Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Moslim rond de kerktoren

Mehdi Tigrine demarreert in wielerwereld

TT7_p30_coureur 2 hendrik.JPG

Mehdi Tigrine is een vreemde eend in de bijt van het wielerpeloton. Hij is half Algerijn, kwart Zwitser en kwart Belg. Hij is een kind van de stad en gaat naar de universiteit, leest in zijn vrije tijd boeken over communisme en is vlot viertalig. Of hoe een negentienjarige Gentenaar het stereotiepe beeld van de stoempende Vlaamse coureur genadeloos in de vernieling rijdt.

 

Een onalledaagse Flandrien

Semmerzake, een dorp in Oost-Vlaanderen. Op een steenworp van de Vlaamse Ardennen, omarmd door een onschuldige Scheldebocht en omringd door bekoorlijk klinkende plekjes als Zingem, Vurste en Vogelzank. De grote baan heet er gewoon Dorpsstraat en een boerderij of molen zijn er nog niet herleid tot museumstuk. Nabij de plaatselijke kerktoren rijdt Vlaanderens wielerhoop ronde na ronde op zoek naar de zegeruiker. Na 117 kilometer draaien en keren op luttele vierkante kilometers komt het tot een sprint van een groepje van zes. Een kleine minuut later vecht een negental het uit voor de resterende ereplaatsen. Tussen Tim, Stijn, Sven (maal twee) en Niels (maal drie) wringt ene Mehdi zich naar de twaalfde plaats. Mehdi Tigrine in de top-vijftien van het jaarlijkse wielerfestijn in Semmerzake, dieper in de Vlaamse klei kan je als allochtoon moeilijk zitten.

Wekenlang speurde ik met een vergrootglas de regionale sportpers af, op zoek naar de Mohammeds en Selatins in de koersen rond Vlaanderens kerken en kappelletjes. Tot mijn loep bleef rusten op de uitslag in Semmerzake: 49 deelnemers, Mehdi Tigrine twaalfde op 48 seconden. Juicht, multicultureel en wielerminnend Vlaanderen, want hij bestaat, de allochtone Flandrien!

Niet zonder schroom bel ik bij Mehdi aan. Tenslotte kom ik niet omdat hij de Ronde van Vlaanderen gewonnen heeft, maar alleen op basis van zijn niet-Nederlandse naam, omdat hij in mijn ogen ‘een curiositeit’ is in het Vlaamse wielerpeloton. Mehdi maakt het niet veel uit. “Ik vind het normaal dat daar wat onderzoek over gedaan wordt.” Of hij zichzelf tot de allochtone gemeenschap rekent? “Toch voor een deel. Ik ben half Algerijn, kwart Zwitser en kwart Belg.”

 

“Mijn allochtone vrienden vinden het wel vreemd dat ik koers. Ze vragen me dan of ik écht mijn benen scheer.”

 

Mehdi Tigrine draagt een merkwaardige mengeling van culturen in zich. Hij begroet me in een rood voetbalshirt met wit kruis op borsthoogte: Zwitserland, het land van zijn grootmoeder. Mehdi’s Noord-Afrikaanse roots spreken uit de donkere kijkers waarmee hij me vanonder zijn zwarte krullende kruin in ogenschouw neemt. Zijn vader is een Algerijnse ex-profvoetballer, zijn overgrootvader langs moederskant de expressionistische Vlaamse schrijver Achilles Mussche. België is Mehdi’s geboorteland, het land op zijn identiteitskaart. Hij rijdt voor een wielerteam uit Wallonië en is verliefd op de Ronde van Vlaanderen. Het accent is van Gent.

Mehdi woont vlakbij de Gentse Blaarmeersen, waar ondermeer de Eddy Merckx-wielerpiste gevestigd is. Een inspirerende omgeving voor een wielrenner. Nochtans zette Mehdi zijn eerste wielerstapjes in die andere wielertempel in Gent, het Kuipke. Hij sloot er zich als 13-jarige aan bij de Vlaamse Wielerschool onder leiding van oud-beroepsrenner Ferdi Van den Haute.

Over het algemeen is wielrennen niet populair in de herkomstlanden van Vlaamse allochtonen. Algerije is een uitzondering. Het verhaal van de Algerijnse wielrenner Abdelkader Zaaf klinkt Mehdi welbekend in de oren. Zaaf nam tijdens de Tour van 1950 in volle ontsnapping een bidon wijn aan, reed zigzaggend verder en legde zich tegen een boom te slapen. Toeschouwers schudden de zatte Zaaf wakker, waarna die zijn tocht in de tegenovergestelde richting voortzette. Sinds een trosje Algerijnen de Ronde van Frankrijk in de jaren vijftig kleur gaf, zijn ze echter van het internationale wielertoneel verdwenen. “Toch was er nog lang daarna wieleractiviteit in Algerije,” weet Tigrine. “Pas in de jaren negentig is dat veranderd. De explosieve politieke situatie heeft het wielrennen in Algerije genekt. Trainen werd plots levensgevaarlijk. Als je in de bergen wou fietsen, kon je elk moment op guerrillatroepen stoten.”

 

Rijen in Algerije

TT7_p31_coureur 1 hendrik.JPG

Tigrine wil geen pionier genoemd worden, al zou hij het leuk vinden om mee aan de basis te liggen van een soort renaissance van het Algerijnse wielrennen. “Maar dan moet je natuurlijk al een stunt kunnen uithalen. Daarvoor zijn mijn mogelijkheden misschien wat te beperkt. Ik rijd regelmatig toptien maar ik ben geen geboren winnaar. Ik heb er wel aan gedacht om de Algerijnse nationaliteit aan te vragen, zodat ik voor Algerije het wereldkampioenschap kon rijden. Maar dat idee heb ik laten varen.” Een allochtone pionier in België, dan maar? Tigrine knikt. “Veel allochtone wielrenners zijn er niet in België. Er is Zakaria El Darabna, een Brusselaar van Marokkaanse origine, en iemand van Poolse afkomst uit Henegouwen. Maar verder ken ik niemand.”

Verklaringen voor het gebrek aan allochtone wielrenners zoekt Mehdi in de landen van herkomst. “Er kan maar wielersport zijn in een geïndustrialiseerd land. Geen industrie betekent geen bedrijven en dus ook geen potentiële sponsors. Algerije doet het op dat vlak beter dan Marokko en Tunesië. Die landen moeten het voornamelijk van toerisme hebben, terwijl Algerije een land is dat leeft van industrie en landbouw. Daarnaast heeft het ook te maken met media-aandacht. De media in die landen focussen vooral op voetbal. Voor wielrennen is er geen plaats in de kranten of op televisie. Jongeren worden er niet toe aangezet om te fietsen.”

“Er is natuurlijk een verschil tussen Noord-Afrika en de Noord-Afrikanen hier. Misschien zijn er wel die willen, maar krijgen ze geen toelating van de ouders. Ik kan me voorstellen dat veel ouders afhaken als ze in etalages geconfronteerd worden met de prijs van een racefiets. Wielrennen is een dure sport.” Mehdi’s ouders hebben hem nooit iets in de weg gelegd. “Mijn vader zei dat als ik zin had om te koersen, ik dat maar moest doen. Mijn moeder was meer terughoudend. Zij zag vooral de gevaren: valpartijen, verwaarlozing van mijn studies, enzovoort.”

“Mijn allochtone vrienden vinden het wel vreemd dat ik koers. Ze vragen me dan of ik écht mijn benen scheer. Ze weten niet goed wat het is, wielrennen. Bij mijn ‘Belgische’ vrienden ligt dat anders. De meeste weten welk soort sport het is en wat er allemaal bij komt kijken.” Mehdi is islamitisch opgevoed maar praktiseert (voorlopig) niet echt. “Vroeger ging ik nog vaak naar de moskee maar de laatste jaren niet meer. De ramadan heb ik nog nooit volledig gedaan. Vorig jaar deed ik voor de eerste keer vijf dagen mee. Dit jaar probeer ik beter te doen. Maar het vormt zeker geen belemmering voor mijn wielercarrière. Met ouder worden verwacht ik trouwens meer te praktiseren. Misschien kan je me momenteel nog het beste vergelijken met een katholieke Vlaming die niet naar de kerk gaat.”

 

Cultuurclash

Veel moeite om zich te integreren in het wielermilieu ondervond Tigrine niet. “Soms vragen ze me wel eens waar ik vandaan kom, maar racistische of andere negatieve reacties heb ik nooit ervaren. Ik word niet aangekeken op mijn huidskleur. In het begin werd ik wat genegeerd, maar intussen kennen de andere renners me. Als je geregeld meesprint in een ontsnapping en goede uitslagen rijdt, groeit het respect. Dat zijn gewoon de wetten van de koers.”

De cultuurverschillen die Mehdi in het wielrennen ondervindt zijn van een heel andere aard. Het verschil tussen stad en platteland, bijvoorbeeld. “Op de Vlaamse Wielerschool vertelden de begeleiders me dat ik een dosis behendigheid miste, omdat ik een stadskind ben. Jongens van den buiten zouden behendiger zijn, omdat zij al veel vroeger met de fiets naar school gaan.”

Ook het feit dat Tigrine studeert zorgt soms voor wrevel. Mehdi volgt een opleiding Politieke Wetenschappen aan de Universiteit van Gent, en dat wordt hem niet altijd in dank afgenomen. “Mijn ploegleider begrijpt het niet altijd. Hij kan zich nog net verzoenen met het feit dat ik geen wedstrijden rijd in de maand juni, maar verwacht dan wel dat ik meteen presteer in juli. Terwijl ik praktisch een maand stilgelegen heb! Als ik op maandag examen heb, begrijpt hij ook niet waarom ik op zaterdag niet naar de groepstraining kan komen. ‘Je hebt toch nog een hele zondag om te studeren,’ zegt hij dan. Er zijn nu eenmaal weinig coureurs die hun hobby combineren met hun studie. Het begrip daarvoor is nog niet zo groot in wielerland. Het is ook niet makkelijk. Na een duurtraining moet ik direct achter mijn bureau kruipen in plaats van eens lekker languit in de zetel te liggen.”

Mehdi’s keuze voor politicologie is niet toevallig. Hij is geboeid door moderne geschiedenis. Boeken over thema’s als communisme en marxisme schrikken hem niet af. “Het zou mooi zijn mocht ik met dat diploma iets kunnen doen in Algerije. Ik zou graag in het Middellandse Zeegebied gaan wonen. Is het niet Algerije, dan Zuid-Frankrijk. Ik zie mezelf ook het meest als Algerijn. Dat is iets om fier op te zijn: de schoonheid van het land, haar rijke geschiedenis, de keuken, de raï als muziekgenre, en het mooie weer natuurlijk. Algerije heeft heel wat grote sportmannen voortgebracht: Morceli en Zidane waren in hun sporttak gewoon de beste van de wereld.”

“Met België of Zwitserland voel ik me veel minder verbonden. Neem nu België: het voortdurende conflict tussen Walen en Vlamingen, de justitie die geen justitie is, het zwarte geld, het slechte weer, le pot Belge in het wielrennen en het omkoopschandaal in het voetbal. Geef mij dan maar Algerije! Daarnaast voel ik me toch ook Gentenaar. Ik ben er geboren en vind het een gezellige stad. Gent is een stad om trots op te zijn.”

 

JAN BOESMAN