse Feesten, te veel grote namen worden geprogrammeerd. Tegelijk verdwijnt er ruimte voor de bevolking om haar creativiteit te tonen. Kunnen we de goede elementen van de Zinnekesparade niet integreren in de Gentse Feesten?”

 

TT7_p29_strijd om de straat 1 keuze A freddy.JPG
(foto: Freddy Willems)

André Loeckx situeerde deze vaststelling ruimer. “Een opduikend probleem is de privatisering van de publieke ruimte. In de publieke ruimte golden vroeger duidelijke gedragsregels. Nu doen de meeste mensen er ‘hun ding’. Het private komt op die manier binnen in de publieke ruimte. Zestig procent van de publieke ruimte is nu al ‘private publieke ruimte’ geworden. Idealiter moet er altijd een onderhandelingsruimte bestaan in een stad, waarbij het evenwicht tussen collectieve eigenheid en eigenzinnigheid, tussen wonen en verblijven, tussen behoud en verandering blijft bestaan. Er moet zowel plaats zijn voor dynamiek en verandering als voor verzet tegen die verandering. Er moet een recht op ‘traagheid’ bestaan, zodat er iets overblijft voor de volgende generatie.” Volgens Loeckx zou dit alles deel moeten zijn van de normale ontwikkeling van een stad. “Maar de inzet van de Gentse Feesten is ‘feesten’ en dat betekent natuurlijk een opschorting van het normale.”

 

Kunnen vrouwen dan ook wildplassen tijdens die opschorting van het normale? “Natuurlijk!” dacht Baharak Bashar, de oprichtster van de actiegroep ‘Leg mijn blaas het zwijgen niet op’. Er zijn immers bitter weinig voorzieningen voor vrouwen die naar het toilet moeten. Maar ze werd betrapt. “Er hing haar niet alleen een boete voor wildplassen boven het hoofd, maar ook voor zedenschennis,” legde medestandster Els De Vos uit. “Het is vanuit de verontwaardiging over deze discriminatie dat Bashar op het idee kwam van een actiegroep. Tijdens de Gentse Feesten van 2005 hebben we een 500-tal vrouwen ondervraagd. Daarvan bekende ruim de helft soms wild te plassen in de stad. Als oplossing hiervoor vragen we goed ontworpen urinoirs voor vrouwen op plaatsen met veel sociale controle.”

“De Stad heeft de klacht ernstig genomen en een ‘urinoir beleidsplan’ opgesteld,” reageerde van Rouveroij. “Voorheen geloofde immers ook het stadsbestuur graag in het fabeltje dat er een wet bestaat die iedereen gratis toegang verschaft tot cafétoiletten. Twee belangrijke problemen die het bouwen van openbare vrouwentoiletten nu nog in de weg staan, zijn de betaalbaarheid en de beperktheid van de publieke ruimte. Daar waar veel mensen komen, staat er al zoveel.”

 

Niet alleen vrouwen worden gediscrimineerd tijdens het feesten. Volgens Dirk Holemans worden ook de sociaal-economische tegenstellingen in de stad door de Feesten uitvergroot. “Gent mag dan al een enorm gezellige stad zijn, dat is zeker niet voor iedereen het geval. Er bestaat een kloof tussen zij die wel en zij die níet kunnen consumeren. De inrichting van de publieke ruimte is afgestemd op shoppers en toeristen en er heerst een sterke regulering. Bepaalde groepen blijven dan ook uitgesloten van de publieke ruimte. Bij Victoria Deluxe komen mensen over de vloer met weinig middelen. Zij vinden de binnenstad niet toegankelijk omdat ze zich veel zaken niet kunnen veroorloven. Welke ontmoetingsplaatsen bestaan er nog voor die mensen, los van de markt?” Holemans vindt stadsmarketing een te evidente manier om zich als stad te profileren. “Waarom spreken we bijvoorbeeld niet van ‘solidaire’ steden of ‘gastvrije’ steden? Welk concept kunnen we ontwikkelen in een stad waarmee iedereen zich verbonden voelt? Steden zouden knooppunten kunnen zijn van democratie en gastvrijheid.”

 

Ook het publiek roerde zich. “Heeft van Rouveroij gelijk wanneer hij beweert dat de oplossing voor de dualisering in het aantrekken van de middenklasse ligt?” vroeg iemand zich af.

Sas van Rouveroij: “Het aantrekken van de middenklasse is niet hét geneesmiddel voor de kwaal, maar het is er wel één van. Vele middenklassers zijn weggetrokken uit de stad omdat ze niet naast bepaalde mensen wilden wonen. Gelukkig zijn we gespaard gebleven van de nachtmerrie dat de steden volledig uitgehold werden en iedereen in omheinde villaparken aan de rand van de stad ging wonen, zoals in de VS. Tegenwoordig zien we zelfs een omgekeerde tendens. Maar omdat veel mensen opnieuw de stad intrekken, worden de huizen ook duurder. De Stad wil daarom het aanbod vergroten, ondermeer door verwaarloosde gebieden te recupereren, zoals de Oude Dokken, het Rabot, Melle enzovoort. Ik wil ingaan tegen het miseriedenken en tegen ‘radio deprimo’.”

 

André Loeckx vindt niet dat er een tegenspraak is tussen marketing en herverdeling. “Marketing kan bijvoorbeeld de vervoersarmoede wegwerken. Maar marketing zonder herverdeling kan niet blijven duren. Een goed project was Zuurstof voor de Brugse Poort, waarbij er een zorgvuldig proces van planning was. Het is een voorbeeld voor de aanpak van de negentiende-eeuwse gordel.Maar er blijft nood aan overleg met de bewoners en een grotere toegankelijkheid van het historische centrum van de stad voor zwakkere groepen.”

 

Ludo Moyersoen gelooft niet dat er iets aan het stedelijke beleid zal veranderen zolang het veiligheidsdiscours de overhand heeft. “In Barcelona mag je bijvoorbeeld geen alcohol meer drinken in de publieke ruimte, enkel nog op terrasjes. Hetzelfde geldt voor Londen.”

 

Een goed voorbeeld van het gebruik van de publieke ruimte vindt Els de Vos op de Graslei. Sas van Rouveroij pikt daarop in. “Er zijn niet alleen cafés en restaurants maar ook bankjes en kaaien, waar jongeren kunnen zitten zonder te consumeren. De heraanleg is er niet alleen voor toeristen, maar ook voor Gentenaars.” Maar, zo vroegen wij ons nog af, waarom mag er dan geen muziek gespeeld worden op die zo bejubelde Graslei? Dat is wellicht een exclusiviteit voor de Gentse Feesten…

 

MARLIES CASIER & AäRON WILLEM