Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Nieuwe wet voor miljoen vrijwilligers

TT8vrijwilligers Michaël Calcoen freddy.JPG
(foto: Freddy Willems)

Wij van TiensTiens kunnen erover meespreken: vrijwilligerswerk is meer dan bezigheidstherapie. We schrijven niet omdat we anders niet weten wat gedaan. Evenmin is eeuwige roem onze hoofdbekommernis, hoewel dat natuurlijk handig meegenomen zou zijn. De schaarse energie die we op overschot hebben nadat werkgever, schoonmoeder en huiskat op hun wenken werden bediend, zetten we graag om in tekst en actie voor onze medemens. We vinden dit een nuttige en relevante bezigheid en daarom doen we het. Vrijwillig in onze vrije tijd.

 

Ruim een miljoen geëngageerde Vlamingen produceren maatschappelijke meerwaarde zonder dat ze hiervoor financieel beloond worden. Vrijwilligers zijn van levensbelang voor duizenden vzw's en feitelijke verenigingen zoals rusthuizen, buurtcomités en jeugdbewegingen. Een wetgevend kader voor al deze verenigingen en vrijwilligers is onmisbaar. Stemmingmakers van verschillende politieke strekkingen zien in vrijwilligerswerk terecht een paardenmiddel tegen winkelcentrumverveling en onverdraagzaamheid. De laatste jaren is dan ook veel gesleuteld aan een juridische omkadering voor vrijwilligers en hun organisaties. Voorlopig eindpunt is de nieuwe wet van 1 augustus 2006 betreffende de rechten en plichten van vrijwilligers. Naïma Lafkioui, coördinator van het Provinciaal Steunpunt Vrijwilligerswerk Oost-Vlaanderen, licht toe.

Lafkioui: “In 1997 werd in elke provincie een Steunpunt Vrijwilligerswerk opgericht. Voorheen ontbrak een overkoepelend orgaan dat vrijwilligers en organisaties ondersteunde. Oost-Vlaamse vrijwilligersorganisaties kunnen nu bij ons aankloppen voor ondersteuning. Met een uitgebreid aanbod aan vormingen en studiedagen werken we rond de opmaak van een website, verzekeringen, vzw-wetgeving en boekhouding, enzovoort. Op onze site vinden kandidaat-vrijwilligers en organisaties elkaar. De lokale besturen worden door ons ondersteund bij de uitvoering van hun vrijwilligersbeleid.”

 

Tussen de oprichting van de Steunpunten en de goedkeuring van de vrijwilligerswet gaapt een kloof van acht jaar. Welke veranderingen heeft de wet uiteindelijk tot gevolg?

Lafkioui: “De nieuwe wet omkadert een aantal bepalingen en besluiten die voorheen al bestonden. Zo werd de regeling voor onkostenvergoedingen voor vrijwilligers al in 1999 uitgewerkt. Vrijwilligers kunnen nooit vergoed worden voor hun prestaties, maar ze kunnen wel een reële onkostenvergoeding ontvangen, bijvoorbeeld een prijs per afgelegde kilometer. Organisaties zijn niet verplicht om vrijwilligers te vergoeden, maar de nieuwe wet legt hen wel op om afspraken inzake onkostenvergoedingen kenbaar te maken aan hun vrijwilligers. Die moeten ook geïnformeerd worden over het statuut en de doelstellingen van de organisatie, verzekeringspolissen voor vrijwilligers en de geheimhoudingsplicht waaraan de vrijwilliger verbonden is. Alle organisaties, ook feitelijke verenigingen, moeten aan de informatieplicht voldoen. Dat zorgde voor nogal wat protest, onder andere uit de jeugdsector. Nochtans schept het meer duidelijkheid en biedt het ook bescherming aan de organisaties. De wet specificeert niet hoé de informatieoverdracht moet gebeuren, maar in geval van problemen moet de organisatie wel kunnen aantonen dat de vrijwilliger geïnformeerd werd. Veel organisaties publiceren de informatie op hun website of in een brochure. Je kan de informatie ook opnemen in een vrijwilligersovereenkomst die beide partijen in tweevoud ondertekenen. Op onze site kan je modellen downloaden.”

 

De verzekering van vrijwilligers is ook één van de highlights in de nieuwe wetgeving. Vanaf 1 januari 2007 moeten de meeste organisaties een polis Burgerlijke Aansprakelijkheid afsluiten voor hun vrijwilligers. Wat houdt dat in?

Lafkioui: “De verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid komt tussen als een vrijwilliger schade berokkent aan derden. Alle vzw's en feitelijke verenigingen met personeel in dienst zijn gebonden aan deze plicht. Ook organisaties die verbonden zijn aan een koepel, zoals plaatselijke jeugdbewegingen, moeten aan de plicht voldoen. De koepel kan een collectieve regeling voorzien. Voor organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, niet gebonden aan andere organisaties met rechtspersoonlijkheid en zonder personeel, zoals zovele buurtcomités, geldt deze verplichting niet.”

 

In ons land zijn alle inwoners gelijk voor de wet. Maar de één krijgt al wat meer administratieve rompslomp te verwerken dan de ander. Wordt het vanuit administratief oogpunt nu eenvoudiger om je als vrijwilliger te engageren?

Lafkioui: “Vast en zeker. Sinds 2001 zijn gepensioneerde vrijwilligers vrijgesteld van melding aan het pensioenfonds. Studerende vrijwilligers kunnen met behoud van kinderbijslag actief blijven, behalve wanneer ze vrijwilligerswerk verrichten in het buitenland: dan dient het kinderbijslagfonds op de hoogte gebracht te worden. Vrijwilligers die hun wachttijd doorlopen, moeten de RVA niet verwittigen. Wie een leefloon ontvangt hoeft geen toelating te vragen. Het blijft wel aan te raden om je OCMW-dossierbeheerder op de hoogte te houden van je vrijwilligersactiviteiten, zeker als je een onkostenvergoeding ontvangt.

Moeilijker wordt het om als arbeidsongeschikte uitkeringsgerechtigde vrijwilligersactiviteiten aan te vatten. Je moet dan vooraf toestemming vragen aan de adviserend geneesheer, die oordeelt of de activiteit verenigbaar is met je ziekte. Uitkeringsgerechtigde werklozen en bruggepensioneerden moeten de RVA op de hoogte brengen van hun vrijwilligersactiviteiten. Het slechtst is het gesteld met asielzoekers. Voor hen is op dit moment niets geregeld: het is hen niet toegelaten om vrijwilligerswerk te verrichten.”

 

MICHAëL CALCOEN

 

Meer weten?

mailto: vrijwilliger@oost-vlaanderen.be

http://www.vrijwilligerswerk.be