Home

TiensTiens

De andere k[r]ant van Gent

This page is a part of an online version of Tiens Tiens.

Last in, first out

cartoon werkloosheid bij allochtonen.jpg

Allochtonen en werkloosheid in Gent

 

In Gent maken allochtonen zo’n 17% van de bevolking uit en vormen ze de groep die, naast jongeren en laaggeschoolden, het zwaarst getroffen wordt op de arbeidsmarkt. Volgens cijfers van de VDAB was in september van dit jaar 27,6% van de werklozen in Gent van niet-Europese afkomst. Dat is een stuk hoger dan in Vlaanderen, waar die groep op hetzelfde moment 16,1% van de werklozen uitmaakte. Toch houdt dit voor de allochtone niet-Europeanen in het Gentse een daling van de werkloosheid in van 6,8% ten opzichte van vorig jaar. Het zijn de allochtonen afkomstig uit de nieuwe lidstaten van de EU die ten opzichte van september 2005 de zwaarste klappen krijgen: bij hen tekent zich een stijging van 11,2% af. In realiteit liggen deze cijfers nog een stuk hoger, aangezien onder anderen illegalen, mensen die op een wachtlijst staan of langdurig werklozen niet in de statistieken verrekend worden.

 

In september 1989 verhuisde Alicja Gęścińska (25) samen met haar ouders en twee oudere zussen van Polen naar België. Ondanks het feit dat ze het Nederlands snel onder de knie had en er allesbehalve exotisch uitzag, merkte ze al gauw dat haar naam ervoor zorgde dat ze anders behandeld werd dan de rest. “Aan het eind van de lagere school raadden het PMS-centrum en de leerkrachten mijn ouders aan om mij tot kapster te laten opleiden omdat ik enkel voor handenarbeid geschikt zou zijn. Toen ik toch economie-moderne talen ging doen, moest ik mezelf extra bewijzen. Mijn ouders hebben mij gemotiveerd. Ze zijn zelf hoogopgeleid en beseffen het belang van een goede opleiding. En kijk nu: deze zomer studeer ik af aan de universiteit van Gent. Door mijn goede resultaten maak ik zelfs kans op een onderzoeksbeurs in het buitenland. Weet je, veel mensen dulden allochtonen zolang ze hen ‘over het kopke’ kunnen wrijven. Eens je hen overstijgt, verdragen ze je niet meer. Soms zeg ik wel eens al lachend dat ik nieuwsanker wil worden, zodat al die mensen die niet in mij geloven elke dag op mijn gezicht moeten kijken.”

 

 

Een naam of een nummer?

lien de coster alloctoon freddy.JPG

De selectietest waaraan een sollicitant onderworpen wordt, is volgens Mohamed Lahlali van Divers&Actief, een jongerenvereniging die het allochtone middenveld vertegenwoordigt, één van de pijnpunten voor de allochtone werkzoekende. “Wat wij nodig hebben, zijn cultuurneutrale selectietests. De proeven die nu gebruikt worden, meten vaak meer talenkennis en algemene intelligentie dan wat anders. Bovendien wordt er geen rekening gehouden met cultuurtypische zaken als zegswijzen. Of plots duikt Samson in de vragen op... Als je iemands vaardigheden wil kennen, moet je met doe-opdrachten voor de dag komen.” “Bovendien moet er gewerkt worden met duale inburgeringstrajecten”, vult Mohamed El Omari aan. “Dat wil zeggen dat je vertrekt vanuit de betrokken persoon. Iemand die geld nodig heeft en wil werken, moet je niet op een schoolse, abstracte manier Nederlands aanleren. Laat die bijstaan door een taalcoach op de werkvloer zodat die ervaringsgericht bezig is. Zo fnuik je zijn motivatie niet.”

Ook het feit dat het bestand van de VDAB op naam geordend is, zint D&A niet . Experimenten met anoniem solliciteren in Frankrijk waren een groot succes. Discriminatie gebeurt immers niet altijd bewust. Werken met nummers in plaats van met namen is volgens D&A dan ook een simpele en efficiënte oplossing. Nu wordt amper één op zeven van de allochtone namen in de kiescomputer van de VDAB aangeklikt. In interimbureaus is de situatie niet beter.

Toch is het vaak via een interimcontract of een ander extern kanaal dat werknemers tegenwoordig aan de slag gaan bij een bedrijf. Die uitbesteding van taken komt steeds vaker voor en zorgt ervoor dat werkgevers een deel van de verantwoordelijkheid doorschuiven. Dat bemoeilijkt het werk van de vakbonden aanzienlijk. “Er heerst geen politiek meer van aanwerven bij bedrijven”, weet Kris Michiels van het ABVV. “De kloof tussen mensen die een contract hebben bij een groot bedrijf en zij die aan de slag zijn bij een KMO, groeit. Bij de eerste groep kunnen wij tussenkomen om collectief afspraken te maken, bij een bedrijf met minder dan vijftig werknemers is syndicale afvaardiging zelfs niet verplicht. De statuten van die arbeiders zijn bijgevolg van heel andere aard. Als Volvo via een externe firma schoonmaakpersoneel aanwerft, dan zijn dat geen Volvo-arbeiders en genieten zij dus ook niet van de voorwaarden die daarmee gepaard gaan.”

 

Werk aan de winkel

Mark Pauwels vervolledigt het plaatje: “Als er ontslagen vallen, zijn de mensen die het eerst moeten gaan meestal de niet-vaste krachten. Daaronder vallen de werknemers van de externe bedrijven, waar vaak de zwakkeren bij zitten. Voor allochtonen betekent dat concreet dat zij in veel gevallen last-in, first-out zijn; ze vinden het moeilijkst ingang, en liggen als eerste weer buiten.” Wat discriminatie op de werkvloer nog complexer maakt, is dat er meestal een gebrek aan bewijslast is. Zelden krijgt iemand letterlijk te horen dat zijn of haar afkomst aan de basis ligt van het conflict, laat staan dat er getuigen zijn als dat wel het geval is. Daarom wordt er vanuit verschillende hoeken gepleit om de werkgever te laten aantonen dat ze niét discrimineren; een zogenaamde omkering van de bewijslast dus.

Niks dan kommer en kwel dus?

“Zeker niet”, weerlegt Lieve Defrancq, coördinator van de Werkwinkel in Gent, de plek waar alle organisaties die betrokken zijn bij de zoektocht naar een job nauw samenwerken . “Discriminatie is nog steeds een probleem, maar ik zie stilaan de kentering waar ik jaren op gewacht heb. Een bedrijf als Sidmar, waar de toegang als allochtoon niet evident is, blijkt nu bereid zijn sollicitatieprocedure te herzien. Als het aankomt op instroom, doet de Werkwinkel het in het algemeen goed: gisteren hadden wij bijvoorbeeld een jobdating waarbij 26% van de daters allochtoon was. Die hebben stuk voor stuk een gesprek met een bedrijf gehad. Het wordt hoog tijd dat er eens wat meer dergelijke positieve zaken naar buiten worden gebracht! Ik wil aan werkgevers tonen dat het lukt om allochtonen tewerk te stellen. Zo’n berichten zijn trouwens broodnodig voor de allochtonen zelf.” In de Werkwinkel wordt aandacht besteed aan de begeleiding van allochtonen om hen op een zo goed mogelijke manier door te verwijzen. Via een persoonlijk traject dat leidt langs kanalen als VDAB, of voor sommigen ook langs bijvoorbeeld Job&Co of De Sleutel, wordt naar de meest geschikte plek op de arbeidsmarkt gezocht. Het bereik van de Werkwinkel liegt er niet om: 43,3% van de jongeren die deelnemen aan het huidige jongerentewerkstellingsplan is allochtoon, waarvan 33% Turken en Maghrebijnen.

 

Gent zoekt talent

In de subwerkgroep ‘Onderbenut talent’ van Gent Stad in Werking, het samenwerkingsverband dat een tweehonderdtal partners verenigt rond een vernieuwend arbeidsmarktbeleid, wordt gefocust op de lage tewerkstellingsgraad bij allochtonen. “De idee achter de naam is een kentering in het denken over personeelstekort te weeg te brengen”, legt Wouter De Sutter uit. “Wij stellen vast dat er veel mensen rondlopen met kwaliteiten die eigenlijk niet benut worden. Dat komt voort uit het streven naar de ideale werknemer, waardoor sollicitanten gezien worden als mensen met een aantal gebreken. Zo’n houding maakt de jacht op werk voor allochtonen extra zwaar. Wij willen ervoor zorgen dat mensen bekeken worden vanuit het perspectief van wat ze wel kunnen, wat natuurlijk niet uitsluit dat iemand hier of daar wel hulp of bijscholing kan gebruiken.”

Ondanks deze mooie voornemens heeft de Stad Gent zelf alles behalve een personeelsbestand dat de maatschappelijke samenstelling weerspiegelt. Tijdens een debat in de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen liet toenmalig schepen Daniël Termont weten dat er nochtans wel degelijk inspanningen geleverd worden om allochtonen aan te werven bij de Stad. “We vinden ze simpelweg niet”, luidde het, “We hebben nochtans alles gedaan wat we konden, we hebben op een bepaald moment zelfs in het Turks in een Turkse krant geadverteerd.”

Die krant blijkt ‘Hürriyet’, de meest gelezen krant van Turkije, te zijn. In de advertentie was men op zoek naar brandweermannen voor een wervingsreserve. “Een propagandastunt die wellicht goed bedoeld was, maar aangeeft hoe ondoordacht er beleid wordt gevoerd”, vindt El Omari. “Dit werkt polariserend ten opzichte van de andere allochtonen die geen Turkse achtergrond hebben. Bovendien lijkt het zo alsof allochtone jongeren geen Belgische kranten lezen, wat totaal niet klopt.”

“We kunnen niet ontkennen dat er een probleem is op het vlak van bereik”, geeft De Sutter toe. “De enige oplossing op dit moment is wellicht communiceren via sleutelfiguren binnen de allochtone gemeenschap. Het nadeel is de persoonsgebondenheid en tijdsintensiteit die daarmee gepaard gaan.”

 

Jong geleerd

Al is adverteren in het Turks een stap te ver, toch ontkent niemand de kennis van het Nederlands en de rol die educatie in het algemeen speelt in werkloosheid bij allochtonen. Zowel de instroom, doorstroom als uitstroom van allochtone leerlingen verloopt stroef. Volgens cijfers van het Vlaamse Gewest was eind 2004 maar liefst 46% van de allochtonen tussen dertig en zeventig laaggeschoold. Een schamele 1,89% van de eerstejaars van de Vlaamse hogescholen is van allochtone afkomst. In het beroeps- en deeltijds onderwijs zijn allochtonen dan weer oververtegenwoordigd in vergelijking met hun autochtone medestudenten.

Fatma Arikoglu probeert de koe bij de hoorns te vatten. Zij is secretaris van studentenvereniging Flux en coördinator van Stimulans, een initiatief van de Artevelde Hogeschool met als doel de stap naar het hoger onderwijs voor jongeren te vergemakkelijken. Arikoglu concentreert zich op de groep van allochtonen. Het verhaal van Alicja klinkt haar bekend in de oren. “Zij heeft inderdaad geluk gehad dat haar ouders haar stimuleerden. Velen onder hen hebben zelf niet lang school gelopen en beseffen het belang van onderwijs niet. Daarbovenop kennen ze vaak het systeem niet. Leerkrachten en studiebegeleiders die leerlingen verkeerd oriënteren, al dan niet vanuit vooroordelen, komen spijtig genoeg vaker voor. De logische reactie van een leerling is dat die zich spiegelt aan het beeld dat hem wordt voorgehouden; het Pygmalion-effect noemen wij dat.” Wat volgens Arikoglu van onschatbare waarde is voor iemand met drempelvrees, is een persoon waarin hij zich kan herkennen. “Zowel voor ouders als voor leerlingen is het goed als er iemand is waarmee ze zich kunnen identificeren. Maar rolmodellen in het onderwijs zijn, op zijn zachtst gezegd, schaars. Wij proberen de kloof te overbruggen door te gaan praten met organisaties binnen de allochtone gemeenschap zelf. We organiseren onder andere infosessies en een peter-en metersysteem. Op die manier hopen we het zelfbeeld van de jongeren eerlijker in te schatten en hen aan te moedigen om verder te studeren. We reiken hen daar de juiste informatie voor aan en beklemtonen dat we tijdens hun verdere studieloopbaan voor hen blijven klaarstaan. Dat is op zich natuurlijk geen garantie voor succes, omdat er ook nog andere factoren meespelen.”

 

Hoop

Acht jaar geleden kwam Serdar Unan (37) naar België om zijn leven te delen met zijn grote liefde. In Turkije was hij deur-aan-deur verkoper van diamanten en een kei in zijn vak. Na een reeks afwijzingen, valse beloftes en maanden van hard labeur in de horeca, bij Volvo en in een snoepfabriek, kan hij uiteindelijk toch weer aan de slag als verkoper, zij het niet in dezelfde sector als voordien. “De eerste ochtend had ik een leerrijk gesprek met mijn baas. ‘Iedereen is racist,’ zij hij, ‘ik ook. Maar ik wil jou een kans geven, op één voorwaarde: als je één fout maakt, lig je buiten. Als een Belg diezelfde fout maakt, en nog veel meer fouten, krijgt die nog kansen van mij, maar jij niet. Als je daarmee akkoord bent, mag je direct beginnen.’ Ik heb even nagedacht en heb toen gezegd dat ik het wilde proberen. Die man was tenminste eerlijk tegen me. De bewuste fout is er nooit gekomen. Intussen ben ik verkoopsleider van het bedrijf en is mijn baas één van mijn beste vrienden.”

Het gesprek met Serdar loopt op zijn eind en spontaan vertelt hij over zijn kinderen. «Ik ben zeer content dat mijn kindjes nogal blond zijn, zodat je niet direct kan zien dat ze half Turks zijn. Niet omdat ik beschaamd ben Turk te zijn, integendeel. Alleen zal bij hen hun afkomst minder opvallen dan bij mij het geval is. Zij gaan makkelijker werk vinden.” Of hij het zou overwegen zijn kinderen de naam van hun moeder te geven om het hen nog makkelijker te maken? “Nee. Dat kan niet. Mijn naam is veel te belangrijk, die moet blijven voortleven. Unan betekent hoop, en ik heb heel veel hoop voor de toekomst.”

 

 

LIEN DE COSTER