



This page is a part of an online version of Tiens Tiens.
We don't need no education
Van alles wat ik tussen mijn twaalfde en mijn achttiende op school leerde, heb ik niets onthouden. Werkelijk niets. Dat ik nooit ‘T’ drink en hij altijd, had men mij al te kennen gegeven voor mijn twaalfde. Van alle wiskunde die men mij in de hersenpan splitste, heb ik tegenwoordig ruim voldoende aan de rekensommen die mijn plechtige communie voorafgingen. Het mondje Frans dat ik spreek heb ik, de goede bedoelingen van een hele autobus leraren Frans ten spijt, volledig te danken aan een Brussels lief. Wat ik van aardrijkskunde weet, sprokkelde ik samen dankzij mijn passie voor reizen, en mijn onstuitbare interesse voor geschiedenis ontstond eerder ondanks dan dankzij het geschiedenisonderwijs dat ik heb genoten.
En toch heb ik altijd geweldig mijn best gedaan om mijn schoolse loopbaan zo ernstig mogelijk te nemen. Vinger opsteken, huiswerk maken, gaan plassen wanneer het hoort en nooit snoepen in de klas. Ik had het allemaal feilloos onder de knie. Ik dacht dat het mij op één of andere manier een beter mens zou maken, dat de inspanning die ik leverde ooit gevalideerd zou worden. Ik was ervan overtuigd dat de arbeidsmarkt, waar geld en roem verhandeld worden als bloemkolen op een boerenmarkt, als een grote amorfe Sinterklaas tot mij zou spreken: “Goed gewerkt jongen, hier volgt de beloning”. De stoute kinderen die helemaal naar de basis van de schoolse piramide getuimeld waren, zouden op de laatste dag veroordeeld worden tot levenslange handenarbeid in donkere fabrieken.
Ik moest achttien worden eer ik het schoolverhaal in twijfel durfde trekken. Een mens weet immers maar nooit, en een zestienjarige beseft van zichzelf, of weet van horen zeggen, dat de eigen inzichten tijdens de puberjaren niet te vertrouwen zijn. De puberteit is het moment bij uitstek waarop men niet veel anders kan dan zuchten en verder doen met wat men opgedragen wordt. Dus zette ik mijn naar het einde toe lome inspanning verder om de schoolse wijsheden die nooit tot inzicht leidden in mij op te nemen.
Loomheid wordt op school perfect getolereerd. Een school is een gesloten gemeenschap waarboven een beschermende geest van goede wil zweeft. Vergelijk het, zo je wilt, met vast benoemd zijn ergens in een groot grijs ministerie in het verre Brussel. Zolang men zich niet helemaal tegen het systeem keert, kan er niets gebeuren. Het is duidelijk vanwaar de autoriteit komt, het is zelfs duidelijk bij wie de autoriteit verantwoording moet afleggen. Met een beetje inzicht weet men al snel vanwaar de wind blaast en hoe men zich binnen het systeem kan bewegen zonder al te veel in de kijker te lopen. Eenmaal in dit stadium, kan men zich wijden aan de werkelijke levenslessen die een schoolgemeenschap te bieden heeft.
Ikzelf leerde er feilloos omgaan met eenzaamheid, een vaardigheid die soms van pas komt in deze wereld. Ook wrong ik me in de vreemdste bochten om erbij te horen en deed ik de gekste dingen om me af te zetten. Ik smeedde er onverbrekelijke vriendschapsbanden, die even later zonder veel erg verbroken werden, en leerde er een aantal belangrijke vuistregels over het andere geslacht die me nog dagelijks van pas komen.
Maar van alle feiten die ik moést onthouden zijn er mij dus nagenoeg geen bijgebleven, en eigenlijk maakt dat niets uit. Kennis wordt, als methode om mensen op te voeden, zwaar overschat.
Ik heb het twijfelachtige geluk enkele mensen te kennen die het halve Internet aan feitenkennis onder hun kalende schedel meedragen en er toch in slagen onnozel, dom en verblind te zijn. Ik ken meerdere mensen die geen a van een o kunnen onderscheiden maar daar verder niet door gehinderd worden om een klare blik op het leven te hebben of zelfs handen vol geld te verdienen. Is het je nog niet opgevallen dat je luidruchtige loodgieter en je bankdirecteur met dezelfde blinkende kar rijden? Koester je nog steeds de illusie dat hoger opgeleiden niet voor de extreem-rechtse zaak stemmen? Denk je echt dat een mens door scholing meer kan zijn dan de zoveelste steen in de muur?
Maar wie zong dat ook alweer?
TYRON VAN HEE

Alles prima voor zover je
Alles prima voor zover je een goed stel hersenen hebt en/of de juiste ondersteuning thuis. Bij sommigen is dit niet het geval ; voor hen blijf ik elke dag mijn best doen.